Richtlijn deelgeschillen in zaken over letsel-en overlijdensschade

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Midden-Nederland > Regels en procedures > Richtlijn deelgeschillen in zaken over letsel-en overlijdensschade

Richtlijn rechtbank Midden-Nederland: behandeling van deelgeschillen in zaken over letsel- en overlijdensschade

Het verzoekschrift en dagbepaling

  1. Het verzoekschrift dient duidelijk te worden aangeduid als een verzoek ter behandeling van een deelgeschil zoals bedoeld in art. 1019w Rv. Het dient daarnaast te voldoen aan de eisen van art. 1019w Rv en - voor zover van toepassing - aan de algemene eisen die aan een verzoekschrift worden gesteld.
  2. De gerekwestreerde(n) en op te roepen belanghebbenden dienen nauwkeurig te worden aangeduid, waar mogelijk onder vermelding van een schadenummer of correspondentienummer en met opgave van de zaaksbehandelaar.
  3. Alle producties die dienstig zijn voor de beslissing op het deelgeschil dienen bij het verzoek te worden gevoegd.
  4. Het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken worden in meervoud ingediend: twee exemplaren voor de rechtbank en één exemplaar voor iedere belanghebbende.
  5. Bij het verzoek dienen de verhinderdata van alle betrokken personen, inclusief de advocaten/gemachtigden te worden vermeld.
  6. Na ontvangst van het verzoek zal in beginsel een datum en tijdstip worden bepaald waarop het verzoek zal worden behandeld.
  7. Een na vaststelling van de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling binnengekomen verzoek tot wijziging van datum en tijdstip, wordt slechts in behandeling genomen, indien het een gezamenlijk verzoek betreft, dan wel sprake is van klemmende redenen. Een dergelijk verzoek dient voorzien te worden van de verhinderdata van alle betrokken procespartijen en hun advocaten/gemachtigden.

 

Het verweerschrift

  1. Hoewel de wet geen nadere eisen stelt aan de indiening van een verweerschrift, verdient het de voorkeur dat het verweerschrift uiterlijk twee weken voorafgaande aan de mondelinge behandeling wordt ingediend.
  2. Een verweerschrift wordt in meervoud ingediend: twee exemplaren voor de rechtbank en één exemplaar voor iedere verzoeker en iedere andere belanghebbende.
  3. Het verweerschrift dient alle producties te bevatten die dienstig zijn voor de beslissing op het deelgeschil die niet reeds bij het verzoekschrift waren gevoegd.
  4. Indien een zelfstandig tegenverzoek wordt gedaan wordt dit slechts gelijktijdig met het inleidende verzoek behandeld, indien het voldoende verwant is aan het ingediende verzoek én indien het ten minste twee weken voorafgaande aan de mondelinge behandeling is ingediend. In het verweerschrift opgenomen tegenverzoeken die betrekking hebben op een ander onderwerp dan dat waarop het inleidende verzoek betrekking heeft, worden in beginsel als een nieuw verzoek behandeld.

 

Procedureverloop

  1. Tussen datum indiening van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling ligt in beginsel een termijn van niet meer dan zes weken.
  2. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen de gelegenheid om hun standpunten toe te lichten, desgewenst aan de hand van (over te leggen) pleitaantekeningen voor iedere zitting wordt uitgegaan van een totale behandeltijd van 90 minuten, waarvan de spreektijd in eerste termijn maximaal 20 minuten beslaat.
  3. Ten aanzien van de procesvertegenwoordiging gelden voor zaken binnen de bevoegdheid van de Afdeling Civiel recht de regels zoals die gelden bij een kort geding en bij kantonzaken de gewone regels omtrent de bijstand door gemachtigden.
  4. Na de mondelinge behandeling doet de rechtbank in beginsel op een termijn van zes weken uitspraak.