Laden...

Op de rol: 'Heeft zij u niet op uw donder gegeven?'

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Op de rol: 'Heeft zij u niet op uw donder gegeven?'
Alkmaar, 24 december 2020

‘Waarom deed u dat nou? U bent verder een nette burger. Waarom liet u die ambulancebroeders niet gewoon hun werk doen?’, vraagt de politierechter aan Dirk *. ‘Dat had ik natuurlijk moeten doen’, reageert Dirk in zittingszaal 1 van het Alkmaarse gerechtsgebouw. ‘Het was stom van mij’.

Stom dat hij zijn auto in zijn narrigheid zo ‘rot’ parkeerde dat ambulancebroeders, die met loeiende sirene en zwaailichten naar zijn appartementencomplex in Den Helder waren geracet, gedwongen waren geweest om een mede-complexbewoner met omwegen in de ambulance te schuiven. De ambulancebroeders klaagden hun nood bij de centrale, en Dirk (64) belandde op het politiebureau.

Slagboom

De ellende begint op 20 oktober van dit jaar als een mevrouw in Dirks appartementencomplex onwel wordt en haar huisarts een ziekenauto stuurt. De ambulancebroeders arriveren bij een soort binnenplaats achter het complex. Een slagboom houdt er ongewenste parkeerders tegen. Dat zijn de ziekenbroeders kennelijk. Ze parkeren hun ziekenauto voor de slagboom en gaan het gebouw binnen. Kort daarop wil Dirk met zijn Peugeot de binnenplaats op. Dat gaat dus niet. Hij parkeert zijn auto vervolgens zo beroerd dat de terugkerende ambulancebroeders, met hun asgrauwe’ patiënt op de brancard, niet de snelste route naar de ambulance kunnen nemen. Dirk kijkt toe en maakt stennis. ‘Ik had gewoon naar huis moeten gaan. Dat heb ik niet gedaan, en dat was stom.’

Stekkers

‘Ik geloof niet dat de ambulancebroeders een omweg van 5 of 10 minuten moesten maken, maar dat ze niet de snelste weg konden nemen, is wel duidelijk’, constateert politierechter Van der Lelie. Dat ze daarna niet met een sneltreinvaart wegreden, wat bij Dirk tot nóg meer ergernis leidde, was volgens de rechter niet om Dirk ‘te jennen’, maar omdat de mevrouw op de brancard convulsies kreeg ‘en aan de stekkers moest.’ ‘Iedereen kon zien dat het ernstig was. Dan ga je toch niet zo dwars doen? Dan werk je toch mee als het ambulancepersoneel je dat vraagt?’, zegt een getuige tegen de politie.

Fout

‘Dat is ook zo’, beaamt de gepensioneerde militair nu. Maar op die dinsdagmiddag in oktober duurt het even voordat hij tot dat inzicht komt. Ook op het politiebureau is Dirk nog geagiteerd. ‘Ik kwam uiteindelijk tot rust toen ik van het politiebureau naar huis liep. Je leest vaak over aanvallen op hulpverleners, en toen realiseerde ik mij dat ik fout bezig was geweest.’ ‘Dat zal uw vrouw u toch ook wel hebben verteld? Zij werkte nota bene 12 jaar bij de spoedeisende hulp in Alkmaar. Heeft zij u niet op uw donder gegeven?’, vraagt de rechter. ‘Zij ook ja. Maar zij weet óók dat ik dat soort dingen gewoonlijk nooit doe’, antwoordt Dirk.

Frustratie

Voor dat, voor hem kennelijk, ongewone gedrag verdient Dirk een straf, vindt officier van justitie Kooij. Dirk dwong de ambulancebroeders met zijn dwarsheid een andere route naar de ziekenauto te nemen. ‘En dat bracht risico voor de patiënt met zich mee. Iedere seconde telt.’ Ambulancebroeders zijn ook nog eens hulpverleners, en die mag je niet hinderen. ‘De maximale straf daarvoor is verhoogd naar 3 maanden celstraf.’ Dirk verdient daarom niet alleen een geldboete van 750 euro, maar ook een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week. Dat zou overdreven zijn, vindt Dirks advocaat Lieffijn. ‘Mijn cliënt was verhit, maar het ambulancepersoneel lijkt dat ook te zijn geweest. De boel is wel wat aangezet. De ambulancebroeders zeggen eerst dat ze zijn bedreigd, maar als ze daarover worden doorgevraagd, blijkt daarvan geen sprake. Een verpleegkundige voelde ‘zich niet prettig’. Dat is geen bedreiging.’

Narrig

Er schort volgens raadsman Lieffijn het een en ander aan het proces-verbaal. ‘Het kan haast niet kloppen dat de ambulancebroeders 5 tot 10 minuten vertraging opliepen. Er wordt gezegd dat ze een heuvel op moesten. Er zijn daar stoeprandjes, maar een heuvel is in geen velden of wegen te bekennen. Er wordt gezegd dat mijn cliënt geen ruimte wilde maken voor de vertrekkende ambulance. Dat kan niet waar zijn, want zijn auto stond niet voor of achter de ambulance, maar ernaast. De ambulance kon naar achteren, en dat is uiteindelijk ook gebeurd. Mijn cliënt blokkeerde de weg niet. De ambulancebroeders hadden aan de achterkant van de ambulance 1 meter voor hun brancard. Mijn cliënt was narrig, dus hij zei het op een vervelende manier, maar zijn inschatting was dat de brancard daar prima doorheen kon. Dat kan een onjuiste inschatting zijn geweest en hij belemmerde wellicht de ambulancebroeders, maar opzettelijk onjuist was zijn inschatting niet. Daardoor heeft hij de hulpverleners ook niet gedwongen om een andere route met de brancard te nemen, want dwang veronderstelt opzet.’

Ruimte

Dirk mag als laatste nog wat zeggen, en dat doet de Heldenaar graag. ‘Ik kwam bij het pleintje aanrijden en ik stond midden op het fietspad. Ik zag de ambulance staan en heb mijn auto ernaast gezet. Er zat veel ruimte tussen. Ik heb op de afstandsbediening gedrukt en de slagboom ging open, maar de ambulance ging niet vooruit. Er zat niemand in. Ik had toen mijn auto op slot moeten doen en naar boven moeten gaan. Ik ben blijven wachten. “Van wie is die grijze auto”, riepen de ambulancebroeders. “Die is van mij, en is die gele van jullie?” “Die auto moet je weghalen, en wel vlug”, zeiden ze. Ik begreep niet waarom. Ik kon niet achteruit, want die weg is hartstikke druk. Voordat ik in mijn auto stapte, zei een broeder: “We pakken wel een andere route met de brancard.” Nu hoefde ik ook mijn auto niet meer weg te halen. Ik heb weer gewacht, en toen stoof de politie het parkeerpleintje op. Ik heb vervelende opmerkingen gemaakt, maar ik heb niemand bedreigd.’

Hinder

Dat wil de politierechter best geloven, en hij ziet ook geen dwang om de ambulancebroeders een andere route met hun brancard te laten nemen. Maar Dirk heeft de hulpverleners wél gehinderd. ‘U zegt dat u ze niet hebt gehinderd, maar uit het feit dat een ambulancebroeder tegen u zegt dat ze ‘wel een andere route nemen’, maak ik op dat u hem hinderde. Anders hadden ze de brancard wel aan de zijkant naar binnen geschoven. Het gaat erom dat hulpverleners hun werk moeten kunnen doen, zoals hen dat goeddunkt. Als zij dat niet zelf kunnen bepalen omdat iemand in de weg staat, dan is er sprake van hinder.’ Een boete van 750 euro vindt politierechter Van der Lelie op zijn plaats, een voorwaardelijke gevangenisstraf is volgens hem niet aan de orde. ‘U had zich niet zo mogen gedragen. Dat vindt u gelukkig zelf ook. Fijne kerstdagen allemaal.’

* Dit is niet zijn echte naam.

Uitspraken