Burgemeester mocht bedrijfshallen en terrein in Vlijmen voor half jaar sluiten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Burgemeester mocht bedrijfshallen en terrein in Vlijmen voor half jaar sluiten
's-Hertogenbosch, 21 december 2015

De burgemeester van de gemeente Heusden heeft niet verkeerd gehandeld door twee bedrijfshallen op een bedrijventerrein in Vlijmen en het achterste gedeelte van het bedrijventerrein voor een half jaar te laten sluiten na de vondst van onder meer een hennepkwekerij. Dit besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant zojuist.

De politie trof op 17 oktober van dit jaar op de zolder van één van de bedrijfshallen goederen aan die kunnen worden gebruikt voor het opzetten van een hennepkwekerij. Ook was een illegale aansluiting in de meterkast gemaakt. Op het terrein achter de bedrijfshal stonden drie zeecontainers. In één daarvan was een hennepkwekerij met 128 hennepplanten aanwezig. Die hennepkwekerij werd voorzien van stroom via een illegale aftakking van de meter uit de bedrijfshal. In een andere zeecontainer vond de politie verpakkingsmateriaal met hennepresten.
De burgemeester van de gemeente Heusden besloot het achterste deel van het bedrijventerrein en twee bedrijfshallen nog diezelfde dag voor een half jaar te laten sluiten. Een aantal andere bedrijfshallen mocht wel open blijven. De eigenaren van de zeecontainers en van de twee bedrijfshallen maakten bezwaar tegen het besluit van de burgemeester en vroegen de rechter een voorlopige voorziening te treffen.

De eigenaren stellen dat de burgemeester niet bevoegd was de twee bedrijfshallen en het achterste gedeelte van het onbebouwde bedrijventerrein te sluiten. In de twee bedrijfshallen waren immers geen drugs aangetroffen. In de zeecontainer was wel drugs aangetroffen, maar volgens de eigenaren kan dit object niet worden aangemerkt als ‘lokaal’ in de zin van het gemeentelijk beleid. Verder vinden de eigenaren onder meer dat zij door de sluiting onevenredig in hun belangen worden getroffen. Ze kunnen hun bedrijfsactiviteiten niet of nauwelijks meer uitoefenen. De burgemeester heeft volgens hen bovendien geen belangenafweging gemaakt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de hennepkwekerij in de zeecontainer werd voorzien van stroom vanuit de ene bedrijfshal en in de andere bedrijfshal werden goederen gevonden die voor het opzetten van een hennepkwekerij konden worden gebruikt. Volgens de rechter is daarom sprake van een dusdanige samenhang tussen de zeecontainer en beide bedrijfshallen, dat deze als functionele eenheid en daarmee als één ‘lokaal’ kunnen worden beschouwd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester zijn beleid hanteert en bevoegd was over te gaan tot sluiting van een half jaar. Wel constateert de rechter dat de burgemeester inderdaad geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt, maar dit is geen reden om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De burgemeester kan immers die belangenafweging bij zijn beslissing op het bezwaar kenbaar maken. Bovendien gaf de burgemeester tijdens de zitting al een reactie op de aangevoerde belangen en kon de voorzieningenrechter hem in deze reactie volgen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten