Eis ex-voorzitter Vrienden Gay Krant afgewezen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Eis ex-voorzitter Vrienden Gay Krant afgewezen
's-Hertogenbosch, 15 juni 2016

Oud-minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zijn opvolger en de Staat der Nederlanden mogen niet worden opgeroepen in de procedure die Stichting Vrienden van de Gaykrant heeft aangespannen tegen hun voormalig voorzitter en oud-hoofdredacteur van de Gaykrant. Dat is het oordeel van de rechtbank Oost-Brabant.

Volgens de voormalig voorzitter zijn de oud-minister van OCW, zijn opvolger en de Staat der Nederlanden aansprakelijk voor de terugbetaling van een verleende subsidie van ruim 200.000 euro. Hij wilde dan ook dat zij zouden worden opgeroepen in de zaak. Dit heet het oproepen in vrijwaring.

De hoofdzaak

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) kende in juli 2008 een subsidie toe voor een project van de stichting. Een accountant van de stichting gaf daarvoor in november 2012 de benodigde goedkeuringsverklaring af, maar trok die in juli 2014 weer in. Omdat daardoor niet meer werd voldaan aan de subsidievoorwaarden, vorderde de minister de uitbetaalde subsidie van 206.833 euro van de stichting terug. In juni 2015 probeerden de 3 bestuursleden van de stichting dit bedrag te verhalen op de voormalig voorzitter omdat hij zijn taak als bestuurder niet behoorlijk zou hebben vervuld. Ook stelt de stichting dat de man onrechtmatig zou hebben gehandeld. De rechter oordeelde toen dat de bestuurders niet op eigen naam een vordering konden indienen. ECLI:NL:RBOBR:2015:3334

De bestuurders brachten onlangs de zaak aan op naam van de stichting. De voormalig voorzitter diende daarop een eigen vordering in om oud-ministers Plasterk, zijn opvolger Van Bijsterveldt-Vliegenthart en de Staat der Nederlanden in de zaak te betrekken. Volgens de ex-voorzitter hebben zij namelijk onrechtmatig tegen hem gehandeld omdat hij steeds heeft gehandeld met toestemming van het ministerie van OCW.

De rechtbank oordeelt dat er geen grond bestaat voor oproeping in vrijwaring van de Staat en de voormalig ministers. Het verwijt van de ex-voorzitter moet volgens de rechtbank in de hoofdzaak worden beoordeeld. Als namelijk blijkt dat hij gelijk heeft, heeft dat gevolgen voor de beantwoording van de vraag in de hoofdzaak: of hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt over de manier waarop met de subsidiegelden en de verantwoording daarvan is omgesprongen. En als blijkt dat hij geen gelijk heeft dan is er ook geen grond om de oud-minister, zijn opvolger en de Staat der Nederlanden aan te spreken.

De hoofdzaak gaat op 27 juni 2016 verder. De ex-voorzitter moet zich dan schriftelijk verweren tegen het verwijt dat de stichting hem maakt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten