Erotische massagesalon in Oss moet activiteiten staken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Erotische massagesalon in Oss moet activiteiten staken
's-Hertogenbosch, 03 september 2015

Een erotische massagesalon in Oss voert activiteiten uit die in strijd zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde vandaag dat de gemeente Oss mocht opdragen om deze activiteiten te stoppen.

De gemeente Oss verleende in 1994 medewerking aan de komst van een (paramedisch) massage-instituut aan de Boterstraat. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving voerde de gemeente vorig jaar een controle uit in het pand en constateerde dat er een erotische massagesalon was gevestigd. De gemeente waarschuwde de onderneemster en de eigenaresse van het pand in februari vorig jaar dat de activiteiten moesten worden beëindigd. Omdat de activiteiten doorgingen, legde de gemeente in november 2014 een dwangsom op. De activiteiten moesten vóór 3 augustus worden gestaakt, anders zou een dwangsom van maximaal 15.000 euro moeten worden betaald. De eigenaresse en onderneemster tekenden beroep aan en stapten naar de voorzieningenrechter.
 
Volgens de eigenaresse en onderneemster is er geen sprake van illegaal gebruik. Zij stellen dat de gemeente in juli 2004, toen een nieuw bestemmingsplan in werking trad, op de hoogte was van de aanwezigheid van een erotische massagesalon. Volgens hen vallen de activiteiten onder het overgangsrecht, waardoor de onderneemster door zou mogen blijven gaan met haar activiteiten. De gemeente stelt echter dat de eigenaresse en onderneemster niet hebben aangetoond dat vanaf juli 2004 in het pand onafgebroken een erotische massagesalon in gebruik was.
 
Volgens de voorzieningenrechter heeft de onderneemster onder meer in oktober 2005 ontkend dat er erotische massages plaatsvonden. Ook uit de overgelegde advertenties blijkt niet dat er sprake was van deze activiteiten. De rechter oordeelt dat er geen beroep kan worden gedaan op het overgangsrecht en dat de huidige activiteiten in strijd zijn met bestemmingsplannen uit 2003 en 2013. Omdat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, doet de voorzieningenrechter ook direct uitspraak op het beroep.

Uitspraken

Meest gelezen berichten