Oud-voorzitter Vrienden van de Gay Krant hoeft twee ton subsidie niet zelf terug te betalen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Oud-voorzitter Vrienden van de Gay Krant hoeft twee ton subsidie niet zelf terug te betalen
's-Hertogenbosch, 15 februari 2017

De voormalige voorzitter van Stichting Vrienden van de Gay Krant is niet persoonlijk aansprakelijk voor de terugbetaling van een ontvangen subsidie van 206.833 euro. Dit besliste de rechtbank Oost-Brabant vandaag.

Het geschil

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegde in juli 2008 een subsidie toe voor een project van de stichting. Dat project is uitgevoerd en nadat de accountant van de stichting het financieel verslag, waarin de besteding van de subsidie was verantwoord, had goedgekeurd, stelde de minister de subsidie begin december 2012 vast op een bedrag van 206.833 euro. In juni 2014 trok de accountant zijn goedkeuringsverklaring in, naar aanleiding van een controle door de Auditdienst Rijk van het ministerie van Financiën. Omdat daardoor niet meer werd voldaan aan de subsidievoorwaarden, vorderde de minister de uitbetaalde subsidie van 206.833 euro van de stichting terug. De stichting kon dit niet betalen en stapte daarom naar de rechter om dit bedrag te verhalen op haar voormalig voorzitter. De stichting meent dat haar voormalige voorzitter, die in februari 2013 aftrad, zijn taak als bestuurder van de stichting niet op een behoorlijke wijze heeft vervuld. Volgens de stichting gebruikte hij subsidiegeld voor privédoelen en voerde hij geen deugdelijke administratie. Het is volgens de stichting aan de voormalige voorzitter te wijten dat de subsidie moet worden terugbetaald.

Eerdere procedure

De rechtbank heeft over deze kwestie eerder een uitspraak gedaan. Die zaak werd destijds door de bestuurders van de stichting op eigen naam aangebracht. Nu zijn de vorderingen ingesteld door de stichting en daarmee niet volledig gelijk aan die in de vorige zaak. De rechtbank is bij deze zaak dan ook niet gebonden aan het eerdere vonnis.

Onbehoorlijk bestuur staat niet vast

De stichting heeft haar beschuldiging dat de voormalig voorzitter subsidiegeld voor privédoelen zou hebben gebruikt, niet deugdelijk onderbouwd, oordeelt de rechtbank. Dat de voormalig voorzitter aansprakelijk zou zijn omdat hij geen goede administratie heeft gevoerd, is ook onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Onder zijn voorzitterschap is het gesubsidieerde project uitgevoerd, is de financiële verantwoording voor de besteding van de subsidie in nauwe samenspraak met het ministerie opgesteld, is die verantwoording door de accountant goedgekeurd en is de subsidie door de minister vastgesteld. Dat na zijn aftreden een controle heeft geleid tot terugvordering van de subsidie, is volgens de rechtbank (mede) het gevolg van de handelwijze van de andere bestuursleden van de stichting. In het licht van de bijzondere omstandigheden van dit geval heeft de stichting niet voldoende gesteld en onderbouwd dat en waarom sprake was van een handelwijze waarvan de voormalig voorzitter een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ook is onvoldoende gesteld en aangetoond dat de intrekking van de subsidie als een gevolg van deze handelwijze aan hem kan worden toegerekend. De stichting heeft onder meer niet duidelijk gemaakt waarom de accountant de verantwoording eerst heeft goedgekeurd en nadien die goedkeuring weer heeft ingetrokken. De rechtbank kan daarom niet tot het oordeel komen dat er grond is om te bepalen dat de voormalig voorzitter persoonlijk aansprakelijk is voor de terugbetaling van de subsidie.

Uitspraken

Meest gelezen berichten