's-Hertogenbosch|

Politieagent veroordeeld voor veroorzaken ernstige aanrijding in Vught

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 29-jarige politieagent uit ’s-Hertogenbosch voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij een scooterrijder ernstig gewond raakte. De man krijgt een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden.

De politieagent was in mei 2018 in de vroege ochtend aan het werk en zag in Vught een scooter die, na een snelheidsmeting, fors te hard reed. De agent wilde de scooterrijder daarom aanhouden1. In het strafrecht: het feitelijk vasthouden van iemand die er van verdacht wordt een strafbaar feit te hebben begaan. 2. In een civiele of strafprocedure: het uitstel van de behandeling of de beslissing van de rechter.. De bestuurder weigerde echter te stoppen en negeerde een stopbord, megafoon en de optische- en geluidssignalen van de politieauto. Vervolgens besloot de agent een blokkade te zetten op het fietspad waarop de scooter reed. Hij reed de scooter voorbij en plaatste zijn auto kort daarop midden op het pad. De scooterrijder botste vervolgens tegen de politieauto. Als gevolg van die aanrijding liep de bestuurder diverse breuken in zijn bovenbeen en gezicht op. Tijdens de operaties die door dat letsel noodzakelijk waren, kreeg hij hersenvliesontsteking.

Zeer onvoorzichtig rijgedrag

Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. was het ongeval het gevolg van de wijze waarop de agent zijn auto dwars over het fietspad zette. De officier kwalificeert het incident als zeer onvoorzichtig rijgedrag. De agent verklaarde dat hij zijn auto verder op het fietspad had gezet dan zijn bedoeling was. En dat hij - na het zien van camerabeelden van de aanrijding - zijn auto op grotere afstand van de scooter op het fietspad had moeten zetten, zodat de bestuurder tijd had om te stoppen of de politieauto te ontwijken. Volgens de agent maakte hij een inschattingsfout en is daarmee sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag; een mildere kwalificatie van schuld dan de officier van justitie eiste.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de agent bij het uitvoeren van de manoeuvre zeer onvoorzichtig handelde. Hij wist dat de scooter ongeveer 50 km/u reed en dat de bestuurder geen helm droeg. Kort voordat hij naar rechts het fietspad op stuurde, keek de agent over zijn schouder om vast te stellen waar de scooter zich bevond. Ondanks dat hij de scooter niet zag, besloot de agent toch om abrupt met hoge snelheid het fietspad op te rijden. Dit rijgedrag kan volgens de rechtbank niet anders worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig.

Belangenafweging

De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf rekening mee dat de agent tijdens de uitvoering van zijn werk in dienst van de maatschappij met de beste bedoelingen handelde. Tijdens de achtervolging zette hij diverse middelen in om de scooterrijder te laten stoppen, echter zonder resultaat. De aanrijding zou niet zijn ontstaan als de bestuurder van de scooter wel was gestopt.

Bovendien heeft de agent deze aanrijding uiteraard nooit gewild. Hij maakt een zelfkritische indruk en verschuilt zich niet achter excuses voor zijn gedrag. Hij neemt daarvoor de volle verantwoording, wat indruk maakt bij de rechtbank. De agent is zich bewust van de vreselijke gevolgen voor het slachtoffer en leeft oprecht mee met diens leed.

Desondanks vindt de rechtbank (net als de officier) een taakstrafWerkstraf op zijn plaats. Zijn optreden was levensgevaarlijk; hij veroorzaakte een aanrijding waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep, waarvan een deel blijvend is. Juist van een politieambtenaar mag worden verwacht dat hij zich steeds bewust is van de veiligheid in het verkeer. Het rijgedrag van de agent wordt bovendien niet gerechtvaardigd door de reden waarom hij de bestuurder wilde aanhouden, namelijk vanwege een relatief licht vergrijp.