Laden...

Aanbeveling tarieven kort gedingen kantonzaken en handelszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksReglementen procedures en formulieren > Civiel > Aanbeveling tarieven kort gedingen kantonzaken en handelszaken

Aanbeveling tarieven per 1 februari 2021

Vastgesteld door het LOVCK&T op: 9 december 2013, van toepassing op kort gedingen waarin vonnis wordt gewezen vanaf 15 juli 2014. De aanpassing van NB2 en NB5 is vastgesteld door LOVCK&T op 13 april 2015. De aanpassing van NB4 is vastgesteld door LOVCK&T op 13 maart 2018.

Indexering: de tarieven zijn geïndexeerd voor handel per 1 mei 2018 en voor kanton per 1 januari 2019.Het LOVCK heeft op 3 november 2020 besloten om de tarieven tweejaarlijks te indexeren waarbij voor de berekening wordt uitgegaan van de CPI (Consumentenprijsindex) net zoals bij de liquidatietarieven voor rechtbanken en gerechtshoven. Per 1 februari 2021 zijn de tarieven geïndexeerd.

Deze aanbeveling is een nadere invulling van het algemene 'Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven' onder punt 2. Kort geding (gepubliceerd op rechtspraak.nl). Evenals het algemene liquidatietarief, zijn ook de tarieven kort geding geïndexeerd per 1 februari 2021.
De nieuwe tarieven zijn van toepassing op kort gedingen waarin vonnis wordt gewezen vanaf  1 februari 2021.

Deze aanbeveling geldt alleen voor kort gedingen waarin de winnende partij is voorzien van professionele rechtsbijstand. Daaronder vallen professionele gemachtigden, die hun werkzaamheden bij de rechtzoekende in rekening brengen, zoals advocaten en deurwaarders. Ook juristen, niet zijnde advocaten of deurwaarders, of professionele niet-juristen (bijv. een medewerker van een administratiekantoor) hebben recht op salaris gemachtigde. Dat een advocatenkantoor eigen personeel heeft laten optreden als gemachtigde is geen grond om het salaris gemachtigde af te wijzen.   

Soort zaak Salaris
Kanton-KG (verstek)€  498,--
Kanton-KG (contr.)
eenvoudig€  498,--
gemiddeld€  747,--
complex€  996,--
 
Handel-KG (verstek)€  656,--
Handel-KG (contr.)
eenvoudig (incl. KG die tot bevoegdheid kanton behoren)€  656,--
Gemiddeld€  1016,--
Complex€  1.524,--
intellectuele eigendomZie Indicatietarieven in IE-zaken
  

Kanton-KG en Handel-KG

(overige kosten)

Beslagkosten

€  508,--

1 punt per rekest, mits elk extra rekest noodzakelijk is geweest

Buitengerechtelijke kostenToepasselijke tarief bij bodemzaak
Nakosten

Toepasselijke tarief bij bodemzaak:

Kanton-KG: half punt liquidatietarief met maximum € 124,--

Handel-KG: € 163,-- (€ 255,-- conv+reconv) + € 85,-bij betekening

NB 1
Als de professionele rechtsbijstandsverlener van de winnende partij geen advocaat is, kan de rechter daarmee rekening houden en het salaris bepalen op de helft van het normale salaris.

NB 2
Voor een extra zitting (mits inhoudelijk van aard en mits de eerste zitting ook inhoudelijk is geweest) kan de helft van het toepasselijke tarief extra worden toegekend.

Verstek en verzet zowel in een kantonzaak als in een handelszaak:

  • Bekrachtiging verstekvonnis in verzet: oorspronkelijk eiser heeft in verstekzaak al
    € 498/ 656 (kanton/handelszaak) aan salaris toegewezen gekregen (en heeft daarvoor dus al een titel). Dat blijft zo. Voor de verzetszaak wordt het toepasselijke tarief in een contradictoir KG berekend aan de hand van de complexiteit van de zaak, dus bij een gemiddelde zaak:
    € 622/1.016.
  • Vernietiging verstekvonnis in verzet: de proceskostenveroordeling ten gunste van de oorspronkelijk eiser wordt mede vernietigd. (Oorspronkelijk) gedaagde krijgt salaris conform de nieuwe KG-staffel in contradictoire KG's, afhankelijk van de complexiteit.

NB 3
Als een reconventionele vordering voortvloeit uit het verweer in conventie, wordt het normaal toe te kennen salaris gehalveerd.

NB 4
Indien een vordering in kort geding (in conventie) vóór de dienende dag wordt ingetrokken, kan een proceskostenveroordeling worden uitgesproken (HR van 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087 en artikel 9.1 Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie).  

NB 5
Aanbevolen wordt om in een zaak die als handels-KG is aangebracht, maar (ook) behoort tot de bevoegdheid van de kantonrechter, het griffierecht dat voor rekening van de veroordeelde komt, niet aan te passen aan het kort gedingtarief dat bij de kantonrechter zou hebben gegolden. De speelruimte voor de rechter om het griffierecht aan te passen is kleiner dan bij het bepalen van het salaris (vgl. artikel 237 lid 5 Rv). Van nodeloos gemaakte kosten als bedoeld in artikel 237 lid 1 Rv is geen sprake, omdat de wetgever ervoor heeft gekozen om eiser de keuze te geven tussen het benaderen van de voorzieningenrechter (handel) of de kantonrechter. Aanpassing van het griffierecht zou wel plaats kunnen vinden indien sprake is van misbruik van recht. Hieronder valt onder meer de situatie dat eiser – gelet op de onevenredigheid tussen de belangen van partijen (waaronder een zeer groot verschil in griffierecht tussen beide procedures) – in redelijkheid niet voor de weg via de voorzieningenrechter (handel) heeft kunnen kiezen.