Laden...

Aanbeveling tarieven kort gedingen kantonzaken en handelszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCiviel > Tarieven, kosten, vergoedingen > Aanbeveling tarieven kort gedingen kantonzaken en handelszaken

Over de tarieven kort gedingen

Deze aanbeveling is een nadere invulling van het Liquidatietarief kanton (per 1 februari 2023) en het liquidatietarief voor handelszaken bij de rechtbank, zie Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven (per 1 februari 2023) onder punt 2: Kort geding.

Deze aanbeveling geldt alleen voor kort gedingen waarin de winnende partij is voorzien van professionele rechtsbijstand. Daaronder vallen professionele gemachtigden, die hun werkzaamheden bij de rechtzoekende in rekening brengen, zoals advocaten en deurwaarders. Ook juristen, niet zijnde advocaten of deurwaarders, of professionele niet-juristen (bijv. een medewerker van een administratiekantoor) hebben recht op salaris gemachtigde. Dat een advocatenkantoor eigen personeel heeft laten optreden als gemachtigde is geen grond om het salaris gemachtigde af te wijzen.


Tarieven per 1 februari 2023

Met ingang van 1 februari 2023 zijn de bedragen geïndexeerd met 6,2%. Indexering gebeurt tweejaarlijks op basis van de CPI (Consumentenprijsindex). Volgens de afgesproken rekenmethode zou de indexering dit jaar uitkomen op 12,4%. Aangezien dit een forse verhoging is en gelet op de plotselinge explosieve inflatie op dit moment, die eigenlijk ingegeven is door één specifieke prijsstijging, is afgesproken dat dit percentage wordt gehalveerd. Aanvullend is afgesproken dat de liquidatietarieven vanaf 1 februari 2024 (tussentijds) opnieuw geïndexeerd worden volgens de eerder afgesproken rekenmethode en dan vervolgens weer op 1 februari 2026.

De nieuwe tarieven zijn van toepassing op kort gedingen waarin vonnis wordt gewezen vanaf 1 februari 2023.


Salaris 1/2/23
Kanton-KG (verstek)€ 529,--
Kanton-KG (contradictoir)
 - eenvoudig
€ 529,--
 - gemiddeld€ 793,--
 - complex€ 1.058,--
 
Handel-KG (verstek)€ 697,--
Handel-KG (contradictoir)
 - eenvoudig (incl. KG die tot bevoegdheid kanton behoren)
€ 697,--
 - gemiddeld€ 1079,--
 - complex€ 1.619,--
 intellectuele eigendom

indicatietarieven IE rechtbanken (pdf, 295,4 KB)



Beslagkosten

€  540,--

Buitengerechtelijke kosten

Nakosten

€ max 132,--

Handel-KG: € 173,--
(€ 271,-- conv+reconv)
+ € 90,-bij betekening

NB 1
Als de professionele rechtsbijstandsverlener van de winnende partij geen advocaat is, kan de rechter daarmee rekening houden en het salaris bepalen op de helft van het normale salaris.

NB 2
Voor een extra zitting (mits inhoudelijk van aard en mits de eerste zitting ook inhoudelijk is geweest) kan de helft van het toepasselijke tarief extra worden toegekend.

Verstek en verzet zowel in een kantonzaak als in een handelszaak:

  • Bekrachtiging verstekvonnis in verzet: oorspronkelijk eiser heeft in verstekzaak al
    € 498/656 (kanton/handelszaak) aan salaris toegewezen gekregen (en heeft daarvoor dus al een titel). Dat blijft zo. Voor de verzetszaak wordt het toepasselijke tarief in een contradictoir KG berekend aan de hand van de complexiteit van de zaak, dus bij een gemiddelde zaak: € 622/1.016.
  • Vernietiging verstekvonnis in verzet: de proceskostenveroordeling ten gunste van de oorspronkelijk eiser wordt mede vernietigd. (Oorspronkelijk) gedaagde krijgt salaris conform de nieuwe KG-staffel in contradictoire KG's, afhankelijk van de complexiteit.

NB 3
Als een reconventionele vordering voortvloeit uit het verweer in conventie, wordt het normaal toe te kennen salaris gehalveerd.

NB 4
Indien een vordering in kort geding (in conventie) vóór de dienende dag wordt ingetrokken, kan een proceskostenveroordeling worden uitgesproken (HR van 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087 en artikel 9.1 Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie).  

NB 5
Aanbevolen wordt om in een zaak die als handels-KG is aangebracht, maar (ook) behoort tot de bevoegdheid van de kantonrechter, het griffierecht dat voor rekening van de veroordeelde komt, niet aan te passen aan het kort gedingtarief dat bij de kantonrechter zou hebben gegolden. De speelruimte voor de rechter om het griffierecht aan te passen is kleiner dan bij het bepalen van het salaris (vgl. artikel 237 lid 5 Rv). Van nodeloos gemaakte kosten als bedoeld in artikel 237 lid 1 Rv is geen sprake, omdat de wetgever ervoor heeft gekozen om eiser de keuze te geven tussen het benaderen van de voorzieningenrechter (handel) of de kantonrechter. Aanpassing van het griffierecht zou wel plaats kunnen vinden indien sprake is van misbruik van recht. Hieronder valt onder meer de situatie dat eiser – gelet op de onevenredigheid tussen de belangen van partijen (waaronder een zeer groot verschil in griffierecht tussen beide procedures) – in redelijkheid niet voor de weg via de voorzieningenrechter (handel) heeft kunnen kiezen. 

Eerdere indexeringen

Vastgesteld door het LOVCK&T op: 9 december 2013, van toepassing op kort gedingen waarin vonnis wordt gewezen vanaf 15 juli 2014. De aanpassing van NB2 en NB5 is vastgesteld door LOVCK&T op 13 april 2015. De aanpassing van NB4 is vastgesteld door LOVCK&T op 13 maart 2018.

Indexering: de tarieven zijn geïndexeerd voor handel per 1 mei 2018 en voor kanton per 1 januari 2019. Het LOVCK heeft op 3 november 2020 besloten om de tarieven tweejaarlijks te indexeren waarbij voor de berekening wordt uitgegaan van de CPI (Consumentenprijsindex) net zoals bij de liquidatietarieven voor rechtbanken en gerechtshoven. Per 1 februari 2021 en per 1 februari 2023 zijn de tarieven opnieuw (tussentijds) geïndexeerd.