Toelichting model klachtenregeling

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksContact > U heeft een klacht > Toelichting model klachtenregeling

1. Werkingsomvang

1.1. De werkingsomvang van de klachtenregeling wordt bepaald door artikel 2.  juncto artikel 7. Geklaagd kan worden over gedragingen jegens klager binnen de organisatie waarvoor het bestuur verantwoordelijk is. Daaronder kan ook het functioneren van de organisatie van het gerecht in het algemeen worden begrepen, ook al is de gedraging niet (zonder meer) te herleiden tot een concrete gedraging van een bepaald persoon. Zo kan geklaagd worden, om een paar voorbeelden te noemen, over de slechte bereikbaarheid van het gerechtsgebouw, het te laat reageren op brieven en de slechte toegankelijkheid van de zittingzaal.
Daarnaast kan geklaagd worden over de bejegening van klager door personen, werkzaam in of bij X.  Artikel 7, lid 2 biedt de grondslag om niet in te gaan op kennelijk lichtvaardige klachten.

1.2. Rechterlijke beslissingen, waaronder begrepen die van procedurele (procesrechtelijke) aard, welke de rechter tijdens of buiten een terechtzitting neemt, vallen buiten het bereik van deze regeling.
Te denken valt hier aan kwesties als ordemaatregelen ter zitting (b.v. het ontnemen van het woord aan een verdachte of procespartij of het verbieden dat gefilmd wordt e.d.) en beslissingen buiten de zitting zoals het - ondanks protest van een partij - toch door laten gaan van een zitting.

 

1.3. Wanneer zich een omstandigheid voordoet die aanleiding tot wraking geeft of had kunnen geven, dan kan geen klacht worden ingediend, maar dient  van de daarvoor gegeven wettelijke voorziening gebruik gemaakt te worden  (artikel 7, eerste lid, onder e.). De mogelijkheid van een disciplinaire maatregel staat aan het indienen van een klacht niet in de weg. Dit geldt ook voor de klachtprocedure bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad (artikel 14a en volgende Wet op de rechterlijke organisatie). Tenslotte, ook al kan een actie uit onrechtmatige daad worden ingesteld, dan belet deze omstandigheid niet dat een klacht wordt ingediend.

 

           

 

2. Personen over wier gedrag geklaagd kan worden

Deze groep wordt  omschreven in artikel 2 lid 3. Geklaagd kan worden over gedragingen van personen waarvoor het bestuur verantwoordelijk kan worden gesteld. Daaronder zijn  volgens deze regeling ook begrepen de president van het gerecht, de coördinerend kantonrechter, de directeur van het gerecht en de directeur van de arrondissementale stafdienst. Tot de onder 2 lid 3 onder e, vermelde personen worden gerekend gedetacheerden, uitzendkrachten en stagiaires. Buiten de regeling vallen gedragingen van gerechtsdeurwaarders en gerechtstolken, die optreden bij X.

 

       

 

3. De klacht en de behandeling daarvan

3.1. Het  bestuur is verantwoordelijk voor de wijze van afhandeling van de klacht. Het kan, indien de klacht daartoe aanleiding geeft, de klachtadviescommissie (artikelen 11 t/m 13) inschakelen. De beslissing om de klachtadviescommissie in te schakelen kan genomen worden op het moment dat de klacht ontvangen is of op een later tijdstip.

3.2. Een mondelinge klacht valt buiten deze regeling.

3.3. Informele afdoening van de schriftelijke klacht naar tevredenheid van de klager blijft, zoals in artikel 4 is opgenomen, steeds mogelijk tot op het moment dat het bestuur formeel op de klacht heeft beslist. Klager moet uiteraard hebben ingestemd met deze informele afdoening.

 

3.4. De formulering van artikel 7 lid 1 aanhef maakt duidelijk dat het bestuur in voorkomend geval kan afwijken van de bepalingen genoemd in a. t/m f. Dit is in overeenstemming met de laagdrempeligheid van deze regeling.

 

3.5. De regeling laat de mogelijkheid open dat de klager en degene over wie geklaagd wordt buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord. Indien het bestuur of de klachtadviescommissie derden wensen te horen, dan zal in voorkomend geval rekening moeten worden gehouden met de geheimhoudingsverplichting waartoe artikel 28a Wet op de rechterlijke organisatie de in dat artikel bedoeld personen verplicht.

 

3.6. In een aantal gevallen is het mogelijk om een klacht opnieuw ter beoordeling voor te leggen aan een persoon of een college buiten de organisatie van X. Deze beoordeling draagt echter niet het karakter van een hoger beroep, omdat niet de beslissing op de klacht door het bestuur van X maar de klacht zelf opnieuw wordt onderzocht.

 

       

 

Overgangsbepaling

Onder de in artikel 15 lid 2 bedoelde klacht wordt ook begrepen de klacht, die de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tot onderzoek, behandeling en afdoening naar de president van X heeft gezonden.

 

       

 

Achtergrond totstandkoming klachtenregeling

De Adviescommissie Toerusting en Organisatie Zittende Magistratuur (Commissie Leemhuis) overwoog destijds in zijn rapport van januari 1998 dat een adequate klachtvoorziening  een belangrijk middel was om de openheid van een organisatie duidelijk te maken en om de kwaliteit te bewaken. Tegen de achtergrond van de invoering van integraal management achtte zij het noodzakelijk dat er per gerecht één klachtbehandelende instantie kwam die zowel klachten zou behandelen die gericht waren tegen gedragingen van leden van de rechterlijke macht als klachten die het ondersteunende personeel betroffen.
In december 1998 heeft het kabinet zijn goedkeuring gehecht aan de nota rechtspraak in de 21e eeuw, een contourennota van de Minister en de staatssecretaris van Justitie, waarin eveneens is gewezen op het belang van een op hoofdstuk 9 van de Awb gebaseerde interne klachtenregeling.
Een en ander is aanleiding geweest om de interne klachtenregeling in het PVRO -programma op te nemen. Er werd een zelfstandig project gemaakt van de doelstelling; er werd een projectteam samengesteld, bestaande uit een projectleider, een projectsecretaris, en vijf teamleden die zodanig werden gekozen dat daarin de rechtbanken, de gerechtshoven, het OM, de kantongerechten en de DGB's/ directeuren stafdiensten vertegenwoordigd waren.
Het team kreeg in de opdracht een modelregeling op te stellen en die opdracht vervolgens uitgevoerd.

De regeling is gebaseerd op hoofdstuk 9 van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb). Deze wet is op grond van  art.1:1 lid 1 sub c. Awb weliswaar niet van toepassing op organen met rechtspraak belast, maar volgens artikel 2.2.2.4 lid 3 van het  wetsvoorstel Wet organisatie en bestuur gerechten zal afdeling 9:2 van de Awb van overeenkomstige toepassing zijn.

De tekst van de modelregeling werd op 11 december 2000 in de Presidentenvergadering goedgekeurd. Per 1 april 2001 is de modelregeling in nagenoeg alle gerechten ingevoerd.

                   
           

 

 

  
 

 

Zie ook:

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum