Laden...

Artikel 47 Participatiewet (PW) en verordening gemeente over cliëntenparticipatie strekken niet tot bescherming belangen individuele leden cliëntenraad

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Artikel 47 Participatiewet (PW) en verordening gemeente over cliëntenparticipatie strekken niet tot bescherming belangen individuele leden cliëntenraad
Utrecht, 08 april 2020

Het bestuur van een gemeenschappelijke sociale dienst heeft meerdere leden van de krachtens artikel 47 van de PW ingestelde cliëntenraad met onmiddellijke ingang ontslagen. Enkele ontslagen leden waren het hier niet mee eens en zijn, na bezwaar en beroep, in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) tegen hun ontslag opgekomen.

Eerdere rechtspraak
In deze uitspraak bevestigt de CRvB zijn eerdere uitspraak van 20 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3707. Daarin heeft de CRvB geoordeeld dat artikel 47 van de PW niet strekt tot bescherming van de individuele belangen van leden van een cliëntenraad. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 47 van de PW blijkt dat de wetgever met deze bepaling slechts heeft beoogd de actieve betrokkenheid van personen die met de PW te maken krijgen te waarborgen. De precieze wijze waarop de gemeenten deze actieve betrokkenheid vormgeven, kan de gemeenteraad zelf bij verordening bepalen.

Verordening
De CRvB heeft in de onderhavige uitspraak verder geoordeeld dat de regels in de krachtens artikel 47 van de PW vastgestelde verordening over cliëntenparticipatie ook niet strekt tot bescherming van de individuele belangen van de leden van een cliëntenraad. Een krachtens artikel 47 van de PW vastgestelde verordening kan namelijk geen bredere strekking hebben dan die bepaling.

Relativiteitvereiste
Ook bestaat er geen grond voor toepassing van de zogenoemde correctie-Widdershoven over de toepassing van het relativiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht. In zijn conclusie van 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3680, heeft de advocaat-generaal Widdershoven geconcludeerd dat de schending van een norm die niet de bescherming beoogt van de belangen van een belanghebbende, en die op zichzelf genomen dus niet tot vernietiging zou kunnen leiden, kan bijdragen tot het oordeel dat het vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel is geschonden en dus toch tot vernietiging van een besluit aanleiding kan geven. Appellanten hebben hun beroep niet nader onderbouwd. De enkele stelling dat zij de mogelijkheid moeten hebben om hun naam te zuiveren en hun positie als lid te herstellen, kan niet leiden tot een correctie als hier bedoeld.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep in deze zaken is een eindoordeel.
---------------------------------------------------------------------------------------
Centrale Raad van Beroep, 8 april 2020

Zaaknummer 19/12PW, 19/13 PW, 19/14 PW, 19/15 PW, 19/16 PW, 19/17 PW,
ECLI:NL:CRVB:2020:873

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.


Voor eventuele vragen over dit nieuwsbericht kunt u zich wenden tot de afdeling communicatie, tel: 088-3614238 of e-mail: voorlichting.crvb@rechtspraak.nl

Uitspraken