Hoogte vastgestelde bijdrage Wmo 2015 op wettelijke grondslag gebaseerd

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Hoogte vastgestelde bijdrage Wmo 2015 op wettelijke grondslag gebaseerd
Utrecht, 21 juni 2018

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 13 juni 2018 dat de hoogte van de vastgestelde bijdrage met de bepalingen in de Wmo 2015 en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 op een wettelijke grondslag is gebaseerd.

Uit het wettelijk systeem van artikel 2.1.4, derde en zesde lid, van de Wmo 2015 en artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 volgt dat CAK aan artikel 2.1.4, zesde lid, van de Wmo 2015 de bevoegdheid ontleent om de bijdrage vast te stellen en dat deze bevoegdheid, net zoals dat bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor de eigen bijdrage bij een individuele voorziening het geval was (zie de uitspraak van de Raad van 21 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1583), wordt beperkt door de maximale periodebijdrage en de hoogte van de kostprijs van de voorziening. Met CAK is de Raad daarom van oordeel dat de hier aan de orde zijnde hoogte van de vastgestelde bijdrage op een wettelijke grondslag is gebaseerd.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten