Laden...

Inschrijfverplichting uitzendbureaus niet strijdig met Europees recht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Inschrijfverplichting uitzendbureaus niet strijdig met Europees recht
Utrecht, 02 december 2020


Om misbruik van en met uitzendkrachten tegen te gaan, is in de wet opgenomen dat uitzendbureaus zich moeten inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Als die inschrijving er niet is, kunnen zowel het uitzendbureau als de werkgever die gebruik maakt van dat uitzendbureau een boete krijgen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft vandaag geoordeeld dat deze inschrijfverplichting niet in strijd is met het Europees recht. Daarnaast heeft de CRvB geoordeeld dat het huidige boetestelsel te weinig ruimte biedt om onderscheid te kunnen maken in de hoogte van de boete. De CRvB formuleert daarom zelf criteria zodat een hogere boete opgelegd kan worden bij opzettelijke overtreding van de wet en een lagere boete wanneer geen sprake is van opzet.

Het geschil

In deze zaak ging het om een werkgever die werknemers in dienst had via een Pools uitzendbureau. Dit Poolse uitzendbureau was niet ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De werkgever kreeg daarom een boete opgelegd.

De werkgever is van mening dat de verplichting van het Pools uitzendbureau om zich in het Nederlandse Handelsregister in te schrijven, een beperking vormt van het vrij verrichten van diensten en daarom in strijd is met het Europees recht. Daarnaast vond zij de opgelegde boete veel te hoog. 

Algemeen belang weegt zwaarder

De inschrijfverplichting in het Nederlandse Handelsregister maakt het voor uitzendbureaus in andere lidstaten minder aantrekkelijk om in Nederland hun diensten aan te bieden. En het verbod om werknemers in te huren via buitenlandse uitzendbureaus die niet in Nederland zijn ingeschreven, belemmert werkgevers om van die uitzendbureaus gebruik te maken. Deze registratieplicht en het verbod vormen dan ook inderdaad beperkingen op het vrij verrichten van diensten.

Toch is dit niet in strijd met het Europees recht. Het algemeen belang, te weten bescherming van werknemers en het bestrijden van fraude, weegt namelijk zwaarder. Bovendien gaat het om een kosteloze eenmalige registratie die volledig online kan plaatsvinden. Een werkgever kan op eenvoudige wijze controleren of een uitzendbureau geregistreerd is in het Nederlandse Handelsregister.

Aanpassing hoogte van de boete

De werkgever in deze zaak heeft dan ook terecht een boete gekregen. De hoogte van de boete is wel verlaagd. De CRvB heeft geoordeeld dat het huidige boetestelsel te weinig onderscheid maakt in de mate waarin de overtreding kan worden verweten. Daarom sluit de CRvB bij het vaststellen van de hoogte van de boete aan bij het Boetebesluit sociale zekerheidswetten. Daarbij hangt de hoogte van de boete af van de mate van verwijtbaarheid: hoe meer verwijt er in het spel is, hoe hoger de boete.

Het oordeel van de CRvB is in deze zaken een eindoordeel.

Meer informatie

Dit is een persbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend. Voor eventuele vragen over dit persbericht kunt u zich wenden tot de afdeling communicatie, tel: 088-3611730 of e-mail: communicatie.crvb@rechtspraak.nl.

Uitspraken

Meest gelezen berichten