Fortisschikking: gerechtshof Amsterdam spreekt verbindendverklaring uit

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Fortisschikking: gerechtshof Amsterdam spreekt verbindendverklaring uit
Amsterdam, 13 juli 2018

De Fortisschikking is verbindend verklaard. Dat heeft het gerechtshof Amsterdam vandaag bepaald in een einduitspraak. De schikking is bedoeld voor iedereen die in de periode van 28 februari 2007 tot en met 14 oktober 2008 aandeelhouder was van het toenmalige Belgisch/Nederlandse Fortis. Er is voor deze aandeelhouders in totaal ruim € 1,3 miljard beschikbaar.

Schikking

De schikking is gesloten tussen Ageas en een aantal belangenorganisaties (VEB, Deminor, FortisEffect en SICAF) in verband met gebeurtenissen in 2007 en 2008 bij het voormalige Fortis die van invloed kunnen zijn geweest op de koers van de aandelen. Het gaat met name om de communicatie (of het gebrek daaraan) en het beleid van Fortis ten aanzien van haar financiële positie, de overname van ABN Amro en de aanloop naar de opsplitsing van Fortis, zoals nader omschreven in de schikking.

Aanpassing van de schikking

Op 16 juni 2017 heeft het gerechtshof uitspraak in deze zaak gedaan en de schikking zoals die toen was niet verbindend verklaard. De schikking is aangepast en die is nu verbindend verklaard. Actieve en niet actieve aandeelhouders krijgen nu evenveel per aandeel. Niet veranderd zijn de bedragen die de belangenorganisaties van Ageas krijgen. Op een aparte zitting is een betere toelichting hierop gegeven. Het gerechtshof vindt die vergoedingen nog steeds hoog, maar toch niet onredelijk.

Extra vergoeding voor de actieve aandeelhouders

De aandeelhouders die hebben geprocedeerd tegen Fortis/Ageas of zich hebben aangesloten bij een belangenorganisatie worden actieve aandeelhouders genoemd. Zij krijgen een extra vergoeding van 25% naast de vergoedingen voor de aandelen die voor iedereen gelijk zijn. Als reden voor die extra vergoeding is aangevoerd dat deze aandeelhouders nadeel hebben dat gecompenseerd moet worden. Het gerechtshof heeft die extra vergoeding redelijk gevonden, behalve voor de leden van VEB (Vereniging van Effectenbezitters). Voor de leden van de VEB is er geen nadeel dat gecompenseerd moet worden. VEB zelf heeft wel kosten gemaakt, maar voor die kosten wordt zij voldoende gecompenseerd met de vergoeding van Ageas. De aandeelhouders die zich hebben aangesloten bij een commerciële belangenorganisatie moeten wel betalen voor de belangenbehartiging. Zij hebben daardoor een andere positie dan de leden van de VEB en de niet-actieve aandeelhouders, zodat voor hen een extra vergoeding gerechtvaardigd is.

Afwijzing verbindendverklaring niet gerechtvaardigd

Omdat de VEB wil dat haar leden een hogere vergoeding krijgen dan gerechtvaardigd is, heeft het gerechtshof geoordeeld dat de VEB niet mee kan doen met de schikking. De resterende belangenorganisaties waren samen nog voldoende representatief om een verbindendverklaring te kunnen toewijzen. Het gerechtshof mag de schikkingsovereenkomst niet wijzigen en is alleen bevoegd de schikkingsovereenkomst geheel verbindend te verklaren of het verzoek geheel af te wijzen. Het gerechtshof stond dus voor de vraag of de extra vergoeding voor de achterban van VEB een reden was om de verbindendverklaring geheel af te wijzen. Dat vond het gerechtshof, alles afwegende, niet verantwoord. Het belang van alle aandeelhouders samen en het belang van Ageas tot beëindiging van alle geschillen is daarmee niet gediend. Dit heeft tot gevolg gehad dat de gehele overeenkomst verbindend is verklaard, inclusief de vergoeding voor de achterban van VEB. Dat het verzoek van VEB is afgewezen, heeft dus geen gevolgen voor de vergoeding voor de leden van VEB. Ook als het verzoek is afgewezen ten aanzien van VEB, blijven haar leden voldoen aan de definitie in de overeenkomst van actieve aandeelhouders en hebben zij formeel recht op de extra vergoeding van 25%.

Opt out

Na de verbindendverklaring is de schikkingsovereenkomst geldig voor alle voormalige aandeelhouders van (voorheen) Fortis. Dat geldt dus ook voor de aandeelhouders die niet bij de onderhandelingen waren betrokken. Een aandeelhouder is hieraan alleen niet gebonden als hij tijdig een verklaring indient dat hij niet gebonden wil zijn (opt out). De termijn daarvoor is vastgesteld op 5 maanden nadat van de verbindendverklaring mededeling is gedaan in een aantal nieuwsbladen en op een paar websites. De opt out-verklaring moet worden ingediend bij de Claims Administrator (zie voor informatie daarover www.forsettlement.com).

Uitspraken

Meest gelezen berichten