Hof Amsterdam beslist tot strafrechtelijke vervolging Powned

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Hof Amsterdam beslist tot strafrechtelijke vervolging Powned
Amsterdam, 15 juni 2017

In een beklagzaak die dhr. Hoes had aangespannen, heeft het hof op 14 juni 2017 beslist dat de officier van justitie moet overgaan tot strafrechtelijke vervolging van beklaagde Powned en de andere beklaagde H. Tevens is aan de officier van justitie een last gegeven een onderzoek te laten verrichten door de rechter-commissaris. Deze dient medewerkers van de omroep als getuigen te horen die rechtstreeks betrokken waren bij audiovisuele opnamen van H.
Na sluiting van het onderzoek door de rechter-commissaris moet de officier van justitie beslissen of er voldoende feitelijke basis is voor (verdere) vervolging. Als de officier van justitie meent dat dat niet zo is, zal deze de zaak opnieuw aan het hof moeten voorleggen.

De audiovisuele opnamen

De omroep had aan beklaagde H. op 3 oktober 2014 in Hilversum en op 9 oktober 2014 in Maastricht een verborgen camera en microfoon meegegeven om heimelijk opnamen te maken van zijn gesprekken met de klager. De klager heeft geen toestemming gegeven voor de opnamen, die de omroep voor een gedeelte heeft uitgezonden op 3 december 2014.

Aangifte en wens tot vervolging door klager

De klager had aangifte gedaan van dit handelen van de beklaagden en vond dat zij hiervoor strafrechtelijk moesten worden vervolgd. De officier van justitie zag af van vervolging in 2015.

Tegengestelde belangen

Klager stelde in de beklagprocedure dat de beklaagden door hun handelen inbreuk hebben gemaakt op zijn privé leven en dat zijn persoonlijke levenssfeer, zijn eer en goede naam onder het mom van persvrijheid zijn aangetast. Hij vindt dat de omroep en beklaagde H. daarom alsnog strafrechtelijk vervolgd moeten worden.
De omroep heeft hierop gereageerd met de stellingen dat hem een beroep toekomt op het recht op vrijheid van meningsuiting en dat de gebruikte middelen in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd waren. Beklaagde H. voerde aan dat door zijn handelen geen ongerechtvaardigde inbreuk op het privé leven van klager is gemaakt.

Belangenafweging hof

Het hof heeft geoordeeld dat de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen zou kunnen komen tot een bewezenverklaring van enig strafbaar feit. Daarnaast vindt het hof dat het alsnog instellen van een strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd is, gelet op alle omstandigheden die in dit geval aan de orde zijn. Er moet een belangenafweging gemaakt worden tussen de conflicterende grondrechten: het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op vrijheid van meningsuiting. Bij een botsing van deze grondrechten kan uit artikel 10 EVRM noch uit de jurisprudentie worden geconcludeerd dat het recht op vrijheid van meningsuiting altijd voorrang zou moeten krijgen. Het hof vindt dat niet op voorhand kan worden gezegd dat elk bevel tot vervolging op grond van de feiten waarop het beklag betrekking heeft in strijd zal zijn met artikel 10 EVRM.
Het hof heeft tenslotte overwogen dat een openbare behandeling van de zaak voor de strafrechter het meeste recht doet aan een zorgvuldige bepaling van het subtiele evenwicht tussen genoemde conflicterende grondrechten.

Informatie artikel 12 SV

Informatie over de artikel12 SV procedure kunt u vinden op deze pagina op Rechtspraak.nl

Uitspraken

Meest gelezen berichten