Beperking omvang processtukken
De voorschriften met betrekking tot de maximale omvang van processtukken zoals met ingang van 1 juli 2024 opgenomen in paragraaf 1.1.1.10. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven en paragraaf 2.13.1. van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven gelden niet voor bij de Ondernemingskamer gevoerde procedures in eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State)..
Met betrekking tot de omvang van processtukken hanteert de Ondernemingskamer de volgende uitgangspunten:
- Een verzoekschriftEen verzoekschrift is een document waarmee u de procedure start en waarin u de rechter vraagt om iets te beslissen. Het verzoekschrift moet aan bepaalde eisen voldoen. of een verweerschriftEen document met daarin een reactie op een verzoekschrift. Het verweerschrift moet aan bepaalde eisen voldoen. beslaat in beginsel ten hoogste 35 bladzijden (exclusief partijvermelding, inhoudsopgave en petitum) met een minimale lettergrootte in een courant lettertype (zoals Times New Roman, Courier of Arial) van 11 punten (voetnoten 9 punten) en een minimale regelafstand van 1, met marges boven, onder, links en rechts van ten minste 2,5 cm op A4-formaat.
Dit geldt ook voor (gecombineerde) verzoekschriften waarin verzoeken tot uitstoting of uittreding samen met een verzoek tot het gelasten van een enquêteZitting waarin de rechter getuigen hoort in een civiele zaak. en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen worden gedaan in één verzoekschrift. - Een verweerschrift tegen een zelfstandig tegenverzoek of een nadere akteOndertekend geschrift dat als bewijs kan dienen. beslaat in beginsel ten hoogste 15 bladzijden.
Verzoekschriftenprocedures
Indienen verzoekschrift
Verzoekschriften, verweerschriften en de overige in het geding te brengen stukken worden zowel fysiek als digitaal ingediend, door tussenkomstSituatie waarin een derde partij zich stelt (tussenkomt) in een lopende zaak. van een advocaat. Fysieke exemplaren worden in zevenvoud ingediend. Indien er meer dan één wederpartij is, worden er zoveel meer exemplaren ingediend als er meer wederpartijen zijn.
Partijen wordt verzocht om, in overleg met de griffieAdministratieve afdeling van een gerecht., de stukken tevens via veilig mailen of e-mail (ondernemingskamer@rechtspraak.nl- U verlaat Rechtspraak.nl) digitaal in te dienen.
Ten aanzien van alle door partijen in te dienen fysieke stukken geldt het uitdrukkelijke verzoek deze in te voegen in een snelhechter (niet in een ordner of ringband).
Het verzoekschrift bevat een duidelijke aanduiding van de naam en het woon-/vestigings-, post- en e-mailadres van de verweerster(s) en de eventuele belanghebbendeIemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft.(n).
Bij het verzoekschrift worden de volgende stukken gevoegd:
- actuele uittreksels uit het handelsregister van de KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. van Koophandel betreffende de verzoekerIndiener van een verzoekschrift.(s), verweerster(s) en, voor zover van toepassing, van eventuele belanghebbende(n), voor zover partijen rechtspersonen zijn;
- in geval van een enquêteverzoek: een exemplaar van de vigerende statuten van de verweerderIn civiel of bestuursrecht: de tegenpartij van de verzoeker of eiser.(s);
- een genummerd overzicht van de bij het verzoekschrift gevoegde producties; en
- een organogram.
Eventueel later over te leggen producties worden doorgenummerd op de oorspronkelijke nummering en voorzien van een cumulatief overzicht. Dat overzicht vermeldt beknopt de reden van overlegging. Bij of spoedig na indiening van het verzoekschrift wordt, bij brief, veilig mailen of e-mail, opgave gedaan van:
- de bij de zaak betrokken accountant(s), en
- de verhinderdata van (de advocaten van) de betrokken partijen.
Producties worden voorzien van papieren tabbladen (bij voorkeur met een uitstekend gedeelte).
Digitale aanlevering processtukken
Partijen wordt verzocht om, in overleg met de griffie, de stukken tevens via veilig mailen of e-mail (ondernemingskamer@rechtspraak.nl- U verlaat Rechtspraak.nl) digitaal in te dienen conform de volgende instructies:
- Processtukken en producties/bijlagen worden digitaal ingediend per e-mail (ondernemingskamer@rechtspraak.nl- U verlaat Rechtspraak.nl) en kunnen met behulp van een link worden gedownload.
- Indien het processtuk geen automatische hyperlinks naar de bijbehorende producties/bijlagen bevat, worden het processtuk en de producties/bijlagen in twee afzonderlijke bestanden aangeleverd.
- Het bestand met het processtuk heeft een korte, duidelijke en passende benaming.
- Het bestand met producties/bijlagen is met bookmarks (bladwijzers) geordend en hebben als benaming: 'productie 1, 2, 3 etc.'.
- Een genummerd overzicht van de bij het processtuk gevoegde producties/bijlagen wordt eveneens als een los bestand aangeleverd.
- De bestanden met processtukken en producties/bijlagen zijn OCR gescand of bewerkt, zodat deze doorzoekbaar zijn.
- De bestanden zijn niet groter dan 200 Mb en zijn bij voorkeur rechtop ingescand (niet gekanteld).
Mondelinge behandeling
Na indiening van het verzoekschrift wordt een datum bepaald voor de mondelinge behandeling van het verzoek en vindt oproeping plaats door de griffier. Niet uitgesloten kan worden dat, ondanks een opgegeven verhindering, op de desbetreffende dag de mondelinge behandeling wordt bepaald.
De behandeling van het verzoek vindt plaats ter terechtzitting van de Ondernemingskamer in het Paleis van JustitieEen gebouw waar rechtbanken en gerechtelijke instanties hun zittingen houden. aan IJdok 20 te Amsterdam. De Ondernemingskamer houdt zitting op de donderdag. In uitzonderlijke gevallen kan worden bepaald dat op een andere dag dan een donderdag zitting wordt gehouden. In de maand augustus zal er niet elke week een zitting plaatsvinden.
Tenzij anders wordt bepaald, geldt bij de mondelinge behandeling een spreektijd van 20 minuten per (cluster van) procespartij(en), exclusief re- en dupliekHet antwoord van de gedaagde op de conclusie van repliek door de eiser in de dagvaardingsprocedure (civiele zaken).. De Ondernemingskamer stelt het op prijs indien partijen met gelijklopende belangen (cluster) hun betogen zoveel als mogelijk onderling afstemmen en overlapping vermijden. Afhankelijk van de agenda van de Ondernemingskamer kan de spreektijd (verder) worden beperkt.
In de regel wordt iedere week op deze website op de nieuwspagina bekendgemaakt welke zaken die week ter terechtzitting worden behandeld.
Indienen verweerschrift
De verweerder(s) en de (mogelijk) belanghebbende(n) kunnen voorafgaand aan de mondelinge behandeling – door tussenkomst van een advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. – een verweerschrift indienen. Verweerschriften worden, tenzij anders wordt bepaald, uiterlijk drie weken vóór de mondelinge behandeling ter griffie van de Ondernemingskamer ingediend. Voor het overige wordt verwezen naar het
- Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven - 17e versie, vanaf 1 januari 2026 (pdf, 747 KB)
- Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven - 16e versie, juli 2024 - januari 2026 (pdf, 893 KB)
- Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven - 11e versie, tot 1 oktober 2019 (pdf, 1 MB)
Spoedverzoeken
Bij spoedverzoeken dient de verzoeker de spoedeisendheid in een afzonderlijke begeleidende brief toe te lichten. Indien van spoedeisendheid voldoende gebleken is, zal de mondelinge behandeling spoedig – zo mogelijk zelfs de eerstvolgende donderdag - plaatsvinden. Verzoeken ingediend op maandag na 12.00 uur zullen in beginsel niet al diezelfde week mondeling behandeld worden. Voorafgaand overleg met de griffie van de Ondernemingskamer is bij spoedverzoeken noodzakelijk, mede omdat de gedingstukken in deze zaken (mogelijk) rechtstreeks moeten worden toegezonden aan de wederpartij(en) en aan de leden van de Ondernemingskamer die geen kantoor houden op het adres van de Ondernemingskamer.
Griffierecht
Het griffierecht voor een verzoekschriftprocedure bij de Ondernemingskamer bedraagt voor rechtspersonen € 851. Voor natuurlijke personen is het griffierechtDe kosten die u moet betalen aan de rechtbank bij de start van uw procedure. € 373.
Uitgangspunten voor de behandeling van verzoeken tot uitstoting of uittreding (art. 2:336a en art. 2:343 BW).
Met ingang van 1 januari 2025 kunnen verzoeken tot uitstoting of uittreding in eerste aanleg bij verzoekschrift worden gedaan bij de Ondernemingskamer.
Hetgeen hiervoor is vermeld over de beperking van de omvang van processtukken, het indienen van verzoekschriften en het digitaal aanleveren van processtukken is daarop onverkort van toepassing.
Verzoeken tot uitstoting of uittreding kunnen samen met een verzoek tot het gelasten van een enquête en het treffen van onmiddellijke voorzieningen worden gedaan in één verzoekschrift. In dat geval wordt één keer griffierecht geheven.
Voor verzoeken tot uitstoting of uittreding geldt in aanvulling op hetgeen hiervoor onder Mondelinge behandeling is vermeld het volgende. Na indiening van het verzoekschrift wordt een datum bepaald voor de mondelinge behandeling. OproepingDwingend verzoek om voor de rechter te komen als partij of getuige. vindt plaats door de griffier. Daarnaast dient de verzoeker de verweerders (de vennootschap en de overige aandeelhouders of certificaathouders tot wie het verzoek zich richt) voor de mondelinge behandeling op te roepen bij exploot (art. 2:336a lid 3 jo art. 2:343 lid 2 BW).
Bij verzoeken tot uitstoting of uittreding wordt vanaf de oproeping in beginsel ten minste een termijn van zes weken gehanteerd voor het indienen van een verweerschrift. In afwijking van hetgeen hiervoor onder Indiening verweerschrift is vermeld worden verweerschriften, tenzij anders wordt bepaald, uiterlijk vier weken vóór de mondelinge behandeling ter griffie van de Ondernemingskamer ingediend. Partijen kunnen steeds verzoeken om afwijkende termijnen voor de behandeling van hun verzoek.
In complexere zaken met meerdere verzoeken en/of samenhangende vorderingen kan ambtshalve of op verzoek van partijen een (digitale) regiezittingZitting in een rechtbank of gerechtshof ter voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak. ten overstaan van een raadsheer-commissaris worden bepaald, waarbij met partijen zo nodig procesafspraken gemaakt kunnen worden over de proces(volg)orde, termijnen en (de wijze van) het aanleveren van (nadere) informatie.
De Ondernemingskamer kan in iedere stand van het geding, na partijen te hebben gehoord, besluiten om de zaak te splitsen indien het verzoek tot uitstoting of uittreding en de daarmee samenhangende vorderingen zich niet lenen voor gezamenlijke behandeling in één feitelijke instantie (art. 2:336a lid 7 jo art. 2:343 lid 2 BW).
De Ondernemingskamer kan steeds besluiten dat een verzoek tot uitstoting of uittreding en een verzoek tot het gelasten van een enquête en het treffen van onmiddellijke voorzieningen – bijvoorbeeld in verband met de vereiste spoed – apart behandeld zullen worden. Hetgeen hiervoor met betrekking tot Spoedverzoeken is vermeld is onverkort van toepassing.
De Ondernemingskamer heeft een Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling vastgesteld. Deze vindt u hier (pdf, 273 KB).
Dagvaardingsprocedures
Dagvaardingsprocedures waarin de Ondernemingskamer beslist, worden aangebracht bij de eerste enkelvoudige civiele kamer.
Wenken voor uitkooprocedures
Preambule
In uitkoopzaken mist de Ondernemingskamer met enige regelmaat bepaalde stukken. Dat heeft tot gevolg dat er een tussenarrest moet worden gewezen en dat - daarmee - de doorlooptijd langer wordt of eiserDegene die een civiele dagvaardingsprocedure of een bestuursrechtelijke procedure begint.(es) niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. wordt verklaard. Dat kan worden voorkomen, in het belang van alle betrokkenen.
Over te leggen stukken
In uitkoopprocedures dient de eisende partij aan te tonen dat hij aan het kapitaal- en/of stemrechtvereiste (artikelen 2:92a lid 1, 2:201a lid 1 en 2:359c lid 1 BW) voldoet en de gezamenlijke andere aandeelhouders heeft gedagvaard. Met het oog op de (ambtshalve) toetsing door de Ondernemingskamer of aan deze vereisten is voldaan en een vlotte procedure, verdient het aanbeveling dat eiser(es) bij de dagvaardingOproep om voor de rechter te verschijnen. (ten minste) de volgende stukken overlegt:
- een exemplaar van de vigerende statuten van de doelvennootschap;
- een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende de doelvennootschap;
- (indien aanwezig) een uittreksel van het aandeelhoudersregister;
- een verklaring van een notaris of een registeraccountant inhoudende dat uit door hem verricht onderzoek blijkt dat de uitkoper voldoet aan het kapitaalsvereiste (en voor zover van toepassing het stemrechtsvereiste) van art. 2:92a/201a/359c lid 1 BW. Uit deze verklaring moet blijken in hoeverre de gebruikte informatie is gecontroleerd en op welke wijze de opsteller van de verklaring tot zijn conclusie is gekomen. De peildatum voor de verklaring is in beginsel de datum van de dagvaarding;
- indien de vordering is ingesteld door twee of meer aandeelhouders: een beredeneerde verklaring van een notaris of een registeraccountant inhoudende dat uit door hem verricht onderzoek blijkt dat uitkopers groepsmaatschappijen zijn; en, in het kader van de prijsbepaling;
- een beredeneerde verklaring van een notaris of een registeraccountant inhoudende dat uit door hem verricht onderzoek blijkt op welk moment de uitkoper 95% van de aandelen in de doelvennootschap heeft verkregen.
Indien de vordering is gestoeld op artikel 2:359c BW is – in het kader van het prijsvermoeden – van belang dat de Ondernemingskamer tevens beschikt over door een notaris of registeraccountant geverifieerde gegevens aan de hand waarvan de Ondernemingskamer kan vaststellen:
- welke (certificaten van) aandelen, behorende tot de aandelen (of certificaten) waarop het bod betrekking had, in de berekening van de acceptatiegraad van het bod betrokken dienen te worden (de noemer van de breuk);
- welke door de uitkoper verworven (certificaten van) aandelen in de berekening van de acceptatiegraad van het bod dienen te worden betrokken (de teller van de breuk).
Voor nadere gezichtspunten bij de berekening van deze aantallen wordt verwezen naar hetgeen de Ondernemingskamer daartoe heeft overwogen in OK 4 april 2017, JOR 2017/162 en OK 25 juli 2017, JOR 2017/231 (Royal Reesink).
Procedureel
Ten behoeve van het vaststellen van de hoogte van het verschuldigde griffierecht wordt u verzocht op het H-formulier expliciet te vermelden op hoeveel aandelen de vordering betrekking heeft en welke prijs per aandeel gevorderd wordt. Dagvaardingen, inclusief de producties, worden in zevenvoud ingediend, met een genummerd overzicht van de bij de dagvaarding gevoegde producties.
Eventueel later over te leggen producties worden doorgenummerd op de oorspronkelijke nummering en voorzien van een cumulatief overzicht.
Ten aanzien van alle door partijen in te dienen stukken geldt het uitdrukkelijke verzoek deze in een snelhechter te voegen (niet in een ordner of ringband).
