Gevangenisstraf van negen jaar in ‘Utrechtse koevoetzaak’

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Gevangenisstraf van negen jaar in ‘Utrechtse koevoetzaak’
Arnhem, 24 april 2015

Op 10 juni 2012 is de echtgenote van verdachte A. door geweld om het leven gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij haar meermalen met een koevoet op het hoofd en de hals heeft geslagen terwijl zij in bed lag. Hij heeft steeds ontkend zijn echtgenote te hebben gewurgd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte A. vandaag vrijgesproken van moord en veroordeeld wegens doodslag op zijn echtgenote.

Bij de rechtbank

In eerste aanleg heeft de officier van justitie gevorderd verdachte wegens moord te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren. De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 23 januari 2013 (ECLI:NL:RBMNE:2013:BY9151) geoordeeld dat verdachte opzettelijk en met voorbedachte raad zijn echtgenote om het leven heeft gebracht door haar te wurgen. Verdachte is door de rechtbank dus wegens moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. Door verdachte is hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

Het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd verdachte wegens doodslag te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren.

De discussie in hoger beroep heeft zich toegespitst op de vraag of verdachte bij het doden van zijn echtgenote heeft gehandeld met voorbedachte raad.

Op verzoek van de verdediging is in hoger beroep nader onderzoek verricht. Op grond van de uitkomsten van dat nader onderzoek heeft het hof geoordeeld dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de echtgenote van verdachte door wurging is overleden. Het hof acht gelet op de bevindingen en conclusies van de deskundigen bewezen dat het slachtoffer is overleden aan de gevolgen van het geweld dat met de koevoet door verdachte op haar is uitgeoefend.

Vervolgens is het hof nagegaan of er ander bewijs is dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Tijdens de behandeling is aan de orde geweest of de koevoet vlak voor het feit naast of onder het bed van het slachtoffer lag zoals verdachte heeft verklaard, of dat verdachte deze koevoet van tevoren uit de schuur heeft gehaald. Het hof heeft geoordeeld dat, ook als verdachte de koevoet uit de schuur heeft gehaald, er gelet op de inhoud van het dossier en de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaringen onvoldoende aanwijzingen zijn om te concluderen dat verdachte anders heeft gehandeld dan op basis van een plotselinge emotie.

Gelet hierop is niet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit om zijn echtgenote van het leven te beroven (zoals nodig is om van moord te kunnen spreken) en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Het hof spreekt verdachte daarom vrij van moord.

Het hof heeft, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, wel wettig en overtuigend bewezen geacht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag en heeft hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar.

Uitspraken

Meest gelezen berichten