Hof doet uitspraak inzake dodelijk ongeval op de Nieuw-Loosdrechtsedijk in Loosdrecht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Hof doet uitspraak inzake dodelijk ongeval op de Nieuw-Loosdrechtsedijk in Loosdrecht
Leeuwarden, 26 april 2019

Op 16 maart 2016 heeft op de Nieuw-Loosdrechtsedijk in Loosdrecht een ernstig verkeersongeval plaatsgevonden, als gevolg waarvan een jonge vrouw om het leven is gekomen. Vastgesteld is dat verdachte (vader) onder invloed van alcohol en met zeer hoge snelheid in de door hem bestuurde auto dit ernstige verkeersongeval heeft veroorzaakt. Verder is vastgesteld dat verdachte (zoon) hier ook met zeer hoge snelheid heeft gereden. In hoger beroep moest het hof beoordelen of het door de vader veroorzaakte ongeval aan de zoon als medepleger kan worden toegerekend en of het handelen van verdachte (vader) kan worden aangemerkt als roekeloos in de zin van de wet, zoals de rechtbank in eerste aanleg had gedaan.

Volgens het hof is er voldoende bewijs dat de zoon met forse snelheid op korte afstand achter de vader heeft gereden, maar niet dat het rijgedrag van de zoon van invloed is geweest op het tot het ongeval leidende rijgedrag van de vader. Laatstgenoemde was als eerste weggereden, reed voortdurend voorop en kon zijn eigen snelheid en rijrichting volledig zelf bepalen. Niet gebleken is van een nauwe en bewuste onderlinge samenwerking, zoals voor medeplegen is vereist, zodat niet kan worden bewezen dat het rijgedrag van de zoon het verkeersongeval mede heeft veroorzaakt.

Juridische betekenis roekeloosheid

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, waarop het tenlastegelegde is gebaseerd, kent verschillende gradaties van schuld, waarvan roekeloosheid de zwaarste vorm is. De juridische betekenis van roekeloosheid is niet dezelfde als de betekenis van dit begrip in het normale spraakgebruik. Van belang is verder dat de ernst van de gevolgen, in dit geval een dodelijk slachtoffer, geen rol kan spelen bij de vaststelling van de mate van schuld. Ook is van belang dat in artikel 175, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, aparte strafverzwarende omstandigheden zijn genoemd, waaronder het in ernstige mate overschrijden van de maximumsnelheid en het rijden onder invloed. Omdat deze omstandigheden op zichzelf al strafverzwarend zijn, zijn deze niet genoeg om tot het oordeel te komen dat sprake is van roekeloosheid.

Strafbepaling

Het rijden door verdachte (vader) wordt door het hof aangemerkt als zeer onvoorzichtig in de zin van de wet. Het buitengewoon verwijtbare handelen van verdachte (vader) rechtvaardigt de oplegging van een voor schulddelicten als het onderhavige zeer zware straf. Taakstraffen of geldboetes kunnen bij zo ernstige feiten niet aan de orde zijn. Alles afwegende acht het hof in dit geval een - voor een verkeersdelict - forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden. Daarom is aan verdachte (vader) een gevangenisstraf van drie jaren opgelegd en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van vier jaren.

Ten aanzien van de zoon acht het hof bewezen dat hij zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op de weg of hinder voor het verkeer kon worden veroorzaakt. In hoger beroep is hem in verband met de zeer forse snelheidsovertreding dezelfde straf opgelegd als de rechtbank in eerste aanleg had gedaan, te weten een taakstraf van 100 uren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van een jaar.

Uitspraken