Instructeurs veroordeeld voor ongeluk in zwembad in Rhenen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Instructeurs veroordeeld voor ongeluk in zwembad in Rhenen
Arnhem, 14 november 2018

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag drie zweminstructeurs veroordeeld tot taakstraffen van 60 uur. Zij zijn nalatig geweest bij het uitoefenen van toezicht op de veiligheid van basisschoolleerlingen, die zwemles kregen. Daardoor kon het gebeuren dat een 9-jarig meisje is verdronken.

De feiten

Op 21 september 2015 is de 9-jarige Salam na afloop van het schoolzwemmen dood aangetroffen in het diepe gedeelte van het zwembad ’t Gastland te Rhenen. Het meisje was van Syrische afkomst en nog maar een paar maanden in Nederland. Zij kon niet zwemmen en sprak ook nog geen Nederlands. Hoe en wanneer het meisje te water is geraakt is niet opgehelderd.
Wel is vastgesteld dat zij aan het eind van de les haar kurkgordel heeft afgedaan. Voor haar veiligheid waren geen bijzondere maatregelen getroffen.

De rechtbank

De rechtbank Midden-Nederland heeft de drie zweminstructeurs op 22 juni 2017 voor dood door schuld veroordeeld tot 60 uur werkstraf. Dat was overeenkomstig de eis van de officier van justitie. Alle drie hebben tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal opnieuw veroordeling tot dezelfde straf geëist, omdat de zweminstructeurs in aanmerkelijke mate tekort zijn geschoten in het toezicht op het slachtoffertje. Daardoor kon het gebeuren dat zij onopgemerkt in het diepe gedeelte terecht is gekomen en is verdronken.

De beslissing van het hof

Het gerechtshof stelt voorop dat de zweminstructeurs vanaf het moment dat de leerlingen het gebouw binnenkwamen tot aan hun vertrek toezicht op het diepe en het ondiepe zwembad moesten houden. Nu het slachtoffertje de taal niet sprak, opgroeide in een cultuur waar zwemmen niet gebruikelijk is en zij nog helemaal niet kon zwemmen, hadden de zweminstructeurs het toezicht op die bijzondere omstandigheden moeten afstemmen.

De zweminstructeurs hebben geen bijzondere afspraken gemaakt over het toezicht nadat de groepslessen waren afgelopen. Zij hebben er niet voor gezorgd dat het slachtoffertje niet onopgemerkt bij het voor haar levensgevaarlijke diepe zwembad kwam. Het doet er daarbij niet toe of het meisje na het zwemmen al dan niet is gaan douchen of al naar de kleedruimte was geweest. Vaststaat dat zij op enig moment bij het diepe zwembad heeft kunnen komen en daar is verdronken doordat de zweminstructeurs de situatie onvoldoende in het oog hebben gehouden en haar niet bij dat diepe gedeelte hebben opgemerkt.

Aan de kwaliteit van het toezicht mogen hoge eisen worden gesteld, omdat alleen op die manier een noodlottig incident als dit voorkomen wordt. Als daarin na verloop van tijd een zekere routine sluipt bestaat het risico dat het toezicht –onbedoeld- aan scherpte verliest. Het hof benadrukt dat de zorgplicht voor de veiligheid bepaald wordt door wat de concrete situatie vereist en niet door wat daarover op papier wordt afgesproken.

Bij de straf neemt het hof mede in aanmerking dat ook de zwemdocenten onder de gevolgen van hun onoplettendheid gebukt gaan.

Uitspraken

Meest gelezen berichten