Provincie Gelderland hoeft geen schadevergoeding te betalen aan Vitesse en de financiers van Vitesse

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Provincie Gelderland hoeft geen schadevergoeding te betalen aan Vitesse en de financiers van Vitesse
Arnhem, 09 september 2014

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag een civiele zaak beslist tussen aan de ene zijde Vitesse, de Stichting Vrienden van Vitesse en een aantal particuliere financiers van Vitesse en aan de andere zijde de Provincie Gelderland. De partijen waren alle in 2001 betrokken bij een reddingsplan, dat toen voor Vitesse werd opgesteld omdat de voetbalclub als gevolg van een begrotingstekort haar KNVB-licentie betaald voetbal dreigde kwijt te raken.

De procedure bij het gerechtshof betrof het hoger beroep van een beslissing van de rechtbank Arnhem van 16 januari 2013 (ECLI:RBONE:2013:BY8423). Het gerechtshof sluit zich met zijn beslissing aan bij die van de rechtbank.

In een eerdere procedure tussen dezelfde partijen heeft het hof geoordeeld dat de Provincie toen tegenover Vitesse en haar financiers onrechtmatig heeft gehandeld in verband met een door bij het reddingsplan betrokken gedeputeerden gedane toezegging over een eenmalige verlaging van de huurprijs voor het stadion.

Die beslissing van het hof is vervolgens in een uitspraak uit 2010 door de Hoge Raad in stand gelaten. De procedure waarin het hof vandaag heeft beslist, gaat over de vraag of het onrechtmatig handelen van de Provincie uit 2001 schade heeft veroorzaakt voor Vitesse en de financiers, die de Provincie aan hen zou moeten vergoeden. Het hof heeft vandaag beslist dat de schadeposten waarvan Vitesse en de financiers in deze procedure betaling vorderen, niet het gevolg zijn van het onrechtmatig handelen van de Provincie.

Een belangrijk geschilpunt tussen de partijen was, welke betekenis de Hoge Raad in zijn uitspraak uit 2010 aan het onrechtmatig handelen van de Provincie had gegeven. Het hof heeft daarover vandaag beslist dat de Provincie in 2001 (alleen) onrechtmatig heeft gehandeld doordat de bij het reddingsplan betrokken gedeputeerden bij het doen van hun toezegging over de huurverlaging van het stadion destijds geen voorbehoud hadden gemaakt dat daarvoor nog toestemming van Provinciale Staten nodig was en niet hadden gewaarschuwd dat zij zich alleen voor de huurverlaging zouden inspannen.

Volgens het hof is niet komen vast te staan dat de schade, waarvan Vitesse en de financiers in deze procedure betaling vorderen, niet zou zijn geleden als de gedeputeerden destijds wél hadden gewezen op de voor de huurverlaging vereiste toestemming van Provinciale staten en wél hadden gewaarschuwd dat zij zich voor die huurverlaging alleen zouden inspannen. De schade is daarom niet het gevolg van het onrechtmatig handelen van de Provincie, zodat de Provincie deze niet hoeft te vergoeden.

De procedure bij het gerechtshof betrof het hoger beroep van een beslissing van de rechtbank Arnhem van 16 januari 2013 (ECLI:RBONE:2013:BY8423). Het gerechtshof sluit zich met zijn beslissing aan bij die van de rechtbank.

Meest gelezen berichten