Amsterdamse standaardboete voor (onder)verhuren vrijesectorwoning niet altijd redelijk

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad van State > Nieuws > Amsterdamse standaardboete voor (onder)verhuren vrijesectorwoning niet altijd redelijk
Den Haag, 11 mei 2016

De boete van 12.000 euro die het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan een man had opgelegd omdat hij zonder vergunning een vrijesectorwoning onderverhuurde, is onevenredig hoog. Daarom verlaagt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zelf de boete in dit geval naar 3.000 euro. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag (11 mei 2016).

Huisvestingsverordening

Op grond van de Amsterdamse Huisvestingsverordening legt het gemeentebestuur een standaardboete van 12.000 euro op als iemand voor het eerst zonder vergunning een vrijesectorwoning (onder)verhuurt en daarmee de woning aan de woningvoorraad 'onttrekt'. In zijn algemeenheid is dit boetebedrag niet onevenredig, omdat woningonttrekking een urgent maatschappelijk probleem is en hoge boetes nodig zijn om afschrikwekkend effect te hebben, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

De Huisvestingsverordening van de gemeente Amsterdam houdt geen rekening met de vraag of de vrijesectorwoning bedrijfsmatig of door een particulier zonder vergunning aan de woningvoorraad is onttrokken en of daaruit financieel voordeel is behaald. Ook de vraag of het om 1 of meerdere vrijesectorwoningen gaat is niet relevant bij het bepalen van de hoogte van boete. Deze omstandigheden zijn volgens de Huisvestingsverordening echter wel relevant bij het (onder)verhuren van een sociale huurwoning en kunnen dan reden zijn voor het opleggen van een lagere boete. Het gemeentebestuur heeft voor dit verschil in behandeling geen afdoende motivering gegeven, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

Verlaging boete

Omdat de man in dit geval niet bedrijfsmatig handelde en ook geen financieel voordeel heeft gehad van de onderverhuur, is de Afdeling bestuursrechtspraak van oordeel dat de boete in dit geval onevenredig hoog is. Daarom verlaagt zij de boete tot 3.000 euro. Hiermee sluit de Afdeling bestuursrechtspraak aan bij het boetebedrag dat zou worden opgelegd als een particulier een sociale huurwoning, onder dezelfde omstandigheden, zonder huisvestingsvergunning zou (onder)verhuren.

Uitspraken

Afzender

Meest gelezen berichten