Hogere straf bij geweld tegen publieke functionaris

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Hogere straf bij geweld tegen publieke functionaris
Den Haag, 20 november 2012
De rechter legt bij geweldsdelicten tegen personen met een publieke functie (politieagenten, ambulancepersoneel e.d.) gemiddeld een hogere straf op dan bij geweld tegen ‘gewone burgers’. De hoogte van de opgelegde straf bedraagt in beide gevallen gemiddeld 90 procent van de eis.

Dat blijkt uit het vandaag verschenen rapport Straftoemeting bij geweld tegen kwalificerende slachtoffers: een replicastudie. Het is het verslag van een onderzoek naar de hoogte van de straftoemeting bij geweldsdelicten tegen mensen met een publieke functie, zoals politieagenten of ziekenbroeders. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de minister van Veiligheid en Justitie, in opdracht van de Raad voor de rechtspraak, door instituut Intervict van de Universiteit van Tilburg. In 2010 vond een soortgelijk onderzoek plaats, eveneens met bovengenoemde conclusie.

Straf

Net als in 2010 is nagegaan in hoeverre de rechter de hogere eis van de officier van justitie volgt (de strafvorderingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie schrijft voor dat in geval van geweld tegen werknemers met een publieke functie de eis twee maal zo hoog moet zijn als wanneer het slachtoffer een gewone burger is). Hiertoe zijn opnieuw de straffen bij geweldsdelicten tegen mensen met een publieke taak vergeleken met die bij geweldsdelicten tegen andere slachtoffers.

Ook nu blijkt dat de rechter bij beide typen delicten in dezelfde mate de eis van de officier volgt. De hoogte van de opgelegde straf bedraagt, bij bewezen verklaarde delicten, gemiddeld ruim 90 procent van de eis. De rechter volgt hierbij niet alleen de hoogte van de eis van de officier, maar ook het type straf. De conclusie van het onderzoek is dan ook dat het vonnis van de rechter geen opwaartse of neerwaartse correctie vormt op de strafverhogende werking van de richtlijn.

Eis

Het onderzoek heeft een opvallend nevenresultaat. Op basis van de (beperkte) beschikbare gegevens blijkt dat de officier van justitie in zaken met publieke functionarissen als slachtoffer weliswaar hoger eist dan in zaken met ‘gewone’ slachtoffers, maar beduidend lager dan de richtlijn sinds begin 2011 voorschrijft. In geval van ‘gewone’ slachtoffers volgt de officier van justitie wel overwegend de richtlijn. De onderzoekers concluderen dat de eis van de officier de verdere strafverzwaring in zaken met kwalificerende slachtoffers dempt. De onderzoekers houden bij deze conclusie overigens een slag om de arm, omdat deze conclusie over de eis van de officier gebaseerd is op relatief kleine aantallen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten