Archief

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

 Research Memoranda 2010

>Alles uitklappen
  • 2010-RM-Evaluatie-belastingrechtspraak-in-twee-instanties-Eindrapport-fase-III.pdf

    Auteurs: Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven, Mr. M.J.M. Verhoeven
    Research Memoranda, nummer 7-2010
    Raad voor de rechtspraak, februari 2011

  • Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties: Inzichten uit gehechtheidsonderzoek (pdf, 1,8 MB)

    Kinderrechters nemen beslissingen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor kinderen en hun ouders zoals het wel of niet uit huis plaatsen van een kind, of het toewijzen van een kind aan een van de ouders. Zij baseren hun oordeel mede op rapportages die zijn opgesteld door medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg of andere instanties.

    De in het onderzoek bijeengebrachte informatie ondersteunt kinderrechters bij hun inschatting van de opvoedingsproblematiek en helpt hen bij de beoordeling van de deskundigenadviezen. Het rapport laat zien hoe bepalend de kwaliteit van de interactie tussen de opvoeder en jonge kinderen, al vanaf hun geboorte, is voor de kwaliteit van de gehechtheid. Een veilige gehechtheidsrelatie geldt als een beschermende factor voor de verdere ontwikkeling van het kind. Met nadruk waarschuwt de auteur voor het nogal wijdverbreide misverstand dat niet veilig gehechte jonge kinderen geen baat meer zouden hebben aan correctieve interventies op latere leeftijd. Het is daarom dat zij uitgebreid aandacht besteedt aan populaire valkuilen en concrete aanbevelingen formuleert. Centraal daarbij staat de notie: sensitief ouderschap. Het is voor de rechters van belang daarop hun focus te richten bij hun poging om de ouder-kindrelatie te verbeteren.

    Auteur: dr. F. Juffer
    Research Memoranda, nummer 6-2010
    Raad voor de rechtspraak, oktober 2010

  • Rechtspreken: samen of alleen. Over meervoudige en enkelvoudige rechtspraak. (pdf, 2,7 MB)

    Uit het onderzoek ‘Rechtspreken: samen of alleen’ blijkt dat de keuze van het soort zaken dat aan de meervoudige kamer wordt toebedeeld, afhangt van (vaak ongeschreven) inhoudelijke en functionele criteria die in de rechtspraktijk zijn ontwikkeld. Zaken die volgens de toedelers juridisch ingewikkeld of publicitair gevoelig zijn, worden meervoudig behandeld. Dat geldt ook voor zaken die betrekking hebben op nieuwe regelgeving of als het materiële of financiële belang van de zaak groot is. In het rapport van de onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen staat verder dat meer dan 90 procent van de respondenten meent dat van meervoudige afdoening een (zeer) gunstig effect op de kwaliteit van de rechtspraak uitgaat. Tegen een frequenter meervoudig afdoen van zaken staan over het algemeen slechts financiële bezwaren in de weg. Toch kan rechtspraak door één rechter volgens de respondenten ook voordelen hebben, bijvoorbeeld in de snelheid waarmee een uitspraak tot stand komt. Ook kan het bijdragen aan een vruchtbare dialoog tussen rechtzoekenden en rechter. Het rapport levert de basis voor verder verdiepend onderzoek naar het kwalitatieve effect van meervoudigheid.

    Auteurs: R. Baas, L.E. de Groot-van Leeuwen, M.T.A.B. Laemers.
    Research Memoranda. nr 5-2010
    Raad voor de rechtspraak, augustus 2010

  • De minimumstraf opnieuw bezien (pdf, 1,7 MB)

    Over de effecten van minimumstraffen op de ontwikkeling van criminaliteit en de beïnvloeding van het veiligheidsgevoel bij burgers is zo goed als niets bekend. Dat concludeert Peter J. P. Tak, emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in zijn onderzoek ‘De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking.’
    Het onderzoek is gebaseerd op analyses van de juridische literatuur, invloedrijke dagbladen en raadpleging van deskundigen. Na een beschrijving van de minimumstrafstelsels in een groot aantal Europese landen zoomt de studie in op Frankrijk – waar de minimumstraf in 2007 heringevoerd werd – en op Engeland en Wales, waar de stelsels in 2005 aanmerkelijk verfijnd werden.

    Tak's voornaamste conclusie luidt dat het onmogelijk is de onderzochte stelsels in een typologie onder te brengen: Verschillen tussen de strafkaders lopen daarvoor te ver uiteen. In geen van de landen is onderzoek beschikbaar waaruit onomstotelijk blijkt dat invoering van minimumstraffen tot minder criminaliteit of recidive heeft geleid. Ook in de achtergronden van de introductie schuilt weinig gemeenschappelijks. Voor zover er sprake is van publieke onvrede over straftoemeting is het onzeker of dat gevoel verdwijnt door de invoering van minimumstraffen. Wat wel vaststaat, is dat minimumstraffen tot capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen en stijgende financiële lasten kunnen leiden.

    Auteurs: Peter J.P. Tak
    Research Memoranda. nr 4-2010
    Raad voor de rechtspraak, juli 2010

  • Vormfouten-in-de-Verenigde-Staten.pdf (pdf, 2,1 MB)

    Nederland dient aansluiting te zoeken bij de ondubbelzinnige manier waarop in de Verenigde Staten op strafrechtelijke vormfouten wordt gereageerd. Bij het vormgeven van die ambitie speelt de Hoge Raad een belangrijke rol, zo concludeert mr. R. Kuiper na het vergelijkend onderzoek tussen beide landen dat hij uitvoerde in opdracht van de Raad voor de rechtspraak.
    De centrale vraag van het onderzoek was welke lessen het Nederlandse strafrecht kan leren van de wijze waarop men in de VS op vormfouten reageert. Het onderzoek richtte zich zowel op de werkwijze van de Amerikaanse strafrechter bij zijn belangenafweging in individuele gevallen als op het gehele stelsel van reacties op vormfouten.
    De auteur pleit voor versterking van de rol van de Hoge Raad ten aanzien van de reacties op vormfouten. Meer duidelijkheid over de daarmee door de strafrechter na te streven doelen komt de rechtseenheid en rechtszekerheid ten goede. Om effectief te kunnen reageren, pleit onderzoeker Kuiper voor een databank en een jaarlijkse rapportage voor inzicht in frequentie, aard en oorzaken van vormverzuimen.

    Auteur: R.Kuiper
    Research Memoranda, nr 3-2010
    Raad voor de rechtspraak, juni 2010

  • Conservatoir beslag in Nederland: zekerheid en pressiemiddel (pdf, 1,4 MB)

    De wetgeving rond conservatoir beslag geeft drie waarborgen voor een evenwichtige rechtsgang bij conservatoir beslag. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak onderzochten mr. M. Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed, beiden verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, of die drie onderdelen in de praktijk het bedoelde evenwicht in rechtsbescherming van zowel de eiser als de ook realiseren. De onderzoekers beantwoorden die vraag negatief. Zij menen dat er sprake is van een uitholling van de waarborgfuncties en dat er geen sprake meer is van het destijds door de wetgever voorziene evenwicht. In dat verband wijzen ze erop dat in twee derde van de gevallen van beslaglegging het leggen van druk op de wederpartij een belangrijke rol speelt, wat anders is dan de in de wet bedoelde zekerheidsstellende functie van de voorziening.
    Verbetering van de situatie zou volgens de onderzoekers ontstaan als de rechters bij de toetsing van het verzoek meer aansluiting zoeken bij de substantiëringsplicht.

    Auteurs: M. Meijsen, A.W. Jongbloed
    Research Memoranda, nr 2-2010, Raad voor de rechtspraak, mei 2010

  • RM specialisatie loont.pdf (pdf, 2,2 MB)

    Auteurs: A. Böcker, T. Havinga, A. Jettinghoff, C. Klaassen en L. Bakker
    Research Memoranda, nr 1-2010, Raad voor de rechtspraak, maart 2010

 

 Research memoranda 2009

>Alles uitklappen
  • Mediation naast rechtspraak kosten en doorlooptijden

    Dit Research Memorandum is het verslag van een onderzoek naar de economische kant van de nieuwe mogelijkheid om via de Rechtspraak naar mediation te verwijzen. Specifieke vragen waren welke gevolgen de invoering van deze verwijzingsmogelijkheid heeft voor de kosten van de gerechten en de doorlooptijden van zaken. Het onderzoek is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek.

    De gevolgen voor de kosten van de rechtbanken blijken beperkt. Enerzijds moeten de rechtbanken kosten maken om de verwijzingen te organiseren, anderzijds besparen zij kosten, omdat zij de zaak vaak niet verder (volledig) hoeven te behandelen als de mediation tot volledige overeenstemming leidt. Als de gerechten meer zouden verwijzen naar mediation, zou het effect op de kosten voor de gerechten gunstiger kunnen uitvallen.

    Zaken waarin is verwezen naar mediation duren langer dan soortgelijke zaken, waarbij niet is verwezen naar mediation. Het verschil in doorlooptijd is sterk afhankelijk van het type zaak en de uitkomst van de mediation. Ook het moment van verwijzing naar mediation is relevant.  Het bijgevoegde essay geeft aanwijzingen in welke richting de oorzaken van deze langere doorlooptijden moeten worden gezocht.

    Auteurs: M. Gerritsen, J. Weda, J. Poort
    met medewerking van K. Jansen en S. Bremer
    Resarch Memoranda, nr 3-2009
    Raad voor de rechtspraak, november 2009

  • Op maat beslecht mediation naast rechtspraak 1999-2009

    De bundel presenteert beknopt de geschiedenis van het idee: een op maat te realiseren beslechting van conflicten onder directe verantwoordelijkheid van de belanghebbenden zelf. Een idee dat, gestart in het werkveld rond de eeuwwisseling in de Beleidsbrief ADR Meer wegen naar het recht beleidsmatige erkenning krijgt.

    Dan komt het aan op de uitvoering. Gefaseerd krijgt een en ander gestalte, organisatorisch aangestuurd door het Landelijk Bureau Mediation (LBM) wordt de verwijsvoorziening gerealiseerd. Het derde aandachtspunt vormen de resultaten, welke via systematische registratie en vervolgens analyse inzichtelijk zijn gemaakt. De toekomst — een onmisbaar referentiepunt — krijgt op twee manieren gestalte. Enerzijds via de beschrijving van de nieuw gestarte pilots waarin conflictdiagnose en belangeninventarisatie de leidende principes vormen. Anderzijds via een persoonlijke terugblik van Machteld Pel.

    Auteurs: L. Combrink, A. Klijn, M. Pel en S. Verberk
    Research Memoranda, nr 2-2009,
    Raad voor de rechtspraak, november 2009

  • 2009-RM-Het-naleven-van-rechterlijke-uitspraken-en-schikkingsafspraken.pdf

    Over de naleving(spraktijk) van uitspraken in civiele procedures is, anders dan bij het strafrecht, bijzonder weinig bekend. De zorg voor dat onderdeel van civiele procedures wordt overgelaten aan private partijen, terwijl de betrokkenheid van overheden zich beperkt tot het toezicht op die markt. Doordat het zicht op de naleving van deze uitspraken grotendeels ontbreekt, kan men zich afvragen of zinvol beleid kan worden geformuleerd ten aanzien van het civiele recht. Het negatieve antwoord op die vraag leidde tot de opdracht om in deze kennislacune te voorzien. Dit Reserach Memorandum geeft een eerste inzicht in deze materie.

    Auteurs: R.J.J. Eshuis (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van het Ministerie van Justitie)
    Research Memoranda, nr 1-2009, Raad voor de rechtspraak, oktober 2009

 Research memoranda 2008

>Alles uitklappen
  • Zitten, luisteren en schikken. Rechtvaardigheid en doelbereik bij de comparitie na antwoord

    De comparitie na antwoord heeft sinds 2002 een centrale positie in de Nederlandse civiele procedure. Onderzocht is in welke mate de huidige praktijk voldoet aan de door de wetgever beoogde doelen:

    • het beproeven van een schikking;
    • het verkrijgen van inlichtingen;
    • het informatie verschaffen aan de partijen over het vervolg van de procedure (indien geen schikking bereikt wordt).

    Naast de beschrijving van de gang van zaken beoogde het onderzoek ook de toetsing van de hypothese of de mate van doelbereik in belangrijke mate bepaald wordt door de mate waarin de procedures voldoen aan kenmerken die afgeleid zijn van de theorie van ‘Procedurele Rechtvaardigheid’.

    Auteurs: J. van der Linden & M. Barendrecht (Universiteit van Tilburg).
    Research Memoranda, nr. 5-2008
    Raad voor de rechtspraak, november 2008

  • Evaluatie belastingrechtspraak in twee instanties

    In deze tweede fase is onderzocht hoe de eerdere geconstateerde ontwikkelingen verder zijn geëvolueerd.

    Auteurs: R.J.G.M. Widdershoven, M.J.M. Verhoeven, R. Ortlep, A. Buijze, K.L.H. van Mens, M.B.A. van Hout
    Research Memoranda nr. 4-2008
    Raad voor de rechtspraak, juli 2008

  • Inschakeling van deskundigen in de rechtspraak

    Verslag van een onderzoek naar knelpunten en verbetervoorstellen
    Het rapport beschrijft knelpunten met betrekking tot de inzet van deskundigen in civielrechtelijke zaken en bevat aanbevelingen om daaraan tegemoet te komen. Onderzoek heeft laten zien dat de voornaamste problemen met betrekking tot de inzet van deskundigen in de civiele rechtspraak zijn gelegen in de communicatie tussen partijen, rechter en deskundige, in de afwikkeling van de kosten en in de doorlooptijd van de gerechtelijke procedure. Beperkt onderzoek met betrekking tot de inzet van deskundigen in bestuursrechtelijke zaken had als uitkomst dat de voornaamste problemen hier betrekking hebben op de beschikbaarheid van deskundigen, de tarieven van deskundigenonderzoek en de doorlooptijd.

    Auteurs: G. de Groot en N.A. Elbers
    Research Memoranda nr. 3-2008
    Raad voor de rechtspraak, augustus 2008

  • Bewijsbeslissingen, straffen en hun argumentatie

    Strafrechtelijke oordelen van rechters en leken. Bewijsbeslissingen,straffen en hun argumentatie 

     

    Er zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd ten aanzien van de drie onderzochte groepen: rechters,  academisch gevormde leken en niet-academisch gevormde leken.

    • Vraag 1: beslissen de drie groepen verschillend over de bewezenverklaring?
    • Vraag 2: beslissen de drie groepen verschillend over de straftoemeting?
    • Vraag 3: beslissen de drie groepen op verschillende wijzen? Gebruiken ze verschillende argumenten voor deze beslissingen, en/of zijn deze argumenten op verschillende manieren verankerd?

    Auteur: W. A. Wagenaar
    Research Memoranda nr. 2-2008
    Raad voor de rechtspraak, juni 2008

  • ​Een Zembla-uitzending nader bekeken

     

     Moord, doodslag, taakstraf

    Onderzocht is de praktijk van de vordering en oplegging van taakstraffen in 2006. Daaronder begrepen de vraag bij welke ernstige misdrijven de rechter een taakstraf oplegde.

    Auteurs: A. Klijn, F. van Tulder, R. Beaujean, T. van der Heijden, G. Rodenberg
    Research Memoranda nr. 1-2008
    Raad voor de rechtspraak, juni 2008

     

 Research memoranda 2007

>Alles uitklappen

 

 Research memoranda 2006

>Alles uitklappen
  • Evaluatie belastingrechtspraak

    Het onderzoek heeft tot doel de ontwikkelingen over de rolopvatting van de rechtbanken en appelcolleges te registreren en eventuele divergenties en fricties (concurrentie) in kaart te brengen. Door deze ontwikkelingen zichtbaar te maken beoogt het bovendien bij te dragen aan het zo veel mogelijk voorkomen ervan.

    Hoe vullen de rechtbanken en de gerechtshoven hun rol als belastingrechter in eerste aanleg en appel in, en in hoeverre leidt deze invullingen tot divergentie en fricties?

    Auteur: Prof. R. Widdershoven (Universiteit Utrecht)
    Research Memoranda nr. 3-2006 Raad voor de rechtspraak, november 2006.

  • Op de stoel van de rechter

    Menig opinieonderzoek heeft getoond dat het algemeen publiek veel strenger zou willen straffen dan strafrechters in de praktijk doen. Men spreekt wel van een punitiviteitskloof. Waardoor komt dat? Zijn de verschillen in straftoemeting door rechters en burgers te verklaren door het verschil in de mate van informatie waarover respectievelijk de rechters en de burgers beschikken? Rechters hebben meer, en meer genuanceerde informatie, en straffen daardoor lager dan burgers die over weinig tot geen informatie beschikken.

    • Auteurs: Jan W. de Keijser, Peter J. van Koppen, Henk Elffers
    • Research Memoranda nr. 2-2006
    • Raad voor de rechtspraak, juli 2006
  • De positionering van de jeugdrechter

    De onderzoeksvragen richten zich primair op de interne organisatie van de rechtbanken, maar er dient rekening te worden gehouden met de externe effecten en de uitstraling hiervan op de ketenpartners.

    • Waarop heeft de onvrede binnen de zittende magistratuur precies betrekking?
    • Hoe verloopt de afhandeling van jeugdzaken thans binnen de rechtbanken?
    • Hoe wordt in dit kader door de ketenpartners geoordeeld over de kinderrechters?
    • Is binnen de rechtbanken verbetering nodig ten aanzien van de afstemming tussen de civielrechtelijke en strafrechtelijke interventies?
    • Wat zijn de oplossingsrichtingen waarin gedacht kan worden en wat zijn daarbij de voorwaarden en de risico’s?

    Auteurs: S. Verberk, K. Fuhler
    Research Memoranda nr. 1-2006
    Raad voor rechtspraak, Den Haag 2006

 Research memoranda 2005

>Alles uitklappen
  • Rechter onder de mensen

    In deze studie wordt het ‘Court and Community Colloboration Program’ in Californië (VS) uitgebreid onder de loep genomen. Dit programma is opgezet om de externe oriëntatie van de rechterlijke macht te vergroten en streeft drie doelen na:

    1. verbetering van de dialoog met de samenleving;
    2. het beter inspelen door de rechtspraak op maatschappelijke behoeften;
    3. en het vergroten van het begrip onder de bevolking met betrekking tot het rechtssysteem.

    Uiteindelijk beoogt men hiermee het publiek vertrouwen in de rechtspraak te vergroten.

    Auteur: S. Verberk
    Research Memoranda nr. 3-2005
    Raad voor rechtspraak, Den Haag 2005

  • Europeanisation of the Law

    Onderzocht is welke ontwikkelingen zich voordoen op het terrein van het Europees recht en de Europese rechtspraak. De beantwoording van deze vraag bevat de volgende twee onderdelen:

    • een korte beschrijving op hoofdlijnen van recente ontwikkelingen (laatste tien jaar);
    • deze ontwikkelingen doortrekken naar de nabije toekomst (komende tien tot twintig jaar). Hierbij moet een aantal verschillende scenario’s worden uitgewerkt.

    Auteurs: Prof. Dr. S. Prechal, Dr. R.H. van Ooik, Prof. Dr. J.H. Jans, Prof. Dr. K.J.M. Mortelmans
    Research Memoranda nr. 2-2005
    Raad voor de rechtspraak, Den Haag 2005

  • De waarde van de juridische infrastructuur voor de Nederlandse economie

    Vanaf het ontstaan in het begin van de jaren '60 onderzoekt de rechtseconomie de betekenis van de juridische infrastructuur voor het maatschappelijke en economische verkeer. Via internationaal vergelijkend empirisch onderzoek is de afgelopen twee decennia geprobeerd om het belang van instituties voor processen van economische groei en ontwikkeling te kwantificeren, waarbij de aandacht vooral uitging naar lessen voor derdewereldlanden. In dit rapport gaat de aandacht uit naar wat wij van hetzelfde materiaal kunnen leren omtrent het belang van de juridische infrastructuur voor het niveau en de groei van de welvaart in Nederland.

    Auteur: Dr. B.C.J van Velthoven
    Research Memoranda nr. 1-2005
    Raad voor de rechtspraak, Den Haag 2005

     

    Engelse vertaling

    The value of the judicial infrastructure for the Dutch economy 

    by Dr. B.C.J. van Velthoven
    Research Memoranda no. 1 volume 1
    Netherlands Council for the judiciary, The Hague 2005

Dit is het archief research memoranda. De research memoranda van de afgelopen 5 jaar staan op de pagina Research memoranda. Ga naar recente research memoranda.

 

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum