Research Memoranda

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

 Research memoranda 2017

>Alles uitklappen

 Research memoranda 2016

>Alles uitklappen
  • Research memorandum 2016 nr. 3 - Financieel belang van rechtszaken

    Er wordt per jaar rond de 30 miljard euro in goede banen geleid in de Nederlandse samenleving door rechters. Dat blijkt uit onderzoek door onderzoeksbureau Ecorys in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Het Ecorys-onderzoek is onderdeel van een breder onderzoeksprogramma van de Rechtspraak. Doel van dit programma is het economische belang van de Nederlandse rechtspraak meer inzichtelijk te maken. Uit verschillende onderzoeken bleek eerder dat goede rechtspraak bijdraagt aan de economie van een land. Meer inzicht in het economisch belang van rechtspraak, helpt bij het verder verbeteren van de organisatie.

  • Research memorandum 2016 nr. 2 - Zwaarder gestraft?

    Allochtone daders krijgen vaker een gevangenisstraf opgelegd dan autochtone daders, maar daar staat tegenover dat ze een kleinere kans hebben op bijvoorbeeld een werkstraf of geldboete. Daarnaast zijn de opgelegde straffen even zwaar. Dit is de conclusie uit onderzoek Zwaarder gestraft? dat is uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak.

  • Research Memorandum 2016 nr. 1 - Motieven voor en waardering van hoger beroep

    Mensen gaan vooral in hoger beroep omdat ze hopen op een voor hen betere uitspraak. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Regioplan en de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van Raad voor de rechtspraak. Het klinkt als een open deur, maar wetenschappelijk gezien is het helemaal niet zo vanzelfsprekend. De uitkomst van dit onderzoek is voer voor een lang lopende discussie: wat doet er meer toe, procedurele - of uitkomst rechtvaardigheid?

 Research memoranda 2015

>Alles uitklappen
  • Research Memorandum 2015 Kengetallen (pdf, 2,7 MB)

    Sinds 2006 brengt de Rechtspraak jaarlijks een publicatie uit met kengetallen over het functioneren van de afzonderlijke gerechten. Elk gerecht maakt een analyse van de uitkomsten van het betreffende gerecht en het bureau van de Raad maakt een landelijke analyse waarin gerechten op afzonderlijke kengetallen met elkaar worden vergeleken. De rapportage wordt jaarlijks gepubliceerd op rechtspraak.nl. De kengetallenrapportage vormt een aanvulling op het Jaarverslag van de Rechtspraak, waarin verantwoording wordt afgelegd over de Rechtspraak als geheel.

    Onderzocht is in hoeverre de Kengetallenrapportage zou kunnen worden verbeterd, aan de hand van de volgende algemene onderzoeksvraagstelling.

    • Welke samenhang tussen (karakteristieken van) de inzet van personeel en andere middelen, productie en kwaliteit (voorzover gemeten) is in de Kengetallen te ontdekken? Welke bestuurlijk bruikbare informatie kan hieruit worden gedestilleerd? Is periodieke herhaling van deze analyse volgens een vast analyse-stramien wenselijk?
    • Op welke punten zou verbetering of uitbreiding van de bestaande kengetallen en eventueel de daarvoor noodzakelijke achterliggende informatievoorziening duidelijke meerwaarde hebben?
    • In hoeverre draagt de bestaande publicatie van Kengetallen optimaal (efficiënt en effectief) bij aan inzicht en verantwoording over het functioneren van de individuele gerechten en de Rechtspraak als totaal? Het gaat daarbij zowel om het geleverde inzicht en de verantwoording binnen de Rechtspraak zelf als de verantwoording naar de samenleving.

    Het onderzoek is uitgevoerd door Economisch onderzoeksbureau APE onder leiding van R. Goudriaan.

  • Etnisch gerelateerde verschillen in de straftoemeting (pdf, 2,9 MB)

    Allochtone daders krijgen vaker een gevangenisstraf opgelegd dan autochtone daders. Daarnaast zijn de opgelegde celstraffen vaak langer. Deze verschillen worden grotendeels verklaard door de zwaarte van het misdrijf en de persoonlijke omstandigheden van de dader. Dat blijkt uit het onderzoek 'Etnisch gerelateerde verschillen in de straftoemeting' dat is uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak.

  • Het vonnis beter uitgelegd? Maatschappelijke effecten van beter motiveren in de strafrechtspraak (pdf, 2,5 MB)

    De Rechtspraak heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in verbetering van de motivering van strafrechtelijke vonnissen. Belangrijk doel was om de verdachte, de raadsman, andere betrokkenen en de maatschappij als geheel een beter inzicht in het denkproces van de rechter te geven. Dit onderzoek brengt in kaart of dit daadwerkelijk heeft geresulteerd in een beter inzicht van genoemde partijen. Ook brengt het onderzoek in beeld hoe de beoogde kwaliteitsimpuls bij betrokkenen buiten de Rechtspraak wordt gewaardeerd.
    De algemene conclusie van de onderzoekers is dat zowel in de ervaringen van procesdeelnemers als bij het brede publiek, het geven van meer informatie over de motivering van de vonnissen leidt tot meer inzicht en meer acceptatie. Dit betreft met name de bewezenverklaring. Wat betreft de straf lijkt echter geen sprake van meer acceptatie. Mogelijke oorzaak hiervan is dat in het algemeen de redenering van de rechter over de strafsoort en strafmaat relatief summier aan de orde komt.

 Research memoranda 2014

>Alles uitklappen
  • Korte en effectieve kantoncomparities (pdf, 2,8 MB)

    Het rapport ‘Korte en effectieve kantoncomparities?’ betreft een verslag van onderzoek naar de wijze waarop de rechtbanken invulling geven aan de kantoncomparitie. Het onderzoek is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerd door Pro Facto en de Rijksuniversiteit Groningen.

    Uit het onderzoek is gebleken dat er sprake is van duidelijke verschillen tussen de gerechten, zowel als het gaat om de wijze van organisatie van kantoncomparitie, het aandeel van zaken waarin een  comparitiewordt gelast, als in de schikkingspercentages. De onderzoekers namen duidelijke stijlverschillen waar tussen de rechters (sturend, lijdelijk en faciliterend), maar constateerden tegelijkertijd dat deze verschillen niet leidden tot grote verschillen in uitkomst (snelheid, aantal schikkingen en ervaren procedurele rechtvaardigheid). De onderzoekers bevelen op grond van hun bevindingen aan dat de gerechten en de rechters meer informatie uitwisselen over de behandeling van kantonzaken en dat discussie wenselijk is over wat de meest gewenste werkwijze ter comparitie is.

  • In de schaduw van de rechter. Individuele en maatschappelijke kosten en baten van de juridische infrastructuur. (pdf, 2,7 MB)

    Dit Research Memorandum past in de lijn van economisch onderzoek naar de rechtspraak bij de Raad. Het in het rapport gepresenteerde model geeft eerst een gestileerde beschrijving van het keuzegedrag van potentiële eisers en gedaagden in zaken waarbij het financieel belang overheersend is. Het model gaat ervan uit dat partijen bij beslissingen tot het aangaan van maatschappelijke transacties, het daarbij eventueel ontstaan van contractbreuken of schades en een eventuele daarop volgende gang naar de rechter een afweging van te verwachten kosten en baten maken. Vervolgens worden de effecten van deze individuele keuzes in termen van maatschappelijke kosten en baten geschat. Het model beperkt zich vooralsnog tot een categorie zaken, waarbij financiële afwegingen de hoofdrol zullen spelen: handelszaken met een financieel belang.
    Bij publicatie van dit onderzoek in het voorjaar van 2014 zijn uit wetenschappelijke kringen uiteenlopende reacties op het model gegeven, van lovend tot negatief. Daarnaast is de modelmatige benadering van individuele kosten-baten afwegingen en de maatschappelijke gevolgen daarvan een vernieuwende benadering van de materie. De Raad heeft daarom besloten een evaluatie van het model en de toepassing daarvan uit te laten voeren. De uitkomst hiervan is nog niet beschikbaar.

  • Professionele standaarden: een vergelijkend perspectief (pdf, 1,5 MB)

    Rechters kunnen leren van de wijze waarop andere beroepsgroepen hun kwaliteit bewaken. Dit concluderen wetenschappers van de Universiteit Utrecht in een vergelijkend onderzoek naar de professionele standaarden van drie beroepsgroepen: medisch specialisten, accountants en politieagenten. Het blijkt dat deze beroepsgroepen systematisch de kwaliteit van hun vak bewaken. Zij hebben uniforme afspraken voor werkwijzen, voorschriften voor samenwerking, en aandacht voor de naleving ervan. Het onderzoek is gedaan in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. De Rechtspraak zoekt naar succesvolle methoden om haar professionele standaarden zichtbaarder vorm te geven. Aanleiding is onder meer de discussie over werkdruk en kwaliteit die door rechters zelf op de agenda is gezet.

  • Systeemwaarborgen voor de kernwaarden van de rechtspraak (pdf, 995,1 KB)

    De onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van de Nederlandse rechtspraak voldoen aan de Europese normen. Dit blijkt uit een onderzoeksrapport van de Universiteit Leiden in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Tegelijk kan er volgens de onderzoekers verbetering geboekt worden, zoals bij het registreren van de financiële belangen van rechters en het verankeren van integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid in de organisatie.

  • Governance in de rechtspraak (pdf, 1,6 MB)

    Eind 2012 stelde een aantal raadsheren van het toenmalige gerechtshof Leeuwarden een manifest op. In het manifest schrijven zij dat zij zich niet vertegenwoordigd voelen door de Raad voor de rechtspraak (de Raad), dat zij de tijdelijke benoemingsprocedure voor nieuwe gerechtsbestuurders als gebrekkig hebben ervaren, en geven zij uitdrukking aan hun zorg dat de Rechtspraak steeds meer gaat lijken op een groot bedrijf, waarin productiecijfers leidend zijn. Het manifest is kort na het verschijnen door de Raad openbaar gemaakt en kreeg steun van meer dan 700 rechters en raadsheren.
    Naar aanleiding van het manifest en de discussie die de Raad daarover uitvoerig in de gerechten heeft gevoerd, heeft de Raad de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) gevraagd onderzoek te doen naar sturing binnen de Rechtspraak en in het bijzonder naar het betrekken van de rechters bij die sturing. De kern van de opdracht aan de NSOB was de Rechtspraak een spiegel voor te houden en een aanzet te geven tot een discussie over de manier waarop de Rechtspraak zichzelf bestuurt. Het rapport biedt een reflectie op de huidige en toekomstige vormgeving van governance in de Rechtspraak. Op basis van een grondige analyse doet de NSOB de Rechtspraak negen aanbevelingen, die vooral zijn bedoeld als een uitnodiging voor discussie in alle geledingen. De Raad voor de rechtspraak herkent de uitkomsten van het rapport en kan zich goed vinden in de aanbevelingen en heeft toegezegd zich in te zetten daar gestalte aan te geven.

    Auteurs: prof. dr. Paul Frissen, prof. dr. Paul 't Hart, mr. drs. Josta de Hoog, Kayleigh van Oorschot MSc, drs. Nancy Chin-A-Fat.
    Research Memoranda, nummer 1-2014

 Research Memoranda 2013

>Alles uitklappen
  • Ouderschapsonderzoek (pdf, 1010,8 KB)

    In ongeveer tien procent van de echtscheidingen is er sprake van een ‘vechtscheiding’ waarbij betrokken kinderen ernstig in de knel kunnen komen. Het ouderschapsonderzoek is een interventie waarbij, op verzoek van een rechter, een deskundige bemiddelt tussen de ex-partners, onderzoek verricht en rapporteert aan de rechter. De bemiddeling door de deskundige is verplicht voor de ouders. In de periode 2008 – 2011 is bij verschillende hoven ervaring opgedaan met het ouderschapsonderzoek. De effecten van het ouderschapsonderzoek zijn bestudeerd door Esther Kluwer van de Universiteit van Utrecht.
    Het empirisch onderzoek concentreerde zich op 54 zaken waarin een ouderschapsonderzoek heeft plaatsgevonden en 36 zaken die onderdeel uitmaakten van de controlegroep. Het ouderschapsonderzoek blijkt in vergelijking met de controlegroep niet beter te scoren op de afname van conflicten en onderlinge verhouding. Echter, van degenen die hebben deelgenomen aan het ouderschapsonderzoek bereikt ongeveer vijftig procent (gedeeltelijke) overeenstemming. Degenen die (gedeeltelijke) overeenstemming hebben bereikt, scoren hoger op de kwaliteit van de relatie met de ex-partner en met het kind dan degenen die geen overeenstemming hebben bereikt.
    De betrokkenen die het ouderschapsonderzoek hebben ondergaan, beoordelen de gerechtelijke procedure minder positief - wellicht omdat de bemiddeling verplicht is. Wel positief zijn de ex-partners over de gesprekken met de deskundige. Zowel raadsheren, secretarissen alsmede de deskundigen die het ouderschapsonderzoek hebben uitgevoerd, zijn positief over het instrument. Het is ouderschapsonderzoek fungeert volgens hen als een laatste redmiddel om de relatie te verbeteren tussen personen die al lang en ernstig met elkaar in conflict zijn.

    Auteur: dr. E. Kluwer, Universiteit Utrecht
    Research memoranda nr 1 - 2013

 Research Memoranda 2012

>Alles uitklappen
  • Wraking bottom-up (pdf, 1,2 MB)

    Dit onderzoek betreft een empirische studie naar de aard en omvang van wraking in Nederland, de ervaringen van partijen en advocaten met wraking en omvat tevens een enquêteonderzoek over wraking onder de bevolking. Het onderzoek laat zien dat het aantal gehonoreerde wrakingsverzoeken relatief klein is (36 wrakingen op ruim 600 ingediende verzoeken in 2011). Tevens toont het onderzoek aan dat met name verzoekers zonder advocaat wraking gebruiken als signaal van onvrede. Een andere conclusie is dat burgers, net als advocaten, de voorkeur geven aan een externe beoordeling van wrakingsverzoeken.

    Auteurs: Wibo van Rossum, Jet Tigchelaar en Pieter Ippel
    Research Memoranda, nummer 6-2012
    Raad voor de rechtspraak, december 2012

  • De wrakingsprocedure (pdf, 1,7 MB)

    Deze internationaal rechtsvergelijkende studie doet aanbevelingen voor een zo adequate en efficiënt mogelijke wrakingsprocedure,  op basis van de wijze waarop de wrakingsprocedure in de ons omringende landen is georganiseerd. De onderzoekers adviseren om wrakingsverzoeken door een hogere rechter te laten beoordelen, de schorsende werking bij een wrakingsverzoek op te heffen dan wel te beperken, en bij oneigenlijk gebruik van wraking de mogelijkheid van een boete of proceskostenveroordeling te introduceren.

    Auteurs: Ivo Giesen, François Kristen, Liesbeth Enneking, Evelien de Kezel, Leonie van Lent, Paulien Willemsen
    Research Memoranda, nummer 5-2012
    Raad voor de rechtspraak, december 2012

  • Reputaties gewogen (pdf, 1,3 MB)

    Het onderzoek  verschaft inzicht in de wijze waarop de belangrijke stakeholders van de rechtspraak oordelen over het functioneren van de zittende magistratuur. In het algemeen wordt de Rechtspraak gezien als een ‘sterk merk’ en is het oordeel over het functioneren van rechters positief. Verbeterpunten betreffen het management en bedrijfsvoering (lange doorlooptijden, gebrek aan innovatie, onvoldoende gebruik van digitale mogelijkheden) en bejegening. Tevens is de communicatie door Rechtspraak, zeker bij incidenten, als aandachtspunt geïdentificeerd.

    Auteurs: prof.dr. Paul Frissen, prof.dr. Paul ’t Hart en dr. Stijn Sieckelinck
    Met medewerking van: Nancy Chin-A-Fat MSc, prof.dr. Michel van Eeten,
    drs. Jorren Scherpenisse, prof.dr. Mark van Twist en ir. Ellen Wiemer
    Research Memoranda, nummer 4-2012
    Raad voor de Rechtspraak, oktober 2012

  • Research memorandum 2012, nr 3 (pdf, 2,2 MB)

    Research memorandum 2012, nr. 3 brengt de consequenties van invoering van minimumstraffen in beeld. Aanleiding voor het onderzoek was het door het kabinet Rutte-I in januari 2011 ingediende – en intussen door het kabinet Rutte-II ingetrokken - wetsvoorstel dat beoogde minimumstraffen in gevallen van recidive van zware misdrijven vast te leggen.
    De huidige straftoemeting laat grote variatie zien in opgelegde straffen bij juridisch zwaar gekwalificeerde recidivedelicten. Deze variatie hangt voor een belangrijk deel samen met de praktijk om de straf af te stemmen op specifieke kenmerken van delict en dader. Daarbij past de rechter nu ook regelmatig voorwaardelijke vrijheidsstraf en tbs toe. Dit gebeurt in die gevallen waarvoor hij deze sanctiemodaliteiten – in het algemeen op advies van experts – het meest aangewezen of effectief acht. Het wetsvoorstel beperkt deze mogelijkheden.
    Het wetsvoorstel leidt tot een sterke verhoging van straffen bij zeer specifieke delicten. Deze ingreep zal de consistentie in de straftoemeting niet bevorderen.
    Het wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan de 'beveiliging van de samenleving en individuen'. De onderzoeksliteratuur geeft geen aanwijzing dat een verhoging van straffen bij gevallen van zware recidive afschrikkende effecten zal hebben. Bij de betreffende groep recidiverende daders zijn geen specifieke preventie-effecten te verwachten, en ook een preventieve werking op 'first offenders' is niet te verwachten.
    Het wetsvoorstel zal wél leiden tot vermindering van criminaliteit via het effect van extra insluiting. Daaraan hangt echter een aanzienlijk prijskaartje. Alleen bij de zwaarste delictvormen van moord en doodslag lijken de baten van insluiting de kosten ervan te overtreffen. Maar juist bij die delicttypen is het verschil tussen de huidige straftoemeting door de rechter en de voorgestelde minimumstraffen het kleinst.

    Auteurs: Frank van Tulder & Jacqueline van der Schaaf
    Research Memoranda nummer 3-2012
    Raad voor de rechtspraak, september 2012

  • Specialisatie gewenst? (pdf, 1,9 MB)

     In 2010 toonde het onderzoek 'Specialisatie loont?! Ervaringen van grote ondernemingen met specialistische rechtspraakvoorzieningen' (pdf, 2,2 MB) aan dat grote bedrijven zeer tevreden zijn met specialistische rechtspraakvoorzieningen als de Natte kamer (havenzaken), de IE-kamer (octrooizaken), de Ondernemingskamer, het Mededingingsteam en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. In het vervolgonderzoek 'Specialisatie gewenst? De behoefte aan gespecialiseerde rechtspraak binnen het Nederlandse bedrijfsleven' (link) is nagegaan welke behoeften bedrijfsleven en advocatuur hebben aan nadere specialisatie op andere gebieden. Onderzocht is het perspectief van gespecialiseerde partijen, niet dat van individuele consumenten of bedrijven die slechts incidenteel een beroep doen op de rechter.
    Het onderzoek is mede gestart in de context van de Herziening van de Gerechtelijke Kaart (HGK). Een belangrijke doelstelling van de HGK, waardoor het aantal rechtbanken vermindert van negentien naar tien en per 1 april 2013 elf en het aantal ressorten van vijf naar vier, is het mogelijk maken van kwaliteitsverbetering door specialisatie. De resultaten van het onderzoek leveren input op voor de invulling van die gewenste kwaliteitsverbetering.
    Uit het onderzoek blijkt dat op bepaalde terreinen inderdaad behoefte bestaat aan nadere specialisatie op het gebied van aanbestedingenrecht, bouwrecht en informaticarecht. Het onderzoeksrapport gaat ook nader in op de mogelijke vormgeving van deze drie specialismen. De onderzoekers geven ter overweging een vorm van landelijke concentratie mee, maar noemen ook de mogelijkheid van gespecialiseerde rechters op meerdere locaties. Voor de respondenten geldt dat het belangrijker is dát er een specialistische voorziening komt, dan de exacte vormgeving ervan.
    Het onderzoek wordt afgesloten met een essay van Rieme-Jan Tjittes, hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en advocaat. Dit essay beoogt bij te dragen aan de verdere discussie over de gewenste wijze van geschilbeslechting bij de aangetroffen behoeften aan gespecialiseerde rechtspraak. Hij presenteert daarbij arbitrage als alternatief voor rechtspraak.

    Auteurs: dr. ir. T. Havinga, prof. mr. C. Klaassen en N. Neelis
    Research Memoranda, nummer 2-2012
    Raad voor de rechtspraak, oktober 2012

  • Sociaalpsychologische determinanten van strafrechtelijke besluitvorming (pdf, 2,3 MB)

    Met de verschijning van Research memorandum 2012, nr. 1, 'Sociaalpsychologische determinanten van strafrechtelijke besluitvorming' wordt verslag gedaan van een, door de Raad verstrekte, 'bijzondere onderzoeksopdracht'. Deze opdracht biedt gerenommeerde wetenschappers een meerjarig kader om binnen hun eigen onderzoeksdomein een door de Raad aangereikt thema theoretisch en empirisch nader te verkennen. De uitvoering van het onderzoek lag in handen van dr. Carsten de Dreu, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam die tezamen met dr. Femke ten Velden het onderzoek heeft verricht.
    Aanleiding voor het onderliggende sociaalpsychologische onderzoek naar besluitvorming was de behoefte aan wetenschappelijke inzichten als het gaat om de kwaliteit van het beslisproces door rechter, en dan met name als het gaat om de wijze van informatieverwerking door de meervoudige kamer. Het onderzoek richtte zich daarbij specifiek op de sociaalpsychologische processen bij besluitvorming door groepen.
    Uit het onderzoek blijkt dat meervoudige besluitvorming een meerwaarde boven enkelvoudige besluitvorming heeft als er sprake is van een complex probleem waarbij er een grote hoeveelheid informatie verwerkt moet worden. Dit is het geval bij zaken die meervoudig worden afgedaan. Deze meerwaarde kan volgens de onderzoekers echter teniet worden gedaan door het gebruik van vuistregels. Het gebruik hiervan kan namelijk als consequenties hebben dat informatie onvolledig wordt verwerkt, rechters (statistische) denkfouten maken en selectief aandacht besteden aan wat beschikbaar is in het geheugen. Daarbij geldt in het bijzonder dat tijdsdruk een sterk negatief effect heeft op de kwaliteit van besluitvorming.
    De conclusies van de onderzoekers zijn van belang voor de rechtspraak, onder meer omdat blijkt dat het adagium dat groepsbesluitvorming automatisch kwalitatief betere besluiten oplevert niet altijd opgaat. Dit vraagt om bewustwording van onderhavige resultaten door individuele rechters en om gedachtevorming binnen de gerechten over maatregelen die eraan bijdragen dat de kans op het gebruik van vuistregels afneemt. Daarbij dient prioriteit te worden gegeven aan het doen afnemen van tijdsdruk en het bevorderen van de overlegcultuur tussen de leden van de meervoudige kamer. Ook wordt door de onderzoekers opleiding en training van rechters aanbevolen.
    De resultaten van onderhavig onderzoek zijn, in samenhang met een onderzoek naar de meerwaarde van meervoudige besluitvorming bij complexe zaken, reeds in december 2011 gepresenteerd tijdens de ‘Dag van het Oordeel’, een gezamenlijk initiatief van de SSR en de Raad van de rechtspraak. Laatstgenoemde onderzoek naar 'de betekenis van meervoudig beslissen in strafzaken' (pdf, 502,2 KB) is uitgevoerd door dr. Frans van Dijk, dr. Joep Sonnemans en prof. dr. Eddy Bauw. Een door de SSR opgesteld verslag over de 'Dag van het Oordeel' (SSR.nl) (pdf, 0 B) treft u hier aan.

 Research memoranda 2011

>Alles uitklappen
  • Rechtspraakverslaggeving in een veranderend medialandschap (pdf, 2,4 MB)

    De Persrichtlijn 2008 is een geactualiseerde versie van de in 2003 geïntroduceerde Persrichtlijn en heeft tot doel gerechten en journalisten inzicht te verschaffen in de belangen die bij de openbaarheid van rechtspraak spelen en hoe en door wie die belangen worden afgewogen. De richtlijn schept voorts duidelijkheid over wat de pers van de medewerkers van de gerechten mag verwachten en op welke wijze de gerechten de pers behoren te voorzien van informatie voorafgaande, tijdens en na rechtszaken. Tevens wordt een aantal praktische zaken uitgewerkt. Bij het vaststellen van de Persrichtlijn 2008 is besloten dat het functioneren hiervan na verloop van tijd via onderzoek zou worden geëvalueerd.
    Het onderhavige Research Memorandum doet verslag van deze evaluatie in de vorm van een literatuurstudie en een empirische studie, bestaande uit een enquête onder gerechtsmedewerkers en journalisten en een inhoudsanalyse van de berichtgeving over een drietal (spraakmakende) rechtszaken. De evaluatie maakt duidelijk dat de Persrichtlijn uit 2008 een duidelijke verbetering is ten opzichte van de Persrichtlijn uit 2003. Ook blijkt dat deze als voorwaardenscheppend instrument voldoet aan de beoogde doelstelling om journalisten in staat te stellen informatie over de rechtspraak te ontsluiten. Twee belangrijke knelpunten betreffen het gebrek aan uniforme interpretatie van de Persrichtlijn door gerechten en het gegeven dat de Persrichtlijn nog niet is toegesneden op technologische ontwikkelingen, zoals digitale verslaglegging via Twitter en weblogs. Vandaar dat de Raad voor de rechtspraak zich beraadt, in samenspraak met de gerechten, over de wijze waarop het mediabeleid beter toegesneden kan worden op de snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Voorts zullen de uitkomsten van de evaluatie als uitgangspunt dienen bij een herziening van de Persrichtlijn 2008.

    Auteurs: dr. O. Scholten, dr. B. Kester, dr. P.C. Ruigrok, mr. N. Ismaïli & M. Goudswaard (Universiteit van Amsterdam & Erasmus Universiteit Rotterdam)
    Research Memoranda, nummer 5-2011
    Raad voor de rechtspraak, maart 2012

  • DE proeftuin 2010 organiseren en verantwoorden door de strafrechter (pdf, 2,1 MB)

    In 2010 vond bij de strafsector van het gerechtshof Arnhem het experiment ‘De proeftuin’. De kern van het experiment, dat stoelt op het gedachtegoed van prof. mr. M. Otte, bestaat eruit dat de professional -  in dit geval de strafrechter - meer autonomie krijgt in zijn werk en meer zeggenschap over de wijze waarop hij zijn rechtsprekende werk dient te verrichten. De Arnhemse manier van werken sluit tevens aan bij het

    Bijzonder aan de werkwijze volgens de “proeftuinmethode” is dat de strafrechter (weer) de integrale verantwoordelijkheid krijgt voor een eigen contingent strafzaken en hij daarover verantwoording aflegt aan het bestuur. Het gaat daarbij niet, zoals gebruikelijk, om een inspanningsverplichting (het aantal zittingen), maar om een resultaatverplichting (het aantal zaken). Om die resultaatsverplichting te halen gaat de strafrechter pro-actief te werk. Het karakter van het organisatorische werk verschuift daarmee in substantiële mate naar de voorfase van het strafgeding, onder decentrale verantwoordelijkheid van de strafkamer. Het rapport gaat uitvoerig in op verschillende strafvorderlijke nova die samenhangen met het experimentele verantwoordelijkheidsmodel.

    In de evaluatie wordt het experiment positief beoordeeld en inmiddels is deze manier van werken een  van de reguliere werkwijzen geworden binnen het Arnhemse hof. Het experiment, dat aansluit bij de bedoelingen van het vernieuwde Wetboek van Strafvordering, voorziet in een aanpak die zowel kan bijdragen aan een grotere efficiëntie, een grotere effectiviteit (waaronder een positief oordeel over het proces door procespartijen) als een toename van werktevredenheid onder zowel rechters als de administratieve en juridische ondersteuning.

    Auteur: mr. R. Robroek, stafjurist bij gerechtshof Arnhem en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
    Research Memoranda, nummer 4-2011
    Raad voor de rechtspraak, december 2011 

  • rechtspraakbrede streven om de (regie)rol van de rechter te vergroten, de doorlooptijden te verbeteren en de productie te verhogen.  In dit Research Memorandum wordt verslag gedaan van het experiment door mr. drs. R. Robroek, stafjurist bij het gerechtshof in Arnhem en wetenschappelijk medewerker aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Recidiverisico en straftoemeting (pdf, 2,6 MB)

    Wat bepaalt de hoogte van de straf die een rechter geeft en welke rol speelt daarbij de inschatting van de kans dat de veroordeelde in de toekomst weer een misdrijf zal plegen (het 'recidiverisico')? Dat is het onderwerp van dit onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit Leiden in opdracht van de Raad voor de rechtspraak.
    Veel factoren spelen een rol bij de straftoemeting. Belangrijke zijn het aantal en de ernst van de gepleegde delicten en het strafrechtelijk verleden van de veroordeelde, dus het gedrag dat deze feitelijk heeft vertoond. De inschatting van het recidiverisico speelt daarbij niet zo’n duidelijke eigen rol. De rechter gebruikt die inschatting met name voor de gedetailleerde afstemming van de straf.
    De inschatting van het recidiverisico baseert de rechter niet zozeer op de drie klassen die de Reclassering hiervoor hanteert (risico laag, gemiddeld of hoog), maar meer op de onderliggende justitiële documentatie en de achtergrondinformatie die zij over de veroordeelde in haar rapportages vermeldt. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie over zijn opleiding, drugs- en alcoholgebruik, huisvesting, relaties met partner, gezin, familie, vrienden en kennissen en (hoe de veroordeelde omgaat met) zijn inkomen.

    Auteurs: drs. S.G.C. van Wingerden, prof. dr. mr. M. Moerings en dr. J. van Wilsem van de Universiteit Leiden.
    Research Memoranda, nummer. 3 - 2011
    Raad voor de rechtspraak, december 2011

  • De jeugdstrafzitting een pedagogisch perspectief (pdf, 2,6 MB)

    Auteurs: S. Rap en I. Weijers
    Research Memoranda, nummer 2-2011
    Raad voor de rechtspraak, september 2011

  • De goede procesorde in beeld (pdf, 2,4 MB)

    Auteurs: M. Barendrecht, S. van Gulijk, M. Gramatikov, P. Sluijter
    Research Memoranda, nummer 1-2011
    Raad voor de rechtspraak, juli 2011

Archief

Bekijk de research memoranda van 2010 t/m 2005.

 

 

    

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum