Afgifte en gebruik van inkomensverklaringen voor inkomensafhankelijke huurverhogingen niet onrechtmatig

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Afgifte en gebruik van inkomensverklaringen voor inkomensafhankelijke huurverhogingen niet onrechtmatig
Den Haag, 10 januari 2018

In de door de Woonbond aangespannen collectieve actie heeft de rechtbank geoordeeld dat de afgifte en gebruik van inkomensverklaringen door de Belastingdienst (de inspecteur) op grond van de sinds 1 april 2016 geldende wetgeving niet onrechtmatig is. Ook is het gebruik door de in rechte betrokken verhuurder van de vóór die tijd afgegeven inkomensverklaringen niet onrechtmatig.

De vorderingen van de Woonbond

De collectieve actie was ingesteld tegen onder meer de Staat en een woningcorporatie. De Woonbond vond het afgeven en het gebruik van de inkomensverklaringen in strijd met de privacyregels. Ze vorderde dat de rechtbank zou vaststellen dat de afgifte en het gebruik van de verklaringen daarmee onrechtmatig was. Zodoende zouden huurverhogingen die waren doorgevoerd met gebruikmaking van de inkomensverklaring teruggedraaid kunnen worden.

‘Scheefwonen’, inkomensafhankelijke huurverhoging en inkomensverklaring

Sinds 2013 bestaat wetgeving om ‘scheefwonen’ tegen te gaan. ‘Scheefwonen’ houdt in dat personen blijven wonen in een sociale huurwoning, terwijl hun inkomen daarvoor te hoog is. Op grond van deze wetgeving kunnen verhuurders van sociale huurwoningen de huur verhogen als het inkomen van de huurders boven een bepaald bedrag ligt. Als een verhuurder gebruik wil maken van deze mogelijkheid, moet hij een inkomensverklaring opvragen bij de Belastingdienst en die verklaring bij het voorstel tot huurverhoging voegen.

Oordeel Afdeling Bestuursrechtspraak en wetswijziging per 1 april 2016

Op 3 februari 2016 (zie vonnis ECLI:NL:RVS:2016:253) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) geoordeeld dat er toen geen wettelijke verplichting bestond voor de Belastingdienst om de inkomensverklaring te verstrekken. De verstrekking van de inkomensverklaringen was daarom in strijd met de in artikel 67 Algemene wet rijksbelastingen (Awr) neergelegde geheimhoudingsverplichting. De Belastingdienst mag alleen inkomensgegevens verstrekken indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Per 1 april 2016 is de wet veranderd en is de Belastingdienst verplicht de inkomensverklaring te verstrekken op aanvraag van een verhuurder.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft een inhoudelijk oordeel gegeven over de ná 1 april 2016 afgegeven inkomensverklaringen. De afgifte van die verklaringen en het gebruik daarvan is niet onrechtmatig. Het is niet in strijd met de door de Woonbond genoemde privacyregels, die een wettelijke verplichting tot afgifte vergen. Die bestaat sinds 1 april 2016.

Zaak tegen woningcorporatie

In de zaak tegen de woningcorporatie ging het ook om gebruik van vóór 1 april 2016 afgegeven inkomensverklaringen. De rechtbank oordeelt dat het gebruik van deze inkomensverklaringen door deze verhuurder niet onrechtmatig is. De woningcorporatie wist of kon niet weten dat de verstrekking van de inkomensverklaringen in strijd met artikel 67 Awr geschiedde. De woningcorporatie mocht ervan uitgaan dat de inkomensverklaringen, die zij van de in de wet daartoe aangewezen inspecteur verkreeg, rechtmatig verstrekt waren. Zij kon deze dus gebruiken voor het voorstellen en doorvoeren van een inkomensafhankelijke huurverhoging.

Uitspraken

Meest gelezen berichten