De provincie kan een vergunning voor het verstoren van de wolf verlenen als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Het verstoren van de wolf moet bijvoorbeeld noodzakelijk zijn en er moeten geen bevredigende alternatieven zijn. De provincie vond dat de wolf afwijkend gedrag vertoonde en baseerde zich daarbij op een advies van een wolvendeskundige. De Faunabescherming was het daar niet mee eens en overlegde ook deskundigenverklaringen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de provincie onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van afwijkend gedrag bij de wolf en dat ingrijpen in het belang van de openbare veiligheid noodzakelijk is. Ook onderbouwt ze onvoldoende waarom een vergunning voor de hele Noord-Veluwe nodig is en voor de duur van 18 maanden. Daarnaast wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat er geen bevredigende alternatieven zijn. Het is voor de voorzieningenrechter niet duidelijk wat de provincie concreet heeft gedaan om de wolf te beschermen en om het voeren te voorkomen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter maakt het bezwaar van de Faunabescherming een redelijke kans van slagen. Dat is reden om de vergunning voor het verstoren van de wolf te schorsen.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van de provincie tot 6 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar*.
*Er loopt een procedure voor de behandeling van het bezwaar van de Faunabescherming tegen het besluit van de provincie voor het mogen verstoren van de wolf met een paintballgeweer. De provincie behandelt dat bezwaar. Tegen de beslissing op bezwaar kan weer binnen 6 weken beroep worden aangetekend bij de rechtbank. Tijdens het bezwaar heeft de Faunabescherming de rechter gevraagd om het besluit te schorsen.