Rechter velt oordeel in geschil tussen FNV en Klomp Groepsvervoer

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Gelderland > Nieuws > Rechter velt oordeel in geschil tussen FNV en Klomp Groepsvervoer
Arnhem, 11 maart 2016

De voorzieningenrechter heeft het verzoek van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) om Klomp Groepsvervoer een hogere dwangsom op te leggen dan de dwangsom van maximaal 50.000 euro - die het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden  had opgelegd -afgewezen.

Aanleiding kort geding

Bij uitspraak van 9 februari is Klomp door het gerechtshof veroordeeld om art. 2.1.6 van de CAO Taxivervoer na te leven met een dwangsom van maximaal 50.000 euro als stok achter de deur. Volgens FNV houdt Klomp zich niet aan die veroordeling. Daarom heeft FNV een nieuw kort geding aangespannen, waarin FNV vordert dat de rechter Klomp een dwangsom van 1 ton per dag oplegt. Volgens Klomp is daar geen reden toe. Klomp vindt dat zij de veroordeling door het gerechtshof niet heeft overtreden.

Taxi's bij huis

De veroordeling van het gerechtshof is gebaseerd op de situatie waarin de werknemers van Klomp hun taxi 's avonds mee naar huis nemen. Deze situatie doet zich volgens Klomp niet meer voor. Na de uitspraak van het gerechtshof heeft Klomp een regeling ingevoerd waarbij werknemers hun taxi niet meer mee naar huis mogen nemen en ergens anders moeten stallen. FNV beweert dat - zij van werknemers van Klomp heeft gehoord - dat de werknemers hun taxi nog steeds mee naar huis nemen. De werknemers zijn per brief van Klomp en een brief van de Ondernemingsraad (OR) op de hoogte gebracht dat zij de taxi's niet mee naar huis nemen. Of die werknemers zich hieraan feitelijk houden doet er niet toe, want het gaat erom wat de regeling is en niet of die wordt nageleefd door de werknemers

Geen vordering op stalplaatsregeling

Volgens de rechter blijkt niet dat de nieuwe regeling onder de veroordeling valt. Het door FNV bij het gerechtshof gevorderde verbod op een stalplaatsregeling is afgewezen. Uit de tekst van het door het gerechtshof opgelegde gebod tot naleving van de CAO kan niet worden afgeleid dat een stalplaatsregeling - zoals Klomp die nu hanteert - onder het gebod valt. Daarom ziet de rechter ook geen aanleiding om dat gebod met een hogere dwangsom te versterken. Hiermee is overigens niet gezegd dat de huidige stalplaatsregeling Klomp geoorloofd is, maar ook niet dat die niet geoorloofd is. Maar dat hoeft in dit kort geding niet beoordeeld te worden. FNV heeft in dit kort geding uitsluitend een hogere dwangsom op het door het gerechtshof gegeven verbod gevorderd en niet ook een verbod op de huidige stalplaatsregeling. Daarom kan de voorzieningenrechter over de geoorloofdheid daarvan geen beslissing geven.

Dwangsom niet bedoeld om faillissement af te dwingen

De naleving van art. 2.1.6 van de CAO Taxivervoer (normering woon-werkverkeer) over de periode van 1 september 2015 tot een het invoeren van een stalplaatsregeling door Klomp valt wel onder het door het gerechtshof gegeven gebod. Maar de rechter ziet geen aanleiding met het oog daarop een hogere dwangsom op dat gebod te stellen. Daarvan kan geen effectieve prikkel tot nakoming uitgaan mede in aanmerking genomen dat aannemelijk is dat Klomp financieel niet in staat is tot afrekening met werknemers over die periode over te gaan. Volgens FNV moet Klomp dan maar failliet gaan, maar een dwangsom is niet bedoeld om een faillissement tot stand te brengen. De vordering van FNV wordt daarom afgewezen.

De volledige uitspraak wordt binnenkort gepubliceerd.

Uitspraken

Meest gelezen berichten