De rechtbank gaat er vanuit dat de 27-jarige man een streng Islamitische ideologie aanhangt en dat hij ervan op de hoogte was dat zijn broer deelneemt aan de strijd in Syrië. Desondanks wilde hij naar Syrië om zijn broer de spullen te brengen waar hij om had gevraagd.
Het dossier biedt echter onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de man oorlogshandelingen in Syrië gepleegd of ondersteund zou hebben, die gezien zouden kunnen worden als terroristische misdrijven. De rechtbank spreekt de man vrij van voorbereiding van ´gewone´ strafbare feiten, omdat het dossier te algemeen is en er onvoldoende bewijs is om te kunnen zeggen dat de man een concreet aan te duiden ernstig misdrijf zou willen plegen of voorbereiden.
Bij voorbereiding of ondersteuning van terroristische misdrijven moet er sprake zijn van een sterke vorm van opzet en de bedoeling om terroristische misdrijven te plegen. Zoals groepen mensen vrees aanjagen, de overheid onder druk zetten om haar beleid te wijzigen of essentiële maatschappelijke structuren van een land te ontwrichten. Dat wordt gekwalificeerd als een zogenaamd terroristisch oogmerk. Dat ‘oogmerk’ kan niet alleen uit een ideologie of godsdienstige overtuigingen worden afgeleid. Omdat verder bewijs voor een terroristische intentie in het dossier ontbreekt, spreekt de rechtbank hem ook hiervan vrij.
Ook voor het samenspannen tot terroristische misdrijven geldt dat er sprake moet zijn van een terroristisch oogmerk. Het is niet bewezen dat de 27-jarige man een terroristisch misdrijf voor ogen had. Dat hij zijn broer in Syrië wil bezoeken en hem spullen wil brengen, terwijl hij weet dat die broer deelneemt aan de gewapende strijd in Syrië, is op zich niet voldoende om aan te nemen dat er sprake was van een afspraak met die broer om een terroristisch misdrijf te plegen. Daarom spreekt de rechtbank hem ook vrij van samenspanning tot terroristische misdrijven.