Laden...

Op de rol: ‘What the fuck, man!’

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Midden-Nederland > Nieuws > Op de rol: ‘What the fuck, man!’
Utrecht, 25 augustus 2020

Politieagenten worden in hun werkomgeving ­(op straat) uitgescholden voor alles wat los en vast zit; in de werkomgeving van rechters ­(de zittingszaal) verloopt de omgang met het gezag beschaafder. Verdachten zijn in de regel deemoedig en passen op hun woorden en het (zeldzame) publiek houdt zich erbuiten. Moeder Gerda en dochter Naomi* verliezen die mores op een snikhete dag in augustus van 2019 uit het oog en schelden er in de Zutphense rechtszaal danig op los.

Als we het Openbaar Ministerie mogen geloven, maken de dames de voorzitter van de meervoudige strafkamer uit voor ‘kankerhoer’, ‘lelijke kuttekop’, ‘chagrijnig tyfuswijf’, en meer van dat fraais. De Gelderse rechter is na afloop van de rumoerige zitting zo van slag dat ze niet alleen naar huis durft, maar ze vindt het niet nodig om aangifte te doen. Dat vindt de Gelderse rechtbank wél nodig, en de officier van justitie in Zutphen die erbij was, vindt dat ook. ‘Er wordt wel vaker wat in de rechtbank gezegd, maar dit was beledigend en een minachtig voor de rechtbank’, aldus de officier.

Ontploffing

‘Ik heb begrepen dat er op die 27e augustus in Zutphen een zitting was waar uw zoon/broer de verdachte was. Het was niet de strafzaak zelf, maar een pro-formazaak omdat hij 90 dagen had vastgezeten. U was daarbij en u hebt iets geroepen. Wilt er iets over zeggen?’, vraagt de Utrechtse politierechter Ebbens. Dat wil moeder Gerda (60) wel. ‘Het was een emotionele ontploffing na alle zorgen over mijn zoon. Er was zoveel met ons en om ons gebeurd. Het emmertje was vol’, zegt Gerda. ‘Het kan natuurlijk niet wat ik heb gezegd, dat weet ik zelf ook wel. Ik weet dat ik fout ben geweest. Ik ben er niet trots op.’

Druppel

Maar wat was nou de druppel die de emmer deed overlopen, vraagt de politierechter zich af. Gerda: ‘In onze ogen en ook volgens de advocaat klopte er heel veel niet. Opeens zei die mevrouw (ze bedoelt de rechter, red.) iets en daarop werd in de zaal gereageerd dat het niet waar was. Ik probeerde de boel nog te sussen, maar het was al te laat. De mevrouw schreeuwde naar mijn dochter. Mijn man ging de rechtszaal uit. De politie kwam naar binnen. Het is onbegrijpelijk, ook van ons.’ ‘Maar waarom werd u dan zo boos?’, probeert de politierechter. Gerda: ‘Mijn zoon is geen prater. We hadden hem eindelijk zo ver dat hij antwoord gaf op vragen. Hij zei iets van “Nee, joh, zo was het niet.” En toen kreeg-ie toch een afstraffing van die mevrouw! Hij zei helemaal niet joh om haar te beledigen. Het was zijn eh …’ … ‘manier van uitdrukken’, vult de rechter aan. ‘Wij waren verbijsterd. Hij praat!’

Beledigen

‘We keken elkaar aan, met zo’n blik van: is dat nou nodig?’, herinnert dochter Naomi (24) zich. ‘Mijn broer probeerde zijn excuses aan te bieden, en zei sorry, joh. De rechter bleef maar doorgaan. Je zag dat hij niet wist wat-ie moest doen. Alles ging toch goed? Hij deed toch alles wat er van hem gevraagd? Hij zit nu ook in een open kamp. En toen verloor ik het gewoon.’ De rechter: ‘U zegt dus: mijn broer wilde de rechter niet beledigen, maar hij zei iets zonder zich te realiseren dat de rechter zich daaraan zou storen.’ Naomi: ‘Hij is mijn oudere broer, maar hij zag er zo zielig uit. Mijn hart brak gewoon. Ik kan er nu weer emotioneel van worden. Maar we hadden ons niet zo moeten gedragen en het was dom en fout.’

Trappen

Dom en fout om wát te zeggen, eigenlijk? Want daarover hebben moeder en dochter nog niets gezegd. Het was kennelijk beledigend genoeg om in de rechtszaal aangehouden te worden en meegenomen te worden naar het politiebureau. Noami: ‘Ik zal best wat gezegd hebben. Ik kan het niet ontkennen en ook niet bevestigen. Het is ook zo lang geleden. Maar we zijn zeker niet naar de rechtbank gegaan om de rechter de grond in te trappen.’ Meervoudige zittingen worden in beeld en geluid gevangen, dus officier van justitie Esbir Wildeman kan vertellen wat moeder en dochter zoal hebben geroepen in de Zutphense rechtszaal. De officier: ‘Mevrouw senior noemt de rechter in de opname een ‘chagrijnig tyfuswijf’ en ze heeft het over ‘die kuttekop van jou’. Mevrouw heeft tegenover de politie bekend dat zij die woorden heeft gebruikt.’

Verontwaardiging

En dochter Naomi? De officier van justitie: ‘Ik concludeer dat zij heeft gezegd ‘what the fuck, man’. Dat lijkt een beetje op het gebruik van het woord joh. Ik zie dat meer als verontwaardiging. Waar gaat het over? Het is niet respectvol, maar ik vind het geen belediging. Het past niet in de rechtszaal, maar het is niet strafbaar. Dat betekent dat ik om vrijspraak van mevrouw junior vraag.’ Moeder Gerda heeft wel beledigende woorden gebruikt en verdient geen vrijspraak. Een geldboete vindt hij niet op zijn plaats, een werkstraf van 30 uur wel.

Pijn

Raadsman Van Biljouw vindt een geldboete voor moeder Gerda juist wél op zijn plaats. ‘De richtlijnen van het Openbaar Ministerie schrijven een geldboete voor. Die mag wat mij betreft ook pijn doen’, zegt de advocaat. Als er dan tóch een taakstraf moet komen, dan wel graag een voorwaardelijke. De rechter volgt de officier bij Naomi. ‘What the fuck klinkt niet leuk, maar het is niet beledigend. Dat betekent dat ik u vrijspreek.’ ‘Okay, top, dank u wel’, reageert Naomi. Moeder Gerda heeft volgens rechter Ebbens duidelijk ‘chagrijnig tyfuswijf’ en ‘kuttekop’ geroepen. De politierechter: ‘Ik begrijp dat er op die dag heel veel speelde, dat het u te veel werd en dat u deze woorden hebt uitgesproken. Die waren beledigend. Ik leg u daarvoor geen taakstraf op, zoals de officier eist, maar een boete van 250 euro.’

* Dit zijn niet hun echte namen.

Uitspraken