Op de rol: 'Paling wordt heel klein in de frituur'

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Op de rol: 'Paling wordt heel klein in de frituur'
Haarlem, 23 mei 2019

Het was de gewoonste zaak van de wereld om in de polder bij Enkhuizen ‘een fuikie te zetten’. Je deed als jongen niet anders, zegt Karel (47). Jong geleerd is oud gedaan. In het voorjaar van 2017 zet Karel in het bijzijn van zoon Ben (22)* in de polder Het Grootslag weer een stel ‘fuikies’. Maar de tijden zijn veranderd. ‘U weet toch dat de regels zijn aangescherpt om de paling te beschermen?’ zegt de economische politierechter. Karel: ‘Ik nam een risicootje; als ik had geweten wat mij zou overkomen, dan had ik die paling wel bij de viswinkel gekocht.’

Karel heeft het inderdaad geweten, want op zondag 7 mei staat een legertje politieagenten bij hem op de stoep. ‘De buurt in rep en roer, mijn moeder overstuur. Ze heeft er 2 jaar later nog last van’, zegt Karel tegen politierechter Judith van den Bos in de Bavo Zaal van het Haarlemse gerechtsgebouw. Karel zou niet alleen illegaal tientallen kilo’s aal (aal of paling – het is 1 en dezelfde vis) hebben gevist in en rond Enkhuizen, hij zou ze ook hebben laten lijden en hij zou 2 snoekbaarzen buiten het seizoen hebben gevangen.

Meervallen

De politie krijgt Karel op 27 maart 2017 in het snotje als een Enkhuizer opbelt met de mededeling dat hij ziet hoe een man bij de Haling in een wetsuit de Noorder Kadijk ingaat. Agenten nemen poolshoogte en treffen Karel en zoon Ben in vaders auto. ‘We waren daar om met de hand meervallen te vangen.’ De ochtend erop rijden de agenten terug en halen bij een duiker (een rechtdoorgaande waterdoorgang onder een weg of dijk) een fuik met aas uit het water. ‘Had u die fuik daar neergezet?’, vraagt politierechter Van den Bos. ‘Die was niet van mij’, antwoordt Karel. De rechter: ‘Het is wel toevallig dat u juist op die plek in het water was.’ Karel weer: ‘Iedereen kan daar een fuik zetten.’ Zoon Ben weet van niets.

Peilbaken

Op 3 april krijgt de politie weer een telefoontje. Nu staat er een soortgelijke fuik in de duiker bij de Zandsloot. Er zit 1 kilo witvis in en een dikke aal. Zegt Karel niets. ‘Er zijn zoveel mensen die met een fuik in de polder vissen.’ De politie denkt er anders over en plaatst stiekem een peilbaken onder Karels Fiat. In het vuistdikke dossier staan de routes die Karel heeft afgelegd. Op 30 april stopt de auto bij veel sloten. ‘Toen pas heb ik 8 fuiken gezet, op de plekken waar ik ook meervallen vang.’ Op 4 mei maakt de politie een rondje en vindt verschillende fuiken. Zoon Ben wist daar niets van. Vader: ‘Hij staat er helemaal buiten; het is belachelijk dat hij hier nu zit.’

Achtertuin

Op 7 mei gaat Karel voor dag en dauw op pad in Enkhuizen en Andijk om zijn fuiken te lichten. Agenten houden hem in de gaten als hij met een fuik in de weer is. In de kofferbak van zijn Fiat vinden ze een natte fuik met 16 kilo paling en schubvis. Als de politie vervolgens naar Karels huis gaat, vinden ze in zijn achtertuin nog eens 30 kilo schubvis en 32 kilo kronkelende paling. Allemaal voor eigen gebruik, zegt Karel. Daar kijkt politierechter Judith van den Bosch van op. ‘In uw telefoon stonden nummers van palinghandelaren en een rokerij. Als je dat zo ziet, dan zou je kunnen denken: mijnheer verkocht de paling door.’ Welnee, zoveel is het niet. ‘Als je een vis schoonmaakt, houd je bijna de helft over’, legt Karel uit. Er ging wat naar de buren en de rest ging in de vriezer. ‘Zodat ik elke week een palinkie kon bakken.’

Knaken

Eigen consumptie? Officier van justitie Jeroen Klein Egelink gelooft er niets van. Zoals hij ook niets gelooft van Karels verhaal dat hij pas op 30 april zijn fuiken heeft uitgezet. Vissen op meervallen? Ook zo’n raar verhaal. ‘Die vang je zo vroeg in het jaar niet en zeker niet met de hand.’ Vader en zoon visten volgens hem al op 27 maart op paling, en nergens anders op. Karel is een stroper die het niet zo nauw neemt met het welzijn van levende paling door ze urenlang op het droge te laten, meent de officier van justitie. ‘Mijnheer deed het voor de harde knaken. Dat maak ik ook op uit een tip die de Voedsel- en Warenautoriteit kreeg van een beroepsvisser die meldde dat een mijnheer met uw achternaam had gezegd dat hij wekelijks 50 tot 60 kilo paling kon leveren.’ Het geld dat Karel 6 weken lang heeft verdiend met het stropen van de paling, moet worden afgepakt. Na het maken van een rekensommetje komt de officier uit op ten minste 1.256 euro. Omdat hij zo’n beetje beroepsmatig stroopt, verdient Karel naast deze vordering (wederrechtelijk verkregen voordeel) een boete van 8 duizend euro. Zoon Ben verdient voor de betrokkenheid bij het stropen een boete van 600 euro.

Frituur

Karel viste op 27 maart op meervallen, niet op paling. Hij zette geen fuik, maar had een net bij zich om meervallen uit het water te scheppen, aldus raadsvrouw Linda Stolk-Hogeterp. Op de 27ste troffen agenten niets bijzonders aan, een dag later wel. ‘Iemand anders kan een fuik hebben gezet.’ Vader Karel heeft bekend dat hij vanaf 30 april fuiken heeft gezet; voor die tijd heeft hij niets misdaan, meent de raadsvrouw. Karel ontkent niet dat hij op 7 mei kilo’s paling ‘onder zich’ heeft gehad, maar dat was niet strafbaar, meent de raadsvrouw. ‘Als je het zwart-wit bekijkt, dan zou het betekenen dat iedereen die paling koopt, en daarmee onder zich heeft, strafbaar is.’ En waarom zou Karel de paling niet voor eigen gebruik uit het water hebben gehaald? Zoveel blijft er niet van over. ‘Paling wordt heel klein in de frituur.’

Visserijwet

De rechter zou Karel eventueel een voorwaardelijke geldboete kunnen geven; zoon Ben verdient vrijspraak. Dat laatste vindt de economische politierechter ook. ‘Ik kan niet vaststellen dat u wist dat uw vader op 27 maart bij de Haling een fuik zou plaatsen.’ Maar zo onschuldig als de zoon is, zo schuldig is vader. Hij heeft van 27 maart tot 7 mei illegaal op paling gevist. ‘Ik vind het niet aannemelijk dat u op 27 maart bij die duiker was om alleen op meervallen te vissen. U was er ook om een fuik te plaatsen.’ Het is niet waar dat Karel de aal gewoon mocht hebben, zoals raadvrouw Stolk-Hogeterp zegt. De politierechter: ‘Aal is een beschermde diersoort. Er is een vrijstelling voor het voorhanden hebben van deze vis als deze is gevangen volgens de visserijwet. Dat is hier niet gebeurd.’ Karel is een stroper, maar verdient volgens politierechter Van den Bos geen boete van 8 duizend euro. Zulke hoge boetes leggen rechtbanken niet op voor deze vorm van stroperij. Ze geeft Karel een boete van 1 duizend euro. De vordering (wederrechtelijk verkregen voordeel) gaat naar 840 euro.

* Karel en Ben zijn niet hun echte namen.

Uitspraken