Geen compensatie voor geluidsoverlast Eindhoven Airport

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Geen compensatie voor geluidsoverlast Eindhoven Airport
's-Hertogenbosch, 04 april 2017

Een omwonende van Eindhoven Airport krijgt geen nadeelcompensatie (een vergoeding in geld) voor de geluidsoverlast die hij zegt te lijden door het toegenomen aantal vliegtuigen en de ruimere vliegtijden. Dat bepaalde de rechtbank Oost-Brabant.

Standpunten partijen

De man woont in Veldhoven nabij het vliegveld. Hij verzocht in 2012 om toekenning van nadeelcompensatie vanwege toegenomen geluidshinder door de burgerluchtvaart op de luchthaven. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en de minister van Defensie wezen dit verzoek in maart 2015 af. De omwonende maakte hiertegen bezwaar, dat in augustus vorig jaar door de staatssecretaris en minister ongegrond werd verklaard. Hij stapte vervolgens naar de rechter.

De minister en staatssecretaris volgden met hun besluit het advies van een onafhankelijke commissie om de nadeelcompensatie af te wijzen. Volgens die commissie komt de schade die de omwonende stelt te hebben geleden, voor zijn eigen rekening. Toen hij zijn 2 woningen kocht (in 1993 en 2009), wist hij dat rekening gehouden moest worden met een toename van de burgerluchtvaart op de militaire luchthaven. Hij wist of had volgens de commissie kunnen weten dat de geluidsbelasting op een bepaalde grens is vastgesteld. Die grens is nooit overschreden, ook al is het aantal vliegbewegingen toegenomen. Dat komt doordat vliegtuigen steeds geluidsarmer zijn geworden. Binnen de gestelde norm kunnen dus veel meer vliegbewegingen plaatshebben dan voorheen het geval was. En dat was voorzienbaar, stelt de commissie. Omdat in de regelgeving staat dat voorziene schade niet wordt vergoed, heeft de omwonende hier dus geen recht op.
Volgens de omwonende is er sprake van een onzorgvuldig genomen besluit dat inhoudelijk onjuist is. Hij stelt dat de schade komt door de toename van het aantal vliegbewegingen en de verruiming van de vliegtijden, niet de geluidsnorm waar de staatssecretaris en minister naar verwijzen in het advies van de commissie. De ruimere openingstijden en het aantal vliegbewegingen zijn bepalend voor de overlast. Volgens de omwonende was die toename niet voorzienbaar. Jarenlang was het aantal toegestane vliegbewegingen maximaal ruim 18.000 en de laatste jaren is dit gestegen naar ruim 30.000 in 2015. Hij stelt daarnaast dat de geluidsnorm erg onduidelijk is en dat van een normale burger niet mag worden verwacht dat hij de formule om die te berekenen kan doorgronden.

Oordeel

De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris en minister hun besluit mochten baseren op de adviezen van de commissie. Volgens de rechtbank wordt de omwonende verondersteld bekend te zijn geweest met de geldende geluidsnorm. Dat geldt ook voor het feit dat de berekening van die norm niet alleen afhangt van het aantal vliegbewegingen, maar ook van het geluid dat een vliegtuig produceert en van het tijdstip waarop wordt gevlogen. Dit was al te lezen in een besluit van 1979. De omwonende gaat eraan voorbij dat het aantal van ruim 18.000 vliegbewegingen een prognose was van het militaire en burgervliegverkeer in 1985. Daarbij spelen echter ook andere variabelen zoals geluid per vliegtuig en tijdstip van vliegen een rol. Al met al is het verzoek om nadeelcompensatie dus terecht afgewezen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten