Geldboete voor 2 bedrijfsongevallen Borssele, vrijspraak voor fataal ongeval
Overtreden Arbeidsomstandighedenwet
Op 24 juli 2015 vond een ongeval plaats in het ketelhuis van de kolencentrale van EPZ in Borssele. Bij het oplossen van een verstopping liep een werknemer brandwonden op. Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is dit ongeval aan EPZ te wijten. Het bedrijf overtrad de Arbeidsomstandighedenwet en schoot te kort bij het treffen van maatregelen. Daardoor konden werknemers bij het uitvoeren van hun werkzaamheden worden blootgesteld aan heet vliegas. Het bedrijf zag niet toe op de naleving van instructies en voorschriften door haar werknemers. De rechtbank houdt 2 leidinggevenden van EPZ hiervoor mede verantwoordelijk.
Op 23 september 2015 vond een tweede ongeval plaats, in een andere installatie op het terrein van EPZ. Bij de ontmanteling van een installatie die een eventuele explosie moest onderdrukken ontstond een stofexplosie waardoor een medewerker en een inhuurkracht zware brandwonden opliepen. Van twee andere aanwezige medewerkers raakte er een licht gewond. Volgens de rechtbank overtrad EPZ ook hier de Arbeidsomstandighedenwet. Zij heeft opzettelijk handelingen verricht of nagelaten waardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers kon ontstaan.
Vrijspraak fataal ongeval
Tijdens werkzaamheden op 20 november 2015 was een werknemer op een afgelegen terrein met een shovel kolen aan het storten in een trechter boven een transportband. Toen hij niet reageerde op oproepen via de portofoon trof een collega hem aan in de trechter. Hij bleek te zijn overleden. Hoe hij in de trechter is terechtgekomen en wat de precieze doodsoorzaak is geweest, kan niet onomstotelijk worden vastgesteld. Gelet op de wijze waarop de man is aangetroffen, moet worden aangenomen dat hij de shovel heeft geparkeerd, is uitgestapt en door eigen toedoen in de trechter terecht is gekomen. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. vindt dat EPZ en Sagro Aannemingsmaatschappij Zeeland BV de Arbeidsomstandighedenwet hebben overtreden. De rechtbank komt niet tot die conclusie. Zo kan niet worden gezegd dat de trechter met transportband op de verkeerde wijze was gebruikt en ingericht. Ook waren er uitgebreide gebruikershandleidingen en werden het veiligheidsbeleid en de voorschriften aan werknemers kenbaar gemaakt. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat het een ervaren medewerker was, die erg goed bekend was met het werken met de shovel, trechter en transportband en de daarbij behorende risico’s. Tot slot kan de rechtbank ook niet vaststellen dat de bedrijven in hun overige verplichtingen tekort zijn geschoten. Alles bij elkaar spreekt de rechtbank EPZ en Sagro hiervan vrij. Ook twee leidinggevenden van EPZ worden hiervan vrijgesproken.
Straf

Bij het bepalen van de straf voor de ongevallen in juli en september 2015 weegt de rechtbank mee dat EPZ in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet heeft gehandeld. Als gevolg daarvan zijn bij 2 incidenten 4 werknemers gewond geraakt. EPZ droeg als werkgever de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar werknemers en had adequate maatregelen moeten treffen tegen gevaren op de werkplek. Dat heeft EPZ nagelaten. De verantwoordelijkheid voor veilig werken heeft zij moedwillig – na het afwijzen van mogelijke maatregelen – geheel voor risico van de werknemers gelaten. Daarnaast houdt de rechtbank er onder meer rekening mee dat EPZ na de arbeidsongevallen het veiligheidsbeleid bedrijfsbreed heeft aangescherpt. De rechtbank legt alles bij elkaar een zwaardere geldboete op dan geëist vanwege de ernst van de beide feiten.