Hoofdverdachte 'politiemol-zaak' krijgt paspoort niet terug

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Hoofdverdachte 'politiemol-zaak' krijgt paspoort niet terug
's-Hertogenbosch, 20 december 2016

De hoofdverdachte in de zogenaamde ‘politiemol-zaak’ krijgt zijn paspoort voorlopig niet terug. Dat is het oordeel van de rechtbank Oost-Brabant. De 30-jarige man uit Weert had de rechtbank gevraagd de voorwaarden van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis aan te passen zodat hij op korte termijn zijn schoonouders in Oekraïne zou kunnen bezoeken. Hij zei hen op de hoogte te willen brengen van alles dat is voorgevallen en hen te willen informeren over de stand van zaken. Volgens de rechtbank zijn de aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet van zodanig belang dat de schoringsvoorwaarden zouden moeten worden herzien. Bovendien staan er voor de verdachte andere wegen open om contact op te nemen met zijn schoonouders in Oekraïne.

De rechtbank Oost-Brabant hield gisteren een zogenaamde regiezitting in de ‘politiemol-zaak’. In die zaak staan 5 verdachten terecht voor onder meer deelname aan een criminele organisatie, schending ambtsgeheim, computervredebreuk en omkoping. Tijdens de zitting maakten de advocaten van de verdachten hun onderzoekswensen kenbaar aan de rechtbank. De rechtbank heeft zojuist de beslissingen op die verzoeken bekendgemaakt.

Horen getuigen

De rechtbank heeft het verzoek afgewezen van de advocaat van de hoofdverdachte om de minister van Veiligheid en Justitie, de voormalig korpschef van de politie en de voormalig voorzitter van de centrale ondernemingsraad van de politie te horen. De rechtbank oordeelt dat het horen van deze personen niet van belang is voor het nemen van beslissingen in deze strafzaak. De rechtbank laat zich nu nog niet uit of ze de uitingen in de media van de minister van Veiligheid en Justitie en de voormalig korpschef zal laten meewegen bij een eventuele strafoplegging.
Ook het verzoek om de opleiders van de verdachte te horen evenals de functionaris(sen) die werden gewaarschuwd door die opleiders wordt in dit stadium van het onderzoek afgewezen. De verdediging heeft onvoldoende concreet onderbouwd wie dan zouden moeten worden gehoord en welke vragen dan zouden moeten worden gesteld.

Wel wijst de rechtbank het verzoek toe om de leidinggevende van een Utrechts politiebureau, een informatieambtenaar en een leidinggevende bij de opslagplaats materieel/archief te horen. De rechter-commissaris zal ze horen over de wijze waarop de verdachte gebruik heeft gemaakt van de politiesystemen, in hoeverre hij daartoe bevoegd was en over de werkwijze van de opslagplaats rond aangeboden reisdocumenten.
Een vriend van de verdachte zal als getuige worden bevraagd over onder meer zijn kennis van het leef- en uitgavenpatroon van de verdachte.

De (politiële) inwinners A-3869 en A-3870 en de begeleiders B-2464 en B-2500 worden eveneens als getuige gehoord over de wijze waarop gesprekken met de verdachte zijn weergegeven. Deze getuigen kunnen reageren op de visie van de verdediging dat de aard, strekking en de chronologie van de inhoud van de gerelateerde gesprekken soms onjuist is geduid of soms helemaal niet is gerelateerd.

De raadsman heeft verzocht om de verdachte een verklaring te laten afleggen over zijn sollicitatie, opleiding, tewerkstelling, accreditatie, zijn contacten met een vriend, zijn contacten met de leden van het WOD (inlichtingendienst politie) en over zijn geldleningen. De rechtbank wijst dit verzoek toe.

Voor het horen van alle getuigen verwijst de rechtbank de zaak naar de rechter-commissaris.

Uitspraken

Meest gelezen berichten