Pakketbezorgers krijgen geen contract bij PostNL

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Pakketbezorgers krijgen geen contract bij PostNL
's-Hertogenbosch, 12 januari 2016

PostNL mocht 2 pakketbezorgers weigeren een contract aan te bieden. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde vandaag dat de bezorgers geen arbeidsovereenkomst hadden met het bedrijf.

Achtergrond

PostNL werkt voor de bezorging van pakketten met werknemers die zij in dienst heeft én met zelfstandige pakketbezorgers, de zogeheten subcontractors. Met deze subcontractors heeft zij een vervoersovereenkomst gesloten. Naar aanleiding van onvrede onder de subcontractors is het afgelopen jaar onderhandeld tussen PostNL enerzijds en de FNV en de belangenvereniging van de subcontractors anderzijds. Dit heeft ertoe geleid dat PostNL aan alle subcontractors die zonder eigen personeel werken, de zzp’ers, een arbeidscontract heeft aangeboden, behalve aan een kleine groep met wie zij de contracten wilde beëindigen vanwege klachten. Van de subcontractors die wel een arbeidsovereenkomst aangeboden hebben gekregen, heeft maar een klein deel dit geaccepteerd, omdat het loon dat zij zouden verdienen lager is dan wat zij als zelfstandige verdienen.

PostNL heeft in het derde kwartaal van 2015 met een aantal subcontractors de overeenkomst opgezegd. Dit had uiteenlopende redenen zoals klachten over de uitvoering van het werk of het niet voldoen aan bepaalde eisen voor een Europese vergunning. In Nederland lopen bij verschillende rechtbanken procedures die door de betreffende subcontractors zijn aangespannen tegen PostNL wegens de beëindiging van hun overeenkomst.
In de eerste 3 zaken is op 18 december 2015 uitspraak gedaan door de rechtbank Noord-Holland, waarbij in de zaak van 2 pakketbezorgers is geoordeeld dat zij een arbeidsovereenkomst hebben met PostNL, bij de derde was dit niet het geval.

Huidige geschil

In de 2 zaken waarin de rechtbank Oost-Brabant vandaag uitspraak heeft gedaan, ging het om één subcontractor die niet in het bezit was van de benodigde Europese vergunning en over wie klachten bestonden over de uitvoering van zijn werk. Ook werd hem verweten dat hij zich onacceptabel had gedragen tijdens stakingen van de subcontractors eerder dit jaar. Aan deze subcontractor was door PostNL geen arbeidsovereenkomst aangeboden.
De andere subcontractor is evenmin in het bezit van de Europese vergunning. Hij heeft niet deelgenomen aan de collectieve stakingen van de subcontractors en evenmin waren er klachten over het werk. Hem is door PostNL wel een arbeidsovereenkomst aangeboden.

Beide subcontractors wilden dat de rechtbank zou verklaren dat zij werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, dat zij weer aan de slag mogen en dat hun salaris overeenkomstig de CAO wordt doorbetaald. De subcontractors stellen zich op het standpunt dat zij, ondanks dat zij op papier een vervoersovereenkomst hebben met PostNL, op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn voor dit bedrijf. De wijze waarop zij hun werk voor PostNL moeten uitvoeren is zo gedetailleerd voorgeschreven en wordt zodanig gecontroleerd, dat in feite sprake is van een gezagsverhouding. Ook stellen de subcontractors dat zij niet voor andere opdrachtgevers kunnen rijden en weinig invloed hebben op de tariefstelling. PostNL geeft aan dat de subcontractors welbewust hebben gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap, en dat zij zich mogen laten vervangen bij de uitvoering van het werk.

Beslissing kantonrechter

De kantonrechter oordeelt in beide zaken dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Eén subcontractor reed structureel meerdere routes, waarvoor hij in toenemende mate ook anderen heeft ingezet. Daarbij ging het om het aannemen van een zodanig werkaanbod dat dit niet door één persoon te rijden was. Om het werk te kunnen verrichten heeft hij een tweede bus aangeschaft. Deze situatie vertoont meer de kenmerken van zelfstandig ondernemerschap dan van een arbeidsovereenkomst. Bij de andere subcontractor was van doorslaggevend belang dat zijn wil in de uitvoeringsfase uitdrukkelijk niet gericht is geweest op het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

Uitspraken

Meest gelezen berichten