Laden...

Op de (kanton)rol: 'We hebben niemand in gevaar gebracht’

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Zeeland-West-Brabant > Nieuws > Op de (kanton)rol: 'We hebben niemand in gevaar gebracht’
Breda, 11 maart 2021

Het is vanochtend een drukte van belang in de Bredase zittingszaal van kantonrechter Huib de Ruijter. Mensen die in beroep (verzet) zijn gegaan tegen een boete (strafbeschikking) vinden er een luisterend oor. In 3 afleveringen passeren telkens 2 zaken van deze ochtend de revue. Vandaag deel 3 over een loslopend hondje voor de uitlaatplek en een fietser in het treinstation.

Remco (40)* uit Amsterdam gaat een dagje de provincie in. Hij stapt op 30 augustus 2019 op de trein naar Breda. Samen met zijn vriendin huurt hij aan de centrumkant van het station een OV-fiets, maar die kan hij daar ‘s avonds rond de klok van 11 niet afleveren. De laatste trein naar Amsterdam vertrekt om 20 minuten over 11. Hij raast met zijn vriendin door de stationshal naar de andere kant van het station om zijn huurfiets in de stalling daar af te leveren.

Bord

Remco wordt in de stationshal aangehouden omdat hij op zijn fiets ‘de orde en veiligheid verstoort.’ Hij krijgt een boete van 95 euro. Daar kan hij niet mee leven. Remco legt uit waarom: ‘We wisten niet dat we de fiets niet konden inleveren op de plek waar we hem hadden gehuurd, want die bleek gesloten. Er hing een rolluik voor.’ ‘Op een bord staat dat je de OV-fiets alleen maar aan de andere kant van het station kunt inleveren’, zegt kantonrechter Huib de Ruijter. ‘Nee’, reageert Remco. ‘Jazeker, ik heb het nog gecontroleerd’, meldt de rechter. ‘Inmiddels hangt er een bord. Ik was vanochtend in de fietsenstalling. Die avond was er in ieder geval geen bord waarop stond waar wij de fietsen konden inleveren.’

Gedoogbeleid

‘U had kunnen controleren waar u de fietsen kon terugbrengen, maar goed ik kan begrijpen dat u dat niet hebt gedaan. U had nog een kwartier de tijd om van de ene naar de andere kant van het station te komen. U hoefde niet te fietsen. Zelfs als je kruipt, kun je het halen.’ ‘Wij zijn op zoek gegaan naar informatie, maar er was bijna niemand’, reageert Remco. De rechter: ‘Maar er was wel een boa die u een bekeuring kon geven.’ ‘Mag ik u mijn verhaal vertellen?’ ‘Zeker.’ ‘De fietsenstalling Centrum Breda was blijkbaar al om 8 uur al dicht. Dat is bijzonder vroeg. Uiteindelijk vertelde iemand van de NS waar we de fietsen konden inleveren. We zijn toen door de tunnel gefietst. Er is daar een gedoogbeleid.’ De rechter: ‘Oh?’ ‘Jazeker. Ik heb zojuist nog een filmpje op het station gemaakt.’

Foto

Remco wordt dus in de stationstunnel aangehouden, ‘door 3 mensen die zich niet bekendmaakten’, aldus de Amsterdammer. ‘Iemand vroeg om mijn ID-kaart. “Waarom?”, vroeg ik. Ik wist niet wat we fout hadden gedaan. “Als je het niet doet, ga je zeker de trein missen”, was het antwoord. Ik heb toen maar mijn ID-kaart gegeven. Ze hebben er een foto van gemaakt, waarna wij onze fietsen hebben ingeleverd en op het nippertje de trein haalden. Ik heb meteen met de NS gechat en mijn beklag gedaan. Er was geen bord, nergens stond dat we er niet mochten fietsen, de 3 mannen deden raar en we hebben niemand in gevaar gebracht.’

Open

Kantonrechter De Ruijter kent de stad en kent het treinstation. ‘Iedere zittingsdag gaat wel 1 zaak over fietsen in het stationsgebouw. Het wordt niet gedoogd. Van de centrumkant gezien is er aan de linkerkant een fietspad waarover in beide richtingen gefietst mag worden.’ Remco: ‘Maar dat staat nergens!’ De rechter: ‘Iedereen in Breda weet dat.’ Remco: ‘Ik kom uit Amsterdam, en in Amsterdam is de fietsenstalling gewoon open. Ik heb de NS gezegd dat de bewegwijzering beter moest, en inmiddels is dat gebeurd. Er hangt nu een bordje buiten de fietsenstalling.’

Reiziger

Dat Remco niet wist dat hij niet in het stationsgebouw mocht fietsen, doet er niet toe, meent officier Tisha Keller. ‘Het gaat hier om een overtreding en dan is opzet niet vereist voor een veroordeling. Een boa heeft op ambtseed een proces-verbaal opgemaakt. Hij heeft mijnheer in het stationsgebouw zien fietsen en zag dat mijnheer rakelings langs een reiziger reed. Er is geen gedoogbeleid.’ Remco moet gewoon die bekeuring van 95 euro betalen. Doet hij dat niet, dan gaat-ie 1 dag de cel in.

Videobeelden

Nu is Remco pas echt in zijn wiek geschoten. ‘We hebben niemand in gevaar gebracht! Ik ben vandaag uit Amsterdam naar Breda gekomen omdat ik vind dat ik onterecht ben bekeurd. Ik heb wèl een bekeuring gekregen maar mijn vriendin niet. Waar slaat dat op? Ik zou de videobeelden wel eens willen zien waaruit blijkt wie ik gevaar heb gebracht. En dan zou ik 1 dag de cel in moeten als ik niet betaal? Daar heb ik geen woorden voor.’ Of Remco wel of niet de veiligheid in gevaar heeft gebracht in het stationsgebouw doet er niet toe, concludeert rechter De Ruijter. ‘Het is voldoende dat de veiligheid kán worden verstoord.’ En dat heeft Remco uit Amsterdam gedaan in het stationsgebouw in Breda. ‘Maar het is een oud feit. Ik vind het overdreven om u 95 euro te laten betalen. Ik leg u een geldboete op van 95 euro, maar dan geheel voorwaardelijk.’

 

'U hebt de hond niet meer uitgelaten?'

‘Mag ik ook een keer in mijn leven in de fout gaan?’, vraagt de 77-jarige Jan* aan rechter Huib de Ruijter. ‘Is er geen coulance voor een man met de lichamelijke beperkingen van mijn leeftijd?’ Het is aan de kantonrechter.

Zuurstofapparaat

Jan schuifelt op 12 juli 2019 om 11 uur ‘s ochtends met zijn hondje over het gras aan de Laan van Mertersem in Breda. Een boa ziet dat het hondje los loopt. ‘Dat klopt’, zegt zijn dochter die het woord voor haar verzwakte vader voert. ‘Mijn vader was net 2 dagen uit het ziekenhuis en droeg een zuurstofapparaat. Hij heeft er nu ook 1 bij zich, maar die is kleiner. Hij wil zelfstandig blijven wonen en wil ook blijven wandelen. Mijn vader liep met zijn hondje en zijn zuurstofapparaat naar de uitlaatplaats. Hij moet daar het hek opendoen, maar hij heeft maar 2 handen. Dus klikte hij het hondje voor het hek los, want als je het zo benauwd hebt als mijn vader dan kun je niet én het hondje vasthouden én bukken om het hek van de uitlaatplaats open te maken.’

Menselijkheid

Het hondje staat dus voor het hek van de hondenuitlaatplek terwijl de baas eraan komt – los. En dat is tegen het zere been van de boa. Jans dochter: ‘Ja, strikt gezien liep het hondje daar los, maar moet je iemand zoals mijn vader dan gelijk bekeuren? Heb je dan geen menselijkheid? Als het hondje gepoept zou hebben en mijn vader zou dat niet hebben opgeruimd, dan had ik een bekeuring begrepen, maar nu? Het gevolg van die bekeuring is wèl dat mijn vader niet meer zijn hondje durft uit te laten.’ ‘U hebt de hond niet meer uitgelaten?’, vraagt de rechter verbaasd. ‘Alleen met ons erbij, niet meer alleen. Mijn neefje komt iedere avond om 6 uur om de hond uit te laten. Mijn vader kan niet de hond bij zich houden én het hek openmaken.’

Vervelend

‘Ik weet genoeg’, concludeert kantonrechter De Ruijter. Officier van justitie Tisha Keller ook. ‘U hebt bekend dat de hond losliep. Een boa heeft dat ook gezien. U bent daarom strafbaar. Het feit heeft zich wel 2 jaar geleden afgespeeld en u was net uit het ziekenhuis ontslagen. Ik zie u hier vandaag ook zitten en ik kan mij voorstellen dat het toen ontzettend vervelend was. Ik wil daarom voorstellen om artikel 9a op te leggen: dat betekent dat de verdachte schuldig kan worden verklaard zonder hem een straf op te leggen.’ ‘Eigenlijk zegt de officier: een waarschuwing was voldoende geweest. Dat vind ik ook. Het is niet nodig om u een straf op te leggen’, besluit de rechter. ‘Dus ik ga niet naar de gevangenis?’, vraagt Jan – gekscherend? – aan zijn dochter. ‘Nee, je krijgt geen straf.’

* Dit zijn niet hun echte namen.

Uitspraken