Laden...

Rechtspraak, oorlog en vrijheid

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHome > Thema's > Rechtspraak, oorlog en vrijheid

Tweede Wereldoorlog ook donkere periode voor rechtspraak

Weinig rechters staken in de oorlogsjaren hun nek uit. De Hoge Raad protesteerde niet tegen de Duitse bezetter. Er waren ook lichtpuntjes. Het ‘om des gewetens wille’ arrest uit 1943 is het belangwekkendste teken van rechterlijk verzet. ‘Dit arrest is in het collectieve geweten van rechters gegrift’, zegt raadsheer Ybo Buruma.

 

 

‘Toen hebben we het verkeerd gedaan, dat nooit meer’

In de ontvangstruimte van de grote zittingszaal van de Hoge Raad in Den Haag hangt een gigantisch schilderij van een drukbevolkte rechtszaal. Werkelijke en mythologische figuren verbeelden de eeuwige strijd tussen het recht en het onrecht, tussen goed en kwaad. ‘Kunstenares Helen Verhoeven had alle vrijheid gekregen’, zegt raadsheer bij de Hoge Raad Ybo Buruma. ‘Maar oud-president Lodewijk Visser moest zichtbaar zijn.’ En dat is gebeurd: hij prijkt herkenbaar en midden in het figuratieve schilderij. De grote zittingszaal is trouwens ook naar Visser vernoemd.

Ontslagen

Als je op de website van de Hoge Raad met de muis over het immense schilderij beweegt en op de man met de voorzitterstoga klikt, dan begrijp je waarom. Een pop-up meldt: ‘Mr. dr. Visser was de eerste Joodse president van de Hoge Raad. Wegens zijn joodse afkomst werd hij in de oorlog ontslagen door de Duitse bezetter zonder dat de Hoge Raad daartegen protesteerde.’ Nederlands hoogste rechtscollege protesteerde niet 1 keer duidelijk en krachtig tegen de bezetter. De Hoge Raad concludeert over de bezetting van ‘40-‘45 dan ook zonder omhaal van woorden: ‘De Tweede Wereldoorlog is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Hoge Raad.’ ‘Iedereen is daarvan doordrongen bij de Hoge Raad. Dat schilderij laat zien: toen hebben we het verkeerd gedaan, dat nooit meer’, aldus raadsheer Buruma (65).

Lodewijk Ernst Visser in zijn werkkamer, circa 1939 [Foto: Joods Historisch Museum]

 

Executie

Niet alleen de raadsheren bij de Hoge Raad zwegen en werkten tijdens de bezetting door, dat deden de rechters en raadsheren in den lande grotendeels ook. Zij beriepen zich op de aanwijzing van de Nederlandse regering uit 1937 ‘dat zij in het belang der bevolking ernaar zullen streven dat het bestuur ook onder de gewijzigde omstandigheden zoo goed mogelijk zijn taak blijft vervullen.’ Rechters voelden zich in hun aanblijven gesteund door uitspraken van gezaghebbende figuren in de Nederlandse samenleving, aldus de Nijmeegse hoogleraar Corjo Jansen 2 jaar geleden in het blad van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak Trema. Zelfs na de executie in februari 1945 van raadsheer Herman Hülsmann en rechter Willem Dons in Amsterdam, als vergelding voor de moordaanslag op NSB-procureur-generaal Feitsma, werkten de meeste rechters door.

Rolmodellen

Niet alle rechters hielden zich op de vlakte. In februari 1943 trotseren 3 raadsheren in Leeuwarden de bezetter. De raadsheren Heymeijer, Wedeven en Viehoff moeten beslissen over het lot van een man die 1.500 gulden van zijn zus heeft gestolen. De rechtbank heeft de man eerder veroordeeld tot 9 maanden celstraf. Als ze die straf overnemen, dan verhuist hij naar Kamp Erika in Ommen. De omstandigheden in het kamp zijn volgens de raadsheren evenwel ‘in strijd met de menselijkheid’. Daarom veroordelen ze de dief tot 4 maanden celstraf, de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten. Dat hadden ze ‘stilletjes’ kunnen doen, maar het drietal schrijft dat ze ‘om des gewetens wille’ geen hogere straf hebben opgelegd. Ze worden prompt door de Duitsers ontslagen en duiken onder. De 3 Friese rechters van het ‘Erika-arrest’ zijn voor hoogleraar Jansen rechterlijke rolmodellen.

Gevangenen voor kamp Erika [foto: bron onbekend]

 

Toon

In de oorlog zijn er weinig manhaftige rechters, maar er zijn ook niet veel echt ‘foute’ rechters. Derk Venema becijfert in zijn proefschrift Rechters in oorlogstijd uit 2007 dat er in 1940 17 raadsheren bij de Hoge Raad zijn, 43 raadsheren bij de gerechtshoven, 172 rechters bij de rechtbanken en 70 rechters bij de kantongerechten. In deze aantallen zijn niet de plaatsvervangers opgenomen. Iets meer dan 40 rechters werken tijdens de bezetting door omdat ze Duitsgezind of nationaalsocialist zijn, aldus hoogleraar Corjo Jansen. Maar, voegt hij eraan toe: ‘Zij hebben binnen de rechterlijke colleges nooit de toon kunnen of willen zetten.’ De president van het gerechtshof in Amsterdam Han Fruin was weliswaar NSB’er, maar ook hij heeft volgens getuigen nooit zijn politieke gezindheid in de rechtszaal laten blijken. Hoogleraar Jansen heeft elders ook geen uitspraken gevonden die een nationaalsocialistisch ideeëngoed van Nederlandse rechters verraadden.

Ongemakkelijk

Dergelijk extreem gedachtengoed leefde ook bij de Hoge Raad niet, zegt raadsheer Ybo Buruma. De opvolger van president Visser Johannes van Loon was zeker Duitsgezind, maar geen NSB’er of nationaalsocialist. ‘Toch heeft het heel lang geduurd voordat de Hoge Raad zijn verleden onder ogen zag’, zegt Ybo Buruma. ‘Er werd sowieso ongemakkelijk gekeken naar wat de Rechtspraak in de oorlog had gedaan, of beter: niet had gedaan. Na de oorlog keek men ook niet graag terug. De samenleving was gericht op wederopbouw. Pas in de jaren 80 verschijnen er enkele publicaties, maar die hebben geen groot effect. De wijde blik komt in het begin van deze eeuw als er ook belangstelling komt voor de opstelling van ambtenaren, advocaten en andere functionarissen.’

Processen tegen illegale werkers. Vermoedelijk het proces tegen leden van de verzetsgroep de Geuzen en de Oranjewacht in het gebouw van de Hoge Raad. [foto: NIOD]

 

Kathedraal

Ybo Buruma is in november 2011 een paar maanden raadsheer als het hoogste rechtscollege met de publicatie van De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog eindelijk zijn verleden onder ogen ziet. Dit boek van hoogleraar Corjo Jansen en rechtsfilosoof Derk Venema geeft volgens toenmalig president van de Hoge Raad Geert Corstens ‘een uiterst genuanceerd beeld’ van wat er in de oorlog was gebeurd, maar zijn negatieve beeld van het hoogste rechtscollege was er niet door gekanteld. ‘De Hoge Raad is als kathedraal van het recht, als hoeder van rechtvaardigheid, niet opgewassen gebleken tegen de loodzware taak waarvoor de bezetting hem had geplaatst’, aldus Corstens bij de presentatie van het boek. ‘We kunnen slechts omzien en daarbij diep bedroefd raken en bevangen door spijt over hoe het verkeerd is gegaan.’

Tragisch

De leden van de Hoge Raad tekenden in 1940 de ariërverklaring en bezegelden daarmee het lot van hun Joodse president Lodewijk Visser. Hij werd eind 1940 geschorst en begin 1941 ontslagen. Een ander dieptepunt was het Toetsingsarrest van 12 januari 1942, waarin de Hoge Raad besliste dat de Nederlandse rechter Duitse verordeningen niet mocht toetsen aan internationaal recht. De Duitse maatregelen waren daarmee legaal. ‘De Hoge Raad legde de bezetter geen strobreed in de weg’, concludeert oud-president Corstens. Betekent dit dat de raadsheren ‘fout’ waren? ‘Nee’, zegt Ybo Buruma, die voordat hij raadsheer werd hoogleraar straf- en strafprocesrecht in Nijmegen was. ‘Zij probeerden zo gewoon mogelijk recht te spreken, alsof de omgeving er niet toe deed. Dat is tragisch. Ze snapten niet dat je als rechter soms buiten jezelf moet treden. Mensen verwachtten van de Hoge Raad dat deze meer zou doen dan enkel de wet toepassen. Dat is een ander verwijt dan dat de raadsheren fout waren: ze waren niet goed genoeg.’

Ybo Buruma [foto: Hoge Raad]

 

Geweten

Het goede ‘om des gewetens wille’ arrest van februari 1943 heeft volgens raadsheer Buruma ‘in het collectieve geweten van rechters gegrift dat zij zich ervoor moeten blijven inspannen recht te doen aan de bijzonderheden van het geval en dat zij soms hun geweten moeten laten spreken.’ De vrijheid die we sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog kennen, heeft op verschillende manieren invloed op de Rechtspraak gehad. Zo zijn de opvattingen over het belang en de betekenis van het geweten de afgelopen 75 jaar in cycli van 25 jaar veranderd, maar het heeft de Rechtspraak volgens Buruma wel in een steeds onafhankelijker richting bewogen. Buruma: ‘In de jaren 50 werd het sprekend geweten binnen de Rechtspraak onder invloed van het ‘Erika-arrest’ gewaardeerd. Mensen deugden en kregen nieuwe kansen. De Rechtspraak was daardoor individueel, maar ook willekeurig. Klassenjustitie, zou men later roepen.’

Opstand

In die tijd betekende vrijheid: vrij van de Duitsers. In de jaren 70 krijgt vrijheid een andere betekenis. Raadsheer Buruma: ‘Vrijheid wordt: we komen op voor onze rechten. De Rechtspraak belandt in een crisis. Welke kant gaan we op? De Rechtspraak kiest ervoor om de zwakkeren te beschermen tegen de sterken, in het bijzonder tegen de overheid. Rechters worden kritisch. Vrijheid wordt militanter uitgelegd. Daarop komt in de jaren 80 en 90 een tegenreactie. De samenleving komt in opstand. Vrijspraak door vormfoutjes? Gaan we niet te ver? De Hoge Raad gaat vormfouten relativeren en je ziet later dat het slachtoffer een prominente plek krijgt. We belanden in de risicosamenleving. Alles moet verantwoord zijn en in plannen passen. De Rechtspraak gaan daarin mee.’

Gijzeling trein bij Wijsterm op 13 december 1975 [foto: Hans Peters, Nationaal Archief/Fotocollectie Anefo]

 

Vrees

Rond de eeuwwisseling, raadsheer Buruma wijst vooral op 11 september 2001, zegt de bevolking: wij moeten worden beschermd door de overheid. ‘Dat had je daarvoor niet. Niemand sprak in de jaren 70 in die termen toen Molukkers treinen kaapten. Er kwamen ook geen nieuwe wetten. Na 9/11 wel. De treinkapers kregen in 1976 14 jaar cel; in 1977 kregen kapers 6 tot 9 jaar. Er waren treinpassagiers geëxecuteerd, hè? Ondenkbaar dat je nu zo laag zou straffen, maar het paste in die tijd. Het waren toch een soort vrijheidsstrijders. Zo kun je het haast niet meer opschrijven, want het begrip voor de zaak waar ze voor stonden, verbleekt nu geheel bij de middelen die ze gebruikten. Zo vanzelfsprekend als begrip voor hun streven naar vrije Molukken toen was, zo vanzelfsprekend is de vrees voor terrorisme nu.’

Generatie

En wat is er geworden van ‘om des gewetens wille’? ‘Die motivering hoor je niet meer’, zegt raadsheer Buruma. ‘Dat maakt een vonnis te persoonlijk. Rechters laten hun geweten wel spreken, maar ze zullen er alles aan doen om dat niet in hun motivering te laten doorklinken. Rechters verantwoorden nu alles, tot op de komma. Het zou mij niet verbazen als een nieuwe generatie rechters over 5 of 10 jaar in de bijzonderheden van het geval reden gaat zien om af te wijken van al te simpele richtlijnen of gewantrouwde algoritmen. De rechter is tegen die tijd misschien niet meer de hoeder van de vrijheid die een beroep doet op zijn geweten. Ook zijn taak als beschermer van zwakkeren tegen de almachtige overheid spreekt dan waarschijnlijk minder tot de verbeelding. Misschien is hij zelfs minder gericht op de wens om elk mogelijk risico te voorkomen. Maar de rechter zal zijn inspiratie ontlenen aan de voorbeelden van 75 jaar geleden waardoor hij beseft dat de rechter bij het toepassen van het recht soms méér moet doen dan zich blindstaren op wat de regels lijken voor te schrijven.’

Gepubliceerd op 17 december 2020

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via:
Instagram

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m donderdag van 8:00 uur tot 20:00 uur en op vrijdag van 8:00 uur tot 17:30 uur.