Criteria voor vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Criteria voor vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht
Utrecht, 13 februari 2015

De Centrale Raad van Beroep beslist in een uitspraak van 13 februari 2015 over de verlening van vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht. Bij onvoldoende financiële draagkracht kan heffing van het griffierecht de toegang tot de rechter belemmeren. Dan kan vrijstelling van het griffierecht worden verleend. Beslist is welke criteria hiervoor gelden. Deze criteria kunnen worden gehanteerd bij toekomstige beroepen op betalingsonmacht bij griffierecht.

 

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het burgerlijke en militaire ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht. De uitspraak van 13 februari 2015 is gedaan door een zogenoemde grote kamer die bestond uit de president en een senior raadsheer van de Centrale Raad van Beroep, de voorzitter en een staatsraad van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Vrijstelling bij onvoldoende financiële draagkracht

In het algemeen ontneemt de heffing van griffierecht in het bestuursrecht aan rechtzoekenden niet de toegang tot de rechter. Bij onvoldoende financiële draagkracht kan de heffing van griffierecht het voor de rechtzoekende echter (vrijwel) onmogelijk maken om gebruik te maken van een door de wet opengestelde rechtsgang. Mede vanwege het belang dat in een rechtsstaat toekomt aan de toegang tot een onafhankelijke rechter, kan dan vrijstelling van het griffierecht worden verleend.

Criteria

De rechtzoekende moet aannemelijk maken dat zijn maandelijkse netto-inkomen minder bedraagt dan 90% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm en dat hij ook niet beschikt over vermogen waaruit het griffierecht kan worden betaald. Hierbij is de gezinssamenstelling van de rechtzoekende niet van belang en moet het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner worden opgeteld bij het inkomen en vermogen van de rechtzoekende. De rechtzoekende die vrijstelling van het griffierecht wil krijgen, moet dit uiterlijk voor het einde van de betalingstermijn verzoeken.

Utrecht, 13 februari 2015

--------------------------------------------------------------------------------

Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015
Zaaknummer 13/1349 WWB-V, ECLI:NL:CRVB:2015:282
 
Zie ook deze vergelijkbare uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van dezelfde datum:
Zaaknummer 13/3945 ZVW, ECLI:NL:CRVB:2015:283 
Zaaknummer 14/3192 ANW, ECLI:NL:CRVB:2015:284
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het burgerlijke en militaire ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een persbericht op basis van de genoemde uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraken zijn laatstgenoemde beslissend.
 
Voor eventuele vragen over dit persbericht kunt u zich wenden tot het secretariaat, tel: 030 850 21 01.

Uitspraken

Meest gelezen berichten