Geen uitzondering in misbruikzaak in verband met verjaring

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Geen uitzondering in misbruikzaak in verband met verjaring
Roermond, 16 januari 2019

Een inmiddels 65-jarige man stelt in het schooljaar 1964-1965 seksueel te zijn misbruikt door een pater van het Kleinseminarie van de Heilige Geest te Weert en heeft de Nederlandse Provincie van de Congregatie van de Heilige Geest aansprakelijk gesteld voor de gevolgen hiervan wegens onrechtmatige daad. De man stelt zich op het standpunt dat de Congregatie al in 1960-1961 ervan op de hoogte was dat de pater een minderjarige had misbruikt en dat, indien de Congregatie toen maatregelen had getroffen, het misbruik van de man zelf voorkomen had kunnen worden. Door na te laten maatregelen te treffen heeft de Congregatie volgens de man onrechtmatig jegens hem gehandeld. De Congregatie heeft een beroep op verjaring gedaan. Dat beroep slaagt. De vordering is daarom afgewezen. 

Stelling eiser

Eiser stelt dat de maximale verjaringstermijn van in dit geval 30 jaar weliswaar is verstreken, maar dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als de Congregatie zich daarop zou kunnen beroepen. Eiser verwijst daarbij naar een uitspraak van de Hoge Raad waarin is bepaald dat dit in uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. Volgens eiser is zijn zaak ook zo’n uitzonderlijk geval. Hij kwam er namelijk pas in 2015 achter dat de Congregatie al in 1960-1961 wist dat de betreffende pater een minderjarige had misbruikt. Eiser kon daarom niet eerder een vordering tegen de Congregatie instellen. 

Oordeel rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een uitzonderlijk geval als bedoeld in de genoemde uitspraak van de Hoge Raad. Die zaak ging over de aansprakelijkheid voor de blootstelling aan asbest. Het slachtoffer werd pas ziek na het verstrijken van de maximale verjaringstermijn. Het uitzonderlijke in dat geval was daarom dat de schade pas ontstond nádat de verjaringstermijn al was verlopen. In deze zaak speelt dat niet. Op het moment dat het (gestelde) seksueel misbruik plaatsvond is er onrechtmatig gehandeld en is de daaruit voortvloeiende schade meteen ontstaan. In principe waren op dat moment dan ook alle elementen aanwezig die nodig zijn voor het instellen van een vordering uit onrechtmatige daad. Daarom geldt de uitzondering hier niet.

De vraag of eiser in staat was een vordering in te stellen of zich daarvan bewust was, is voor de beoordeling van het beroep op de uitzondering niet van belang. Het gaat erom of de vordering bestond op het moment dat de maximale verjaringstermijn verstreek.

Uitspraken

Meest gelezen berichten