Huisregels kort geding

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Regels en procedures > Huisregels kort geding

December 2015

De navolgende huisregels zijn aanvullingen op het landelijk procesreglement. Bij conflict gelden de regels van het procesreglement.

 

 

Informatie

Voor informatie over kort gedingen, kunt u contact opnemen met de administratie van het bureau kort geding. Zij zijn telefonisch bereikbaar op werkdagen van 08.30 tot 17.00 uur.

In zeer spoedeisende zaken kunnen de advocaten zich buiten de griffie-uren (dus vóór 08.30 en ná 17.00 uur) wenden tot de dienstdoende piketrechter.

Voor spoedzaken tijdens feestdagen geldt een andere regeling.

Informatie over spoedzaken vindt u in de piketregeling.

Indien u ziet aankomen dat de situatie zou kunnen ontstaan waarin u een verzoek wilt doen om een kort geding tijdstip als hiervoor bedoeld, verdient het aanbeveling om dit verzoek tijdens de openingsuren van de griffie reeds voorwaardelijk te doen. Indien het verzoek wordt ingewilligd, ontvangt u een contacttelefoonnummer en worden, indien nodig, verdere afspraken gemaakt over plaats en wijze van behandeling en indiening van stukken, voor het geval het tot behandeling mocht komen.

 

 

Aanvraag kort geding

Het aanvragen van een kort geding geschiedt door middel van een aanvraagformulier, als bedoeld in het Procesreglement, met een conceptdagvaarding in tweevoud.

Dit geldt ook voor spoedzaken.

Houd rekening met de geografische indeling van de rechtbank Noord-Holland.

Het aanvraagformulier, met conceptdagvaarding, kunt u op de volgende manieren indienen bij de betreffende locatie:

Per post       : in tweevoud

Per fax         : in enkelvoud (tot maximaal 20 pagina’s)

Persoonlijk    : in tweevoud (afgifte op betreffende zittingslocatie)

 

 

Zittingsduur

De standaard behandelingsduur voor kort geding is één uur in Alkmaar en anderhalf uur in Haarlem. Dit verschil hangt samen met het gegeven dat de gemiddelde bewerkelijkheid van de zaken in Haarlem wat hoger is. Dit betekent dat elke partij ten hoogste 20 tot 30 minuten heeft om haar standpunt in eerste termijn toe te lichten. Om een langere behandelingsduur kunt u uitdrukkelijk en gemotiveerd verzoeken op het aanvraagformulier.

Dagvaarden

Nadat een kort geding is aangevraagd en de datum van de behandeling per fax via terugzending van het aanvraagformulier aan de advocaat van de eisende partij is medegedeeld, wordt de dagvaarding zo snel mogelijk betekend en, indien bekend is wie de advocaat van gedaagde is, direct aan deze advocaat toegezonden onder vermelding van datum en tijdstip van het kort geding.

Partijen kunnen ook anders overeenkomen. Bijvoorbeeld dat gedaagde vrijwillig verschijnt, dus zonder betekening van de dagvaarding.

De wettelijke dagvaardingstermijn is ten minste één week (7 dagen). Daarbij zijn niet inbegrepen de dag waarop het exploot wordt betekend en de dag waarop de behandeling van het kort geding zal plaatsvinden. Er moet dus sprake zijn van 7 “schone dagen”. U kunt op het aanvraagformulier uitdrukkelijk én gemotiveerd verzoeken om een verkorting van de reguliere dagvaardingstermijn. Zie hiervoor het Landelijk Procesreglement.

 

Indienen stukken

Deze stukken moeten zo spoedig mogelijk en uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de terechtzitting in tweevoud bij de rechtbank zijn ingediend. (artikel 6.2 procesreglement)

De uitgebrachte dagvaarding en de daarbij behorende producties moeten zo spoedig mogelijk worden ingediend. Stukken die binnen 24 uur (één werkdag) vóór de terechtzitting worden ingediend, worden door de voorzieningenrechter in beginsel buiten beschouwing gelaten.

Indien de gedaagde partij niet ter terechtzitting is verschenen, wordt op door deze partij ingediende stukken geen acht geslagen.

De stukken moeten worden genummerd en van tabs worden voorzien. Bij 10 of meer stukken moet bovendien een overzicht worden bijgevoegd.

Stukken waarop u zich wilt beroepen kunnen per post in tweevoud of per fax in enkelvoud (maximaal 20 pagina’s) worden overgelegd.

Wanneer het absoluut noodzakelijk is meer pagina’s te faxen dan het maximaal toegestane aantal, moet daartoe een gemotiveerd telefonisch verzoek worden gedaan. In sommige gevallen is een koeriersdienst efficiënter dan de fax.

Als een fax niet goed leesbaar of onvolledig is doorgekomen, neemt het bureau kort geding telefonisch contact met u op.

Indien u kiest voor toezending per post én per fax, stuurt u bij de toezending per post het voorblad van het faxbericht mee, zodat geen dubbele behandeling plaatsvindt.

 

 

Toevoegingen en toevoegingsaanvragen in verband met de heffing van griffierecht

In art. 8.2 van het Procesreglement wordt voorgeschreven dat partijen die met gefinancierde rechtsbijstand willen procederen een afschrift van een toevoeging of inkomensverklaring uiterlijk ter zitting indienen. In de gevallen waarin een toevoeging is aangevraagd maar nog niet is verleend, moet een kopie van de aanvraag uiterlijk ter zitting worden ingediend. Uit art. 8.3 volgt dat bij gebrek aan die stukken het volledige griffierecht wordt geheven. In art. 8.7 jo 8.4 van het Procesreglement is bepaald dat het griffierecht wordt verlaagd, indien bij het bepalen van het griffierecht geen rekening is gehouden met een toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag, maar deze stukken binnen 4 weken (of een door de rechtbank - op verzoek - bepaalde langere termijn) na de uitspraak worden ingediend.

De rechtbank wijst u erop dat deze bepaling moet worden gelezen in het licht van het bepaalde in art. 16 lid 4 van de Wet Griffierecht Burgerlijke Zaken. Die bepaling luidt als volgt:

‘Kan een partij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven geen stukken als bedoeld in het eerste en tweede lid overleggen ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan haar zijn toe te rekenen, maar kan zij voordat de rechter het eindvonnis heeft gewezen dan wel de eindbeschikking heeft gegeven alsnog een van de stukken, bedoeld in het eerste lid, overleggen, dan wordt het griffierecht verlaagd tot het griffierecht voor onvermogenden dat is opgenomen in de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd, en wordt het te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.’

Uit deze bepaling volgt dat de bevoegdheid van de griffier om tot verlaging van het griffierecht over te gaan enkel bestaat indien verschoonbaar geen “stukken als bedoeld in het eerste en tweede lid” zijn overgelegd. De verschoonbaarheidseis geldt aldus ook de toevoegingsaanvraag.

Dat de regeling aldus moet worden uitgelegd volgt ook uit de toelichting op art 16, waarin onder meer is opgemerkt:

‘Om te voorkomen dat de procespartij die (nog) niet beschikt over een toevoeging ook geen aanspraak zou kunnen maken op de toepassing van het lagere griffierecht, is …. voorzien in een regeling op basis waarvan ook middels een toevoegingsaanvraag of een verklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand aangetoond kan worden dat de desbetreffende partij onvermogend is.’

Kort gezegd: indien u toegevoegd wilt procederen, moet u rekening houden met de volgende toepassingspraktijk:

  1. U moet op de zitting een toevoegingsformulier of een toevoegingsaanvraag aan de griffier ter hand stellen. De griffiers zullen daarnaar vragen, maar in de gevallen waarin daaraan niet wordt gedacht, komt dat voor uw risico.
  2. Indien een toevoeging noch een toevoegingsaanvraag wordt overlegd, wordt het volledige griffierecht in rekening gebracht.
  3. Indien u binnen vier weken na de uitspraak een toevoeging kunt overleggen maar op de zitting geen toevoegingsaanvraag heeft overgelegd, zal de griffier alleen tot verlaging van het griffierecht (kunnen) overgaan indien u aannemelijk maakt dat het aanvraagformulier niet is overgelegd ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan u zijn toe te rekenen.

 

 

Verplaatsingsverzoek

Een verzoek om verplaatsing van de terechtzitting wordt, uiterlijk 24 uur vóór de zitting, schriftelijk gedaan onder vermelding van de verhinderdata van (de behandelende advocaten van) alle partijen. Een verplaatsingsverzoek kan in een procedure in totaal maar één maal worden gedaan.

Verplaatsing wordt alleen toegestaan:

  • Op eenstemmig verzoek van alle partijen
  • Op een gemotiveerd verzoek van een partij op grond van klemmende redenen,
  • Op verzoek van de gedaagde partij, indien de eisende partij de verhinderdata van (de behandelend advocaat van) de gedaagde partij niet heeft opgegeven.

 

 

Aanhoudingsverzoek

De behandeling van de zaak kan alleen ter terechtzitting op verzoek van een partij of ambtshalve worden aangehouden tot een bepaalde dag of een pro-formadatum.

Uitspraak kort geding vonnis

De vonnistermijn is twee weken na de terechtzitting, tenzij de voorzieningenrechter anders heeft bepaald. De uitspraaktijd van het vonnis is gesteld op 14.00 uur. Het vonnis wordt per post verzonden aan partijen of gelegd in het advocatenvakje van de betreffende advocaat in de zittingslocatie waar de zaak heeft gediend.

Als de voorzieningenrechter eerder uitspraak doet dan bepaald, wordt u hiervan telefonisch op de hoogte gesteld.

 

Gevoegde behandeling civielrechtelijk kort geding en bestuursrechtelijk voorlopige voorziening

Indien een in kort geding bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank aanhangig te maken geschil samenhangt met een aan de bestuursrechter van deze rechtbank gevraagde of te vragen voorlopige voorziening kan, indien alle betrokkenen daarmee instemmen, om een gevoegde behandeling van het kort geding en de voorlopige voorzieningsprocedure door één rechter gevraagd worden. Deze rechter treedt op als voorzieningenrechter én als bestuursrechter. Indien een partij een dergelijke gevoegde behandeling wenst, moet deze partij het kort-gedingbureau een schriftelijke bevestiging doen toekomen, inhoudende dat gevoegde behandeling de instemming heeft van alle partijen in het kort geding en alle belanghebbenden genoemd in het verzoekschrift voorlopige voorziening.

 

 

Incassozaken in kort geding

Onder incassozaken worden verstaan: geldvorderingen, onder meer voortvloeiende uit overeenkomst wegens geleverde goederen, kredieten en/of diensten (ook die als advocaat), dan wel uit huurovereenkomst, die niet (in redelijkheid kunnen) worden betwist of waarin in redelijkheid niet te verwachten valt dat de gedaagde partij ter zitting zal verschijnen.

Voor de zittingslocatie Haarlem: de incassozaken in kort geding worden elke woensdag om 09.30 uur behandeld.

Voor de zittingslocatie Alkmaar: de incassozaken in kort geding worden behandeld op een nader te bepalen zittingsdatum.

Uiterlijk drie werkdagen voor de terechtzitting moet in tweevoud de kopie van de uitgebrachte dagvaarding bij het kort-gedingbureau worden ingeleverd. Ter terechtzitting moet de originele uitgebrachte dagvaarding worden overgelegd.

Indien ter zitting de gedaagde toch verschijnt en verweer wenst te voeren, kan de voorzieningenrechter een andere dag en tijdstip voor de terechtzitting bepalen.

 

 

Verzoekschriften aan de voorzieningenrechter

Verwezen wordt naar het landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank civiel handel en voorzieningenrechter.

 

 

Beslagrekesten

Verwezen wordt naar de beslagsyllabus.

Verzoekschriften per post aan de voorzieningenrechter moeten in tweevoud ingediend worden. Verzoekschriften per fax (maximaal 20 pagina’s) kunnen in enkelvoud worden ingediend. Indien u kiest voor toezending per post én per fax stuurt u bij de toezending per post het voorblad van het faxbericht mee, zodat geen dubbele behandeling plaatsvindt.

Op beslagrekesten die vóór 12.00 uur worden ingediend, wordt zoveel mogelijk dezelfde dag een beslissing gegeven. Alle toelichting die men van de kant van de verzoeker wil geven, moet in het rekest (dus niet middels een begeleidend schrijven) worden gegeven.

Indien u bij indiening ná 12.00 uur een beslissing op dezelfde dag verlangt, geeft u dit gemotiveerd aan in een begeleidend schrijven bij het beslagrekest. Al naar gelang de klemmendheid van het verzoek zal de rechtbank zich inspannen om daaraan tegemoet te komen.

 

 

Afwikkelen verzoeken om doorhaling na bereiken vaststellingsovereenkomst

Verzoeken om doorhaling na bereiken vaststellingsovereenkomst worden met ingang van 15 januari 2016 als volgt afgewikkeld.

Verzoeken om afgifte van een grosse worden door beide partijen ingediend. Beide partijen verklaren schriftelijk in een brief of in de vaststellingsovereenkomst dat de zaak op een bepaalde datum (zittings- of pro-formadatum) wordt uitgeroepen en beide partijen bevestigen dat zij op de hoogte zijn van het feit dat zij vanaf dat moment griffierecht verschuldigd zijn. De betrokken partijen moeten de vaststellingsovereenkomst tekenen en het origineel toezenden. De vaststellingsovereenkomst en de evt. brief met mededeling datum van uitroepen worden aan een door de secretaris opgemaakt proces-verbaal (van pro forma zitting) gehecht. De gebruikelijke griffierechten worden aan beide partijen in rekening gebracht.

 

 

Digitale versie procesreglementen kort gedingen

De digitale versie van procesreglementen, het aanvraagformulier kort geding en de beslagsyllabus zijn beschikbaar op www.rechtspraak.nl onder het kopje reglementen, procedures, formulieren.

Wij wijzen u erop dat een gedrukte versie, in verband met de wijzigingen die met enige regelmaat in de tekst worden aangebracht, niet het brondocument is.

Op de zojuist genoemde website staat de meest recente versie vermeld, inclusief de inhoud van de hyperlinks die in de gedrukte versie niet is weergegeven.