Laden...

Op de rol: 'De krabben waren een uitlaatklep'

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Nederland > Nieuws > Op de rol: 'De krabben waren een uitlaatklep'
Leeuwarden, 15 april 2020

Bij de Chinees in Franeker staat alleen nepkrab (surimi) op de kaart, maar de Chinezen in de stad van het kaatsen eten zelf graag echte krab. En die haal je gewoon uit het water in de buurt. Het stikt in Noordwest-Friesland van de wolhandkrab, een exoot uit Oost-Azië die zich bijna 100 jaar geleden via de haven van Rotterdam over de Nederlandse rivieren en kustwateren verspreidde. ‘Als ik zo’n krab ving, dan zette ik mijn voet erop en dan kwam er prut uit’, zegt Bert (56) in zaal E van het gerechtsgebouw in Leeuwarden. Toen wist hij kennelijk nog niet dat die ‘prut’ rond de 17 euro per kilo oplevert.

De wolhandkrab werd lang beschouwd als een ondier dat dijken doorboorde, visnetten vernielde en de zoetwaterfauna verstoorde. De rioolzuivering van Franeker moet zelfs met een rooster tegen deze Eriocheir sinensis worden beschermd. De wolhandkrab gedijt in (giftige) vuiligheid, reden waarom de Voedsel- en Warenautoriteit wil dat de verkoop van deze krabsoort aan Nederlandse consumenten wordt verboden. De wolhandkrab is evenwel uitgegroeid tot een mooie bijverdienste voor ‘s lands beroepsvissers. In 2017 werd bijna 114 ton wolhandkrab door de binnenvisserij aan land gebracht. Slechts 15 procent blijft in Nederland, het overgrote deel gaat naar Chinese gemeenschappen en restaurants in Europa en Azië.

Baken

Als Bert en zijn vismaat Michel (41) van een Chinese restauranthouder in Franeker horen dat de wolhandkrab een delicatesse is en dat hij ze graag wil kopen, is de deal snel gesloten. Bert en Michel gaan, daarbij af en toe bijgestaan door Berts dochter Kim (23), in het najaar van 2018 op krabbenjacht. Dat mag niet, want alleen met een vergunning en met toestemming van de waterpachter mag in Friesland op de wolhandkrab worden gevist. Bert en Michel vallen rap op; de politie krijgt 3 meldingen van krabbenstroperij rond Franeker. Agenten vinden in het water 6 speciale krabbenfuiken. In 1 daarvan zetten ze een observatiecamera, waarmee ze Bert en Michel in hun bootje kunnen bespieden. Op het bootje wordt ook stiekem een baken gezet. Als Kim, Bert en Michel* een partij wolhandkrabben en wat palingen willen afleveren bij de restauranthouder, worden ze opgepakt. Bij Bert thuis vindt de politie niet alleen tientallen fuiken, maar ook 4 jachtgeweren en munitie. Bert en Michel zitten 3 dagen vast op het politiebureau, Kim staat na 1 nacht weer buiten.

Fun

‘Het ging om geld?’ vraagt de economische politierechter Klaas Bunk aan het drietal, dat pal voor zijn neus zit (de Chinese restauranthouder zou vandaag ook verschijnen, maar hij heeft uitstel gekregen). ‘Nee’, antwoordt Bert. ‘Nee? Waarom wel dan?’ ‘Het ging om de fun. Ik ben een natuurman, maar je mag niet meer wat je vroeger mocht. Het vrije veld is weg. Ik doe wel weidebeheer en ik vis, maar het is allemaal minder.’ ‘De krabben waren een uitlaatklep’, vult oud-palingkweker Michel aan. Kim vond het ook wel gezellig. ‘Na het eten met het bootje het water op om een krabbenfuik op te halen. Ik was wel nieuwsgierig hoe dat ging. Als ik over de consequenties had nagedacht, dan was ik niet meegegaan.’ ‘Want het mag niet’, reageert rechter Bunk. ‘Het verbaast mij altijd dat natuurliefhebbers die goed op de hoogte zijn van de regels om de natuur in stand te houden, zich niet aan die regels houden.’ Bert: ‘Ik ben op en top natuurman. Ik zag het kwaad niet in van het vangen van krabben en ik realiseerde mij niet dat wij ze daar niet mochten vangen.’ De Friese rechter: ‘U bent een natuurmens, maar bij de wolhandkrab even niet; moet ik het zo zien?’ ‘Ja, als ik die krab ving, dan ging-ie niet terug de natuur in.’

Afgevoerd

Bert vindt het vooral erg voor Kim dat ze vandaag in de rechtszaal zitten. Hij wordt er emotioneel van en komt niet uit zijn woorden. Dochter Kim zegt: ‘Mijn vader voelt zich schuldig. Ik ben ook opgepakt en afgevoerd. Ik begrijp dat hij daarmee zit, maar ik ben volwassen en ben zelf in dat bootje gestapt en ik heb zelf voorgesteld om de krabben en de paling in mijn auto te vervoeren.’ En daarvoor verdienen Kim, Bert en Michel een werkstraf en zouden de heren ook ‘geplukt’ moeten worden, vindt officier van justitie Ineke van Overbeeke. Bij Bert komt daar nog eens bij dat hij jachtgeweren in huis had waarvoor hij geen vergunning meer had. ‘Mijnheer is open over wat hij heeft gedaan, maar hij is ook heel slordig. Hij heeft zijn jachtacte niet op orde en hij vraagt zich niet af of hij ergens wel mag vissen.’ Ook omdat hij al eerder voor stroperij is veroordeeld, zou Bert een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden moeten krijgen. Zijn bootje is hij kwijt. Voor Michel heeft de officier een werkstraf van 120
uur in petto met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. Kim zou 80 uur moeten werken, waarvan 40 uur voorwaardelijk.

Mieren

‘Bij de 2 heren ging het wat aarzelend, maar uiteindelijk hebben ze schoon schip gemaakt’, zegt hun raadsman Geralt Pots. De natuurmensen Bert en Michel weten wat er in het veld gebeurt, ‘en dan mag je verwachten dat ze bedenken dat ze op een plek vissen waarvoor een ander een vergunning heeft.’ Schuldig dus aan stroperij, net zoals Bert de jachtgeweren en munitie niet meer in huis had mogen hebben. ‘Echt slordig’, aldus raadsman Pots. Tegen het plukken van Bert en Michel maakt hij ook geen bezwaar (‘daar gaan we niet over mieren’), maar de combinatie werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf vindt hij ‘te veel van het goede’. De werkstraffen voor Bert en Michel zouden ook deels voorwaardelijk moeten zijn, net als die voor Kim. En dan het bootje! ‘Dat heeft Justitie wel heel gemakkelijk verkocht. Enige schadevergoeding is op zijn plaats.’

Aantekening

Tja, je bootje raak je kwijt als je ermee stroopt en door de politie wordt betrapt, houdt rechter Bunk het drietal voor. Hij prijst de opstellers van het proces-verbaal (‘duidelijk en goed werk’) en vindt de straffen die de officier van justitie voor Bert en Michel eist op zijn plaats: 180 uur werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden voor Bert en voor Michael 120 uur werkstraf en 1 maand voorwaardelijk. De rechter vindt ook dat ze ieder voor 987,41 euro ‘geplukt’ moeten worden. Kim heeft meegedaan aan de krabbenstroperij en verdient daarvoor een werkstraf van 40 uur. ‘Alles duidelijk? Dan mag u gaan. Tot niet weerziens.’ ‘U zult mij nooit meer terugzien’, reageert Kim. ‘Dan maak ik daar een aantekening van.’ Kim: ‘Nou graag.’

* Dit zijn niet hun echte namen.

De rechtszaak is behandeld toen de maatregelen van de Rechtspraak mbt de uitbraak van het coronavirus nog niet waren genomen.

Uitspraken