2,5 jaar celstraf voor voormalig topman RDM

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Rotterdam > Nieuws > 2,5 jaar celstraf voor voormalig topman RDM
Rotterdam , 19 juli 2013

De rechtbank Rotterdam heeft Joep van den N., voormalig topman van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM), veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2,5 jaar voor omkoping, faillissementsfraude met een drietal vennootschappen, valsheid in geschrift, meineed en het in bezit hebben van een vals paspoort.

Omkoping

Van den N. is schuldig verklaard aan omkoping van het toenmalig hoofd van het Rotterdamse Havenbedrijf. Hij heeft in de jaren 2001/2002 aan hem een appartement in Antwerpen in gebruik gegeven zonder daar huur voor te vragen. Verder heeft hij drie maal geld - tot een totaalbedrag van 1,2 miljoen euro - overgemaakt naar een geheime Zwitserse privérekening van het toenmalig hoofd van het Rotterdamse Havenbedrijf.

Voorkeursbehandeling

Door deze omkoping is het toenmalig hoofd van het Rotterdamse Havenbedrijf ertoe gebracht aan het RDM-concern een voorkeursbehandeling te geven. Dit gebeurde in verschillende opzichten, waarbij het meest in het oog springt dat hij voor een totaal van meer dan 100 miljoen euro namens het Havenbedrijf garanties heeft afgegeven op geldleningen van RDM-vennootschappen. Het toenmalig hoofd van het Rotterdamse Havenbedrijf is inmiddels door de rechtbank veroordeeld voor omkoping; zijn zaak loopt nog in hoger beroep.

Vrijspraak

Van den N. is vrijgesproken van het opstellen van valse raamovereenkomsten. In deze raamovereenkomsten is de bereidheid vastgelegd van het toenmalig hoofd van het Rotterdamse Havenbedrijf om Van den N. te compenseren voor het afzien van de levering van onderzeeboten aan Taiwan. Ze vormden de basis voor de garanties die S. heeft afgegeven. De rechtbank acht niet bewezen dat de overeenkomsten vals zijn.

Patroon

Bij de faillissementsfraude is volgens de rechtbank een zeker patroon te herkennen. Bij vennootschappen die in zwaar weer terecht waren gekomen, werden op een geraffineerde manier vorderingen op Van den N. zelf of op andere vennootschappen van het RDM-concern weggewerkt. Onder het mom van verstandige, zakelijk verantwoorde transacties werden aanzienlijke geldbedragen in veiligheid gebracht en onttrokken aan verhaal door schuldeisers. Het gaat daarbij om tientallen miljoenen euro’s. Bij een van de vennootschappen gebeurde dit door voor hoge bedragen goederen aan te kopen van een ander RDM-bedrijf. In de andere twee gevallen werden omvangrijke vorderingen op andere RDM-bedrijven of op Van den N. zelf voor een bedrag van 1 euro verkocht aan een ander bedrijf van Van den N.

Meineed

De valsheid in geschrift ziet op het achteraf, na faillissement, opmaken van een koopovereenkomst met een onjuiste datering en inhoud. Bij de rechter-commissaris in het faillissement heeft Van den N. daarover onder ede een valse verklaring afgelegd; dat is meineed.

Vals paspoort

Bij het valse paspoort gaat het om een diplomatiek paspoort dat door de autoriteiten van de Comoren aan Van den N. was verstrekt. Op dit paspoort was de expiratiedatum met pen veranderd van 2006 in 2008. De rechtbank acht het verweer van Van den N. dat hij niet van deze vervalsing wist ongeloofwaardig.

Ernstige feiten

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen feiten zo ernstig zijn dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf nodig is. Bij het bepalen van de duur van die gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de zeer lange duur van het strafonderzoek, met het feit dat Van den N. een blanco strafblad had en met straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

Medeverdachten

De twee medeverdachten van Van den N, een directeur en een controller van een gefailleerde vennootschap uit het RDM-concern, zijn veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 240 uur, respectievelijk één maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Beiden zijn schuldig bevonden aan valsheid in geschrift, de directeur daarnaast ook nog aan faillissementsfraude.

Uitspraken

Meest gelezen berichten