Laden...

Op de rol: 'Ik heb zelf een enkelband voorgesteld'

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Rotterdam > Nieuws > Op de rol: 'Ik heb zelf een enkelband voorgesteld'
Dordrecht , 08 juli 2020

Josje was wel vaker bij hem weggegaan, een week, een paar maanden, maar ze was altijd teruggekomen. ‘Onze relatie kende pieken en dalen’, zegt Dirk* in het Dordtse gerechtsgebouw tegen de politierechter. Maar begin mei 2019 komt ze niet terug. Josje is van haar woning in Rotterdam naar een ‘veilig adres’ in een buurgemeente vertrokken. Dirk (34) wil weten waarom.

Hij maakt er geen half werk van. Als we het Openbaar Ministerie mogen geloven, belt en sms’t Dirk Josje aan 1 stuk door, laat hij briefjes in haar tas achter, stopt hij een simkaart in haar tablet om contact te kunnen maken, benadert hij haar vriendinnen, rijdt hij langs bij haar moeder en oma en rijdt hij naar haar ‘geheime verblijfplaats’ in Ouderkerk aan den IJssel, bezoekt hij een begrafenis waar Josje ook is, zoekt hij werk bij Josje in de buurt en maakt hij 75 keer 1 cent over naar haar bankrekening om in de omschrijving te vragen wat er aan de hand is. ‘Ik wilde antwoorden.’

Ongezond

Josje doet in augustus aangifte van stalking en in november wordt Dirk opgepakt. Hij zit 3 dagen vast en mag Josje niet meer opzoeken. Om te kunnen achterhalen of hij zich aan de gedragsaanwijzing en het contact- en locatieverbod houdt, moet hij een elektronische enkelband om. Dirk draagt dat ding al bijna 8 maanden dag en nacht als hij met zijn raadsman in de Lekzaal voor politierechter Brand verschijnt. Josje wilde graag haar eigen verhaal vertellen, maar daar heeft ze op het laatste moment vanaf gezien. ‘Nu kan ik zeggen dat we een ongezonde relatie hadden’, zegt Dirk als de politierechter hem vraagt naar zijn turbulente paar jaar met Josje. ‘Ze heeft borderlineproblemen. Ze is er ook voor opgenomen geweest. Ik dacht dat ik daarmee kon omgaan, maar dat was dus niet zo.’

Begrafenis

Hij heeft Josje gestalkt, dat is waar, maar hij heeft niet alles gedaan wat het Openbaar Ministerie hem verwijt. ‘Ik loop niet weg voor wat ik heb gedaan, maar ik ben niet bij die begrafenis geweest. Ze zag mij op die dag in Rotterdam fietsen, maar de begrafenis was in Alphen aan den Rijn. Ik heb inderdaad in de buurt van haar moeder werk gezocht bij een pizzeria, maar dat komt omdat ik in dezelfde buurt woon. Ik ben een paar honderd keer op weg naar mijn werk langs het huis van haar moeder gereden. Ik heb haar moeder een paar keer gezien en ik heb gezwaaid. Ik was niet meer naar haar dochter op zoek. Dat er een simkaart in de tablet zat, is niet zo vreemd, want die tablet was van mij.’

Enkelband

‘Kunt u zich voorstellen dat uw gedrag heel belastend was voor uw ex-vriendin?’ wil politierechter Brand weten. Dirk: ‘Ik dacht: het kwam eerder ook goed, dus waarom nu niet? Later ben ik mij gaan realiseren dat ik te ver ben gegaan. Ik heb zelf 3 dochters en zou ook niet willen dat ze door een man werden gestalkt.’ Door dat gestalk gaat hij nu wel met een enkelband door het leven. ‘Ik zou eerst in januari voorkomen en dat werd juni. En al die tijd heb ik een enkelband om gehad. Ik heb mij aan alle voorwaarden gehouden, maar het is wel lastig om hem zolang te moeten dragen. Ik ga ergens naartoe en dan begint-ie te piepen.’ De rechter: ‘Ja, het is een behoorlijke belasting, maar u draagt hem niet voor niets.’ Dirk: ‘Dat begrijp ik, ik heb zelf een enkelband voorgesteld, maar het duurt wel erg lang.’

Gevangenis

Als het aan officier van justitie Streef ligt, kan de enkelband af maar moet Dirk nog steeds uit de buurt van Josje blijven. Als hij zich daar niet aan houdt, zou Dirk per keer onmiddellijk minimaal 7 dagen, met een maximum van een half jaar, de gevangenis in moeten. Met een contactverbod heeft Dirk geen moeite. ‘Ik heb geen behoefte aan contact. Ik heb een nieuwe vriendin. Ze wilde eigenlijk mee, maar ik vind dat ik het zelf moet afsluiten.’ De officier gelooft ook niet dat Dirk opzettelijk werk bij haar in de buurt heeft gezocht en dat hij op een begrafenis was om Josje lastig te vallen. Maar hij heeft Josje wél op andere manieren gestalkt. ‘En dat heeft enorm veel effect op haar gehad, ook later’, aldus de officier. Dirk verdient daarvoor een werkstraf van 160 uur en 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de reclassering en psychologische hulp. ‘Dat vind ik goed. Ik heb vorige week al contact gehad met De Waag over een psychologische behandeling.’

Moeder

Dirk en Josje hadden een knipperlichtrelatie. En dat was misschien nog wel het meest te danken aan haar moeder ‘die Dirk niet accepteert. Zij heeft kennelijk Josje ingefluisterd dat ze het moest uitmaken. Ze had problemen en was beïnvloedbaar’, aldus raadsman Rens. Zeker, Dirk heeft Josje gestalkt toen zij de relatie in mei verbrak, maar ‘de zaak is wel iets kleiner dan je op het eerste gezicht zou denken’. Daarom zou 80 uur van de door de officier geëiste werkstraf van 160 uur voorwaardelijk moeten zijn. De voorwaardelijke gevangenisstraf is helemaal niet nodig, want Dirk werkt graag mee aan begeleiding door de reclassering. Het contactverbod hoeft ook niet met zoveel stokken achter de deur te worden opgelegd. De advocaat: ‘Mevrouw is inmiddels verhuisd. Mijn cliënt weet ook niet waar zij op dit moment verblijft. Ze heeft verklaard dat het rustig is. Mijn cliënt heeft geen enkele poging ondernomen om met haar in contact te komen.’

Definitief

Dirk verdient nog steeds een contactverbod, maar dat kan ‘gewoon’ in de bijzondere voorwaarden worden opgenomen, vindt politierechter Brand. ‘Ik vind het te zwaar om een contactverbod apart op te leggen, ook omdat u niet weet waar uw ex-vriendin verblijft en er sinds de aangifte niets is gebeurd. Er moet wel een stok achter de deur blijven, voor als u weer in de fout gaat. Dat is de afgelopen maanden niet gebeurd, maar dat is wellicht omdat u een enkelband had. Ik streep de simkaart, de begrafenis én het zoeken naar werk uit de tenlastelegging. De rest blijft staan.’ De politierechter geeft Dirk een werkstraf van 160 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. Dirk loopt de kans dat hij die maand moet uitzitten als hij niet meewerkt aan toezicht door de reclassering, aan een behandeling bij De Waag of als hij Josje opzoekt. Dirk gaat niet in beroep en de officier ook niet. Dirk: ‘En het blok aan mijn been? Die mag nu toch af?’ De officier van justitie: ‘Dat moet u opnemen met de reclassering en vertellen wat het vonnis van de rechter was.’

* Dit zijn niet hun echte namen.

Uitspraken