Liquidatietarief per 1 mei 2018

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksReglementen procedures en formulieren > Civiel > Liquidatietarief per 1 mei 2018

Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven

Het liquidatietarief bestaat sinds 1 september 1955 en wordt vastgesteld in overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en goedgekeurd door de Landelijke Overleggen Civiel bij rechtbanken en gerechtshoven. Bij periodieke aanpassingen van het tarief wordt een factor gehanteerd, gebaseerd op de gemiddelde geïndexeerde stijging van het basisuurtarief (salarissen curatoren) in relatie tot de ontwikkeling in de rechterssalarissen. Per 1 januari 1992 zijn de tarieven verhoogd met 14%. Per 1 april 1998 zijn ze verhoogd met 16%. Per 1 november 2004 zijn ze verhoogd met 16%.

Met ingang van 1 september 2008 is het liquidatietarief aangepast aan de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer. Daarbij is geen indexering toegepast.

In overleg tussen de NOvA, het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton & Toezicht (LOVCK&T) en het Landelijk Overleg Vakinhoud  Civiel hoven (LOVC-hoven) is het liquidatietarief met ingang van 1 mei 2018 geïndexeerd. Het tarief geldt in procedures bij de rechtbank voor alle zaken waarin vanaf 1 mei 2018 vonnis wordt gewezen. De nieuwe hoftarieven worden gehanteerd in alle zaken waarin de kostenveroordeling wordt uitgesproken na de invoeringsdatum van de nieuwe tarieven, dus ook in op 1 mei 2018 reeds lopende zaken, met dien verstande dat, als na vernietiging van een rechtbankvonnis opnieuw een kostenveroordeling ter zake van de kosten van eerste aanleg wordt uitgesproken, de datum van het vernietigde rechtbankvonnis wordt aangehouden voor de bepaling van het te hanteren rechtbanktarief.

Bij een kostenveroordeling wordt het salaris van de advocaat begroot volgens het liquidatietarief, waarbij het bedrag van de te liquideren kosten afhankelijk is van de verrichte (genormeerde) werkzaamheden en van het belang van de zaak. Hoewel deze tarieven niet bindend zijn, worden zij in beginsel door de gerechten gevolgd. Ook bij een minnelijke regeling pleegt op basis hiervan afgerekend te worden. De tarieven blijven geldig totdat deze opnieuw zijn vastgesteld. Het voornemen bestaat de tarieven na ommekomst van vijf jaren opnieuw te herzien. Deze tarieven omvatten niet die voor procedures voor de kantonrechter.

Het bedrag van de te liquideren kosten is enerzijds afhankelijk van de verrichte werkzaamheden (A) en anderzijds van het belang van de zaak (B).

Boven en behalve de volgens ieder tarief aan salaris te liquideren bedragen worden de werkelijke verschotten van de procedure geliquideerd.

A. Waardering van de verrichte werkzaamheden in punten

Benaming processtappen in procedures waarop de digitale procedure niet van toepassing isBenaming processtappen in digitale proceduresAantal punten
Iedere conclusie vóór het interlocutoir tot een maximum van twee

Ieder processtuk (iedere conclusie) (inclusief procesinleiding met een vordering, procesinleiding vordering en verzoek gecombineerd, verweerschrift) vóór de tussenuitspraak of regiebeslissing tot een maximum van 2 punten

1
Pleidooi NvT2
Pleidooi in incident NvT1
Schriftelijk pleidooi NvT1
Enquête aan eigen zijdeZitting voor getuigenverhoor1
Voortzetting enquête aan eigen zijdeVoortzetting zitting voor getuigenverhoor0,5
Bijwoning enquête aan de zijde van de wederpartijBijwoning zitting voor getuigenverhoor van de wederpartij0,5
Voortzetting daarvanVoortzetting van de bijwoning zitting voor getuigenverhoor van de wederpartij0,5
Comparitie, anders dan tegelijk met de enquêteMondelinge behandeling, anders dan tegelijk met de zitting voor getuigenverhoor1
Conclusie na comparitie of na enquête tot een maximum van éénProcesstuk (conclusie) na de mondelinge behandeling of na zitting voor getuigenverhoor (alleen als toegestaan door de rechter)0,5
Akten ter rolle zonder bijzondere inhoudProcesstuk (akte) zonder bijzondere inhoud0
Akten ter rolle met bijzondere inhoudProcesstuk (akte) met bijzondere inhoud0,5
Conclusie in een incident, ongeacht het aantalProcesstuk (conclusie)/verweerschrift in een incident, ongeacht het aantal 1
Incident verhoor op vraagpunten, incl. bijwoning van het verhoor, voor iedere partijZitting in een incident(en)1
Bevolen gerechtelijke plaatsopnemingBevolen gerechtelijke plaatsopneming/descente1
Conservatoir beslag met rekest (1)Conservatoir Beslag ingeleid door een procesinleiding met een verzoek voor verlof conservatoir beslag 1
Idem zonder rekestConservatoir Beslag niet ingeleid door een procesinleiding met een verzoek0.5
Bijwoning eedsafleggingBijwoning eedsaflegging0
Rekest, verweerschrift in rekestproceduresProcesinleiding met een verzoek, verweerschrift met een verzoek in verzoekprocedures1
Mondelinge behandeling in rekestproceduresMondelinge behandeling in verzoekprocedures1
Werkzaamheden van de geïntimeerde ingeval de appellant niet van grieven dientWerkzaamheden van verweerder in hoger beroep ingeval de eiser in hoger beroep geen gronden indient0,5

(1) De term `beslag´ slaat op de beslaglegging in zijn geheel en niet op ieder afzonderlijk beslagexploot. Alleen wanneer voor een beslag een nieuw rekest of een procesinleiding met een verzoek voor verlof tot conservatoire beslaglegging noodzakelijk is (bijv. in een ander arrondissement of door het verstrijken van een tijdsperiode) mag opnieuw 1 punt in rekening gebracht worden.
Contra-enquête in conventie/zitting voor een getuigenverhoor aan de zijde van verweerder tegelijk enquête in reconventie/zitting voor een getuigenverhoor in een tegenvordering wordt slechts éénmaal berekend, naar keuze in conventie of in reconventie/de tegenvordering. Reconventie/de tegenvordering als zelfstandige vordering wordt op punten gewaardeerd op gelijke voet als de conventie/vordering van de eisende partij. Reconventie/de tegenvordering voortvloeiende uit het verweer wordt op de helft van de punten gewaardeerd op gelijke voet als de conventie/vordering van eisende partij. Het maximale aantal punten in reconventie/de tegenvordering wordt niet gehalveerd.


B. Het belang van de zaak

1. Eerste aanleg

Tarief I
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde beneden € 10.000 in hoofdsom. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 461 met een maximum van 5 punten.

Tarief II
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 10.000 tot € 20.000, echtscheidingsprocedures, procedures tot scheiding van tafel en bed, zaken van onbepaalde waarde, tenzij duidelijke aanwijzingen bestaan, dat deze zaken onder een ander tarief vallen, en verklaringsprocedures, tenzij het volgens eisers door de derde gearresteerde af te dragen bedrag meer dan € 20.000 bedraagt en hierover na het afleggen der verklaring geschil ontstaat of andere verwikkelingen rijzen.
In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 543 met een maximum van 6 punten.

Tarief III
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 20.000 tot € 40.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 695 met een maximum van 7 punten.

Tarief IV
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 40.000 tot € 98.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 1.074 met een maximum van 10 punten.

Tarief V
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 98.000 tot € 195.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 1.707 zonder maximum puntental.

Tarief VI
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 195.000 tot € 390.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 2.402 zonder maximum puntental.

Tarief VII
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 390.000 tot € 1.000.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 3.099 zonder maximum puntental.

Tarief VIII
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde boven € 1.000.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 3.856 zonder maximum puntental.


2. Kort geding
De voorzieningenrechter liquideert aan salaris in zaken zonder ingewikkelde feitelijke of juridische aspecten, zoals kleine huur- of woonruimtegeschillen, het minimale salaris van € 633. Naar het belang en de aard van de zaak wordt in andere gevallen aan salaris een bedrag vanaf € 980 geliquideerd met een maximum van € 11.379.

3. Principaal appèl/hoger beroep van een uitspraak van de kantonrechter op hof
Hier gelden de bestaande liquidatietarieven als bij principaal appèl/hoger beroep van rechtbank op hof. Zie punt 5.

4. Incidenteel appèl/hoger beroep van een uitspraak van de kantonrechter op hof
Hier gelden de bestaande liquidatietarieven als bij incidenteel appèl/hoger beroep van rechtbank op hof. Zie punt 6.

5. Principaal appèl/hoger beroep van rechtbank (andere zaken dan kantonzaken) op hof
In appèl/hoger beroep worden tariefgroepen met overeenkomstige nummering als in eerste aanleg gevolgd, met dien verstande, dat in tarief I ieder punt wordt gewaardeerd op € 759 met een maximum van 3 punten, in tarief II ieder punt wordt gewaardeerd op € 1.074 met een maximum van 3 punten, in tarief III ieder punt wordt gewaardeerd op € 1.391 met een maximum van 4 punten, in tarief IV ieder punt wordt gewaardeerd op € 1.959 met een maximum van 6 punten en in tarief V tot en met VIII ieder punt wordt gewaardeerd op respectievelijk € 3.161, € 3.919, € 4.678 en € 5.501 zonder maximum.

6. Incidenteel appèl/hoger beroep van rechtbank (andere zaken dan kantonzaken) op hof
Berekend wordt de helft van het tarief van het principaal appèl/hoger beroep, mits de appèlrechter/rechter in hoger beroep het incidenteel appèl/hoger beroep noodzakelijk heeft geoordeeld.

7. Tarief bij afdoening vordering buiten liquidatie
a. De gedaagde/verweerder die afdoet vóór de dienende dag, betaalt de eiser/eiser een salaris voor de advocaat van 1 punt. Daarnaast een salaris voor eventueel gelegd beslag van 0,5 punt of 1 punt, volgens hoofdstuk A van het hiervoor vermelde liquidatietarief.
b. De gedaagde/verweerder die op of na de dienende dag afdoet, betaalt de eiser/eiser een salaris berekend volgens het liquidatietarief, met een minimum van 1 punt, en verhoogd met een bedrag van € 195.
c. De eiser of appellant/eiser in hoger beroep die een aanhangige zaak afdoet, betaalt de gedaagde/verweerder of geïntimeerde/verweerder in hoger beroep die zich heeft gesteld, een salaris volgens het liquidatietarief, met een minimum van 0,5 punt.
d. De geïntimeerde/verweerder in hoger beroep, die een aanhangig appèl/hoger beroep afdoet, voordat van grieven/gronden is gediend, is aan de appellant/eiser in hoger beroep een salaris voor de advocaat van € 157 verschuldigd.
e. Bij faillissementsaanvragen is de gerekestreerde/belanghebbende die verweer voert, op wiens verzoek de aanvraag eenmaal of meerdere malen is aangehouden, aan de rekestrant/verzoeker een salaris voor de advocaat van
€ 310 verschuldigd.
f. Bij executoriaal beslag zonder verdere gerechtelijke maatregelen mag de beslaglegger een salaris voor de advocaat van € 310 in rekening brengen. Bij verdere gerechtelijke maatregelen worden deze berekend volgens het liquidatietarief.
g. Naast de in dit hoofdstuk genoemde bedragen aan salaris voor de advocaat dienen ook de werkelijke verschotten te worden voldaan.

8. Nasalaris
De na de uitspraak nog vallende kosten (de nakosten) worden voor wat betreft het salaris voor de advocaat (het nasalaris) forfaitair berekend op € 157 zonder betekening in conventie of reconventie/voor de vordering of voor de tegenvordering, € 246 zonder betekening in conventie en reconventie/voor de vordering en voor de tegenvordering tezamen, en verhoogd met € 82 in geval van betekening.
Slechts de procespartij die een volledige veroordeling van zijn wederpartij in de proceskosten verkreeg heeft recht op nakosten, dus niet in het geval van gehele of gedeeltelijke compensatie van kosten.
Het nasalaris beloopt nooit meer dan de helft van het geliquideerde salaris.
Kosten van betekening zijn - bijzondere omstandigheden uitgezonderd - slechts verschuldigd nadat de veroordeelde partij 14 dagen na aanschrijving de tijd heeft gehad om alsnog in der minne aan de uitspraak te voldoen.

9. Btw
Het gaat in dit tarief niet om een dienst met btw belast, maar om een bijdrage van de ene partij in de kosten van de andere. Daarom dient aan het salarisbestanddeel in deze bedragen géén btw te worden toegevoegd. Evenmin bevatten deze salarisbedragen een btw-bestanddeel.

N.B.
De ambtelijke werkzaamheden van de gerechtsdeurwaarders zijn met ingang van 1 januari 1991 onderworpen aan het hoge btw-tarief. In een circulaire van het ministerie van Justitie  d.d. 14 januari 1991 aan de president van de Hoge Raad, de presidenten van de gerechtshoven en rechtbanken en de kantonrechters staat: “Aangenomen moet worden dat (in) civiele procedures, de in verband met de kostenveroordeling door de eisende partij te vermelden deurwaarderskosten, vervolgens in veel gevallen met het geldende btw-percentage zullen worden verhoogd. Indien de eisende partij die de deurwaarderskosten heeft gemaakt, echter ondernemer is en vooraftrek van btw heeft, kan deze de aan de deurwaarder betaalde btw als vermogensschade in mindering brengen op de door hem verschuldigde omzetbelasting. Er is in dat geval dus geen reden de tegenpartij daarmee te belasten.”

 

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum