Liquidatietarief

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven

In overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren (LOVC) en het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren van de hoven (LOVC-hoven) is het liquidatietarief met ingang van 1 september 2008 aangepast aan de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer.

Bij een kostenveroordeling wordt het salaris van de advocaat begroot volgens het liquidatietarief, waarbij het bedrag van de te liquideren kosten afhankelijk is van de verrichte (genormeerde) werkzaamheden en van het belang van de zaak. Hoewel deze tarieven niet bindend zijn, worden zij in beginsel door de gerechten gevolgd. Ook bij een minnelijke regeling pleegt op basis hiervan afgerekend te worden. De hoogte van het liquidatietarief rechtbanken en hoven is met ingang van 1 november 2004 aangepast. Het geldt in procedures bij de rechtbank voor alle zaken waarin na 1 november 2004 vonnis wordt gewezen. De nieuwe hoftarieven worden gehanteerd in alle zaken waarin de kostenveroordeling wordt uitgesproken na de invoeringsdatum van de nieuwe tarieven, dus ook in op 1 november 2004 reeds lopende zaken, met dien verstande dat, waar na vernietiging van een rechtbankvonnis opnieuw een kostenveroordeling ter zake van de kosten van eerste aanleg wordt uitgesproken, de datum van het vernietigde rechtbankvonnis wordt aangehouden voor de bepaling van het te hanteren rechtbanktarief. De tarieven blijven geldig totdat deze opnieuw zijn vastgesteld. Het voornemen bestaat de tarieven na ommekomst van vijf jaren opnieuw te herzien.

(1) Het liquidatietarief (voorheen: tarief te liquideren kosten) bestaat sinds 1 september 1955 en wordt vastgesteld in overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten en vertegenwoordigers van de rechterlijke macht (voorheen: de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak) en goedgekeurd door het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren (LOVC) en het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren van de hoven (LOVC-hoven). Bij periodieke aanpassingen van het tarief wordt een factor gehanteerd, gebaseerd op de gemiddelde geïndexeerde stijging van het basisuurtarief (salarissen curatoren) in relatie tot de ontwikkeling in de rechterssalarissen. Voorafgaand aan de verhoging van 1 november 2004 waren de tarieven voor het laatst met 16% verhoogd per 1 april 1998, waarbij tevens een correctie is toegepast op de eerder te geringe verhoging per 1 januari 1992 met 14% (wat 20% had moeten zijn) hetgeen toen is verdisconteerd.
De Algemene Raad van de NOvA heeft voorgesteld de liquidatietarieven per 1 november 2004 met de factor 115,7 (afgerond 16%) te verhogen. Deze factor is gebaseerd op de gemiddelde geïndexeerde stijging (vanaf 1997) van het na herberekening verkregen basisuurtarief (salarissen curatoren) en anderzijds de ontwikkeling in rechterssalarissen (categorie 9, na 5 jaar). Deze aanpassing is goedgekeurd door het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren (LOVC) en het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren van de hoven (LOVC-hoven). Deze tarieven omvatten niet die voor de sector kanton van de rechtbanken.

Het bedrag van de te liquideren kosten is enerzijds afhankelijk van de verrichte werkzaamheden (A) en anderzijds van het belang van de zaak (B).

Boven en behalve de volgens ieder tarief aan salaris te liquideren bedragen worden de werkelijke verschotten van de procedure geliquideerd.

A. Waardering van de verrichte werkzaamheden in punten


Benaming processtappen in procedures waarop de digitale procedure niet van toepassing isBenaming processtappen in digitale proceduresAantal punten
Iedere conclusie vóór het interlocutoir tot een maximum van tweeIeder processtuk (iedere conclusie) (inclusief procesinleiding met een vordering, procesinleiding vordering en verzoek gecombineerd, verweerschrift) vóór de tussenuitspraak of regiebeslissing tot een maximum van 2 punten1
PleidooiNvT2
Pleidooi in incidentNvT1
Schriftelijk pleidooiNvT1
Enquête aan eigen zijdeZitting voor getuigenverhoor1
Voortzetting enquête aan eigen zijdeVoortzetting zitting voor getuigenverhoor0,5
Bijwoning enquête aan de zijde van de wederpartijBijwoning zitting voor getuigenverhoor van de wederpartij0,5
Voortzetting daarvanVoortzetting van de bijwoning zitting voor getuigenverhoor van de wederpartij0,5
Comparitie, anders dan tegelijk met de enquêteMondelinge behandeling, anders dan tegelijk met de zitting voor getuigenverhoor1
Conclusie na comparitie of na enquête tot een maximum van éénProcesstuk (conclusie) na de mondelinge behandeling of na zitting voor getuigenverhoor (alleen als toegestaan door de rechter)0,5
Akten ter rolle zonder bijzondere inhoudProcesstuk (akte) zonder bijzondere inhoud0
Akten ter rolle met bijzondere inhoudProcesstuk (akte) met bijzondere inhoud0,5
Conclusie in een incident, ongeacht het aantalProcesstuk (conclusie)/verweerschrift in een incident, ongeacht het aantal1
Incident verhoor op vraagpunten, incl. bijwoning van het verhoor, voor iedere partijZitting in een incident(en)1
Bevolen gerechtelijke plaatsopnemingBevolen gerechtelijke plaatsopneming/descente1
Conservatoir beslag met request (2)Conservatoir Beslag met een procesinleiding met een verzoek voor verlof conservatoir beslag1
Idem zonder requestConservatoir Beslag zonder procesinleiding0.5
Bijwoning eedsafleggingBijwoning eedsaflegging0
Rekest, verweerschrift in requestproceduresProcesinleiding met een verzoek, verweerschrift met een verzoek in verzoekprocedures1
Mondelinge behandeling in requestproceduresMondelinge behandeling in verzoekprocedures1
Werkzaamheden van de geïntimeerde ingeval de appellant niet van grieven dientWerkzaamheden van verweerder in hoger beroep ingeval de eiser in hoger beroep geen gronden indient0,5

(2) De term `beslag´ slaat op de beslaglegging in zijn geheel en niet op ieder afzonderlijk beslagexploit. Alleen wanneer voor een beslag een nieuw request noodzakelijk is (bijv. in een ander arrondissement of door het verstrijken van een tijdsperiode) mag opnieuw 1 punt in rekening gebracht worden.

Contra-enquête in conventie tegelijk enquête in reconventie wordt slechts éénmaal berekend, naar keuze in conventie of in reconventie. Reconventie als zelfstandige vordering wordt op punten gewaardeerd op gelijke voet als de conventie. Reconventie voortvloeiende uit het verweer wordt op de helft van de punten gewaardeerd op gelijke voet als de conventie. Het maximale aantal punten in reconventie wordt niet gehalveerd.

B. Het belang van de zaak

1. Eerste aanleg

Tarief I
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde beneden € 10.000 in hoofdsom. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 384 met een maximum van 5 punten.

Tarief II
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 10.000 tot € 20.000, echtscheidingsprocedures, procedures tot scheiding van tafel en bed, zaken van onbepaalde waarde, tenzij duidelijke aanwijzingen bestaan, dat deze zaken onder een ander tarief vallen, en verklaringsprocedures, tenzij het volgens eisers door de derde gearresteerde af te dragen bedrag meer dan € 20.000 bedraagt en hierover na het afleggen der verklaring geschil ontstaat of andere verwikkelingen rijzen.
In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 452 met een maximum van 6 punten.

Tarief III
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 20.000 tot € 40.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 579 met een maximum van 7 punten.

Tarief IV
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 40.000 tot € 98.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 894 met een maximum van 10 punten.

Tarief V
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 98.000 tot € 195.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 1.421 zonder maximum puntental.

Tarief VI
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 195.000 tot € 390.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 2.000 zonder maximum puntental.

Tarief VII
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde van € 390.000 tot € 1.000.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 2.580 zonder maximum puntental.

Tarief VIII
Dit tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde boven € 1.000.000. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 3.211 zonder maximum puntental.

2. Kort geding
De president liquideert aan salaris in zaken zonder ingewikkelde feitelijke of juridische aspecten, zoals kleine huur- of woonruimtegeschillen, het minimale salaris van € 527. Naar het belang en de aard van de zaak wordt in andere gevallen aan salaris een bedrag vanaf € 816 geliquideerd met een maximum van € 9.475.

3. Principaal appèl van sector kanton op hof
Hier gelden de bestaande liquidatietarieven als bij principaal appèl van rechtbank op hof. Zie punt 5.

4. Incidenteel appèl van sector kanton op hof
Hier gelden de bestaande liquidatietarieven als bij incidenteel appèl van rechtbank op hof. Zie punt 6.

5. Principaal appèl van rechtbank op hof
In appèl worden tariefgroepen met overeenkomstige nummering als in eerste aanleg gevolgd, met dien verstande, dat in tarief I ieder punt wordt gewaardeerd op € 632 met een maximum van 3 punten, in tarief II ieder punt wordt gewaardeerd op € 894 met een maximum van 3 punten, in tarief III ieder punt wordt gewaardeerd op € 1.158 met een maximum van 4 punten, in tarief IV ieder punt wordt gewaardeerd op € 1.631 met een maximum van 6 punten en in tarief V tot en met VIII ieder punt wordt gewaardeerd op respectievelijk € 2.632, € 3.263 , € 3.895 en € 4.580 zonder maximum.

6. Incidenteel appèl van rechtbank op hof
Berekend wordt de helft van het tarief van het principaal appèl, mits de appèlrechter het incidenteel appèl noodzakelijk heeft geoordeeld.

7. Tarief bij afdoening buiten liquidatie

a. De gedaagde die afdoet vóór de dienende dag, betaalt de eiser een salaris voor de advocaat van 1 punt. Daarnaast een salaris voor eventueel gelegd beslag van 0,5 punt of 1 punt, volgens hoofdstuk A van het hiervoor vermelde liquidatietarief.
b. De gedaagde die op of na de dienende dag afdoet, betaalt de eiser een salaris berekend volgens het liquidatietarief, met een minimum van 1 punt, en verhoogd met een bedrag van € 162.
c. De eiser of appellant die een aanhangige zaak afdoet, betaalt de gedaagde of geïntimeerde die zich heeft gesteld, een salaris volgens het liquidatietarief, met een minimum van 0,5 punt.
d. De geïntimeerde, die een aanhangig appèl afdoet, voordat van grieven is gediend, is aan de appellant een salaris voor de advocaat van € 131 verschuldigd.
e. Bij faillissementsaanvragen is de gerequestreerde, op wiens verzoek de aanvraag eenmaal of meerdere malen is aangehouden, aan de requestrant een salaris voor de advocaat van € 258 verschuldigd.
f. Bij executoriaal beslag zonder verdere gerechtelijke maatregelen mag de beslaglegger een salaris voor de advocaat van € 258 in rekening brengen. Bij verdere gerechtelijke maatregelen worden deze berekend volgens het liquidatietarief.
g. Naast de in dit hoofdstuk genoemde bedragen aan salaris voor de advocaat dienen ook de werkelijke verschotten te worden voldaan.

8. Nasalaris
De na de uitspraak nog vallende kosten (de nakosten) worden voor wat betreft het salaris voor de advocaat (het nasalaris) forfaitair berekend op € 131 zonder betekening in conventie of reconventie, € 205 zonder betekening in conventie en reconventie tezamen, en verhoogd met € 68 in geval van betekening.
Slechts de procespartij die een volledige veroordeling van zijn wederpartij in de proceskosten verkreeg heeft recht op nakosten, dus niet in het geval van gehele of gedeeltelijke compensatie van kosten.
Het nasalaris beloopt nooit meer dan de helft van het geliquideerde salaris.
Kosten van betekening zijn - bijzondere omstandigheden uitgezonderd - slechts verschuldigd nadat de veroordeelde partij 14 dagen na aanschrijving de tijd heeft gehad om alsnog in der minne aan het gewezen vonnis te voldoen.

9. BTW
Het gaat in dit tarief niet om een dienst met BTW belast, maar om een bijdrage van de ene partij in de kosten van de andere. Daarom dient aan het salarisbestanddeel in deze bedragen géén BTW te worden toegevoegd. Evenmin bevatten deze salarisbedragen een BTW-bestanddeel.

NB
De ambtelijke werkzaamheden van de gerechtsdeurwaarders zijn met ingang van 1 januari 1991 onderworpen aan het hoge BTW-tarief. Dit tarief is met ingang van 1 januari 2001 19%. Het ministerie van Justitie heeft zich over het BTW-tarief met een circulaire d.d. 14 januari 1991 gewend tot de president van de Hoge Raad, de presidenten van de gerechtshoven en rechtbanken en de kantonrechters. Daarin staat onder meer het volgende: `Aangenomen moet worden dat (in) civiele procedures, de in verband met de kostenveroordeling door de eisende partij te vermelden deurwaarderskosten, vervolgens in veel gevallen met het geldende BTW-percentage zullen worden verhoogd. Indien de eisende partij die de deurwaarderskosten heeft gemaakt, echter ondernemer is en vooraftrek van BTW heeft, kan deze de aan de deurwaarder betaalde BTW als vermogensschade in mindering brengen op de door hem verschuldigde omzetbelasting. Er is in dat geval dus geen reden de tegenpartij daarmee te belasten.´

 

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum