6 maanden voorwaardelijk voor hulp bij zelfdoding

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Nieuws > 6 maanden voorwaardelijk voor hulp bij zelfdoding
's-Hertogenbosch, 31 januari 2018

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft vandaag Albert Heringa veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden voor het helpen bij de zelfdoding van zijn stiefmoeder. Heringa gaf haar in juni 2008 een combinatie van medicijnen waaraan zij is overleden. De 99-jarige vrouw leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind. Zij vond dat haar leven voltooid was. Er was echter geen sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden op basis van een medische oorzaak. Omdat Heringa ervan uitging dat er daarom geen arts zou zijn die medewerking zou verlenen bij het laten sterven van zijn stiefmoeder, heeft hij zelf die hulp geboden. Hulp bij zelfdoding door iemand die geen arts is, is echter in principe strafbaar.

Documentaire

Heringa heeft beeldopnames gemaakt van het hele stervensproces, ook van een gesprek waarin zijn stiefmoeder vertelt dat ze klaar was met haar leven. Deze opnames zijn gebruikt in de documentaire 'De laatste wens van Moek. Een zelf geregisseerde dood'. Op 8 februari 2010 zond het programma Netwerk deze documentaire uit. Naar aanleiding daarvan is de vervolging van Heringa gestart.

Eerdere uitspraken

In oktober 2013 oordeelde de rechtbank in Zutphen ook al dat Heringa’s handelswijze strafbaar is. Het gerechtshof in Arnhem vond in mei 2015 dat Heringa zorgvuldig en transparant heeft gehandeld en er geen andere redelijke oplossing was. Zijn beroep op noodtoestand werd toegewezen en hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
De Hoge Raad oordeelde in 2017 dat hulp bij zelfdoding door iemand die geen arts is alleen is toegestaan als er sprake is van een uitzonderlijke noodtoestand. Het hof in Arnhem heeft het beroep van Heringa op zo’n noodtoestand veel te gemakkelijk gehonoreerd, vond de Hoge Raad en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling.

Geen noodtoestand

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft nu geconcludeerd dat er in dit geval geen sprake was van een noodtoestand. Heringa had begrip voor de wens van zijn stiefmoeder en stond erachter. Hij heeft aan de uitvoering ervan meegewerkt en heeft de huisarts van zijn stiefmoeder geraadpleegd over haar verlangen om te sterven. Deze arts vond dat er niet werd voldaan aan de voorwaarden om euthanasie toe te passen. Heringa heeft het daarbij gelaten. Het was voor hem geen optie om te rade te gaan bij andere artsen die hier mogelijk anders tegenaan hadden kunnen kijken en evenmin zijn aangedragen alternatieven serieus in overweging genomen.

EVRM: recht op leven

Artikel 2 van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) vermeldt ‘Het recht op leven’. Volgens de verdediging staat dat gelijk aan het ‘recht op sterven’. Volgens het EVRM mag elk land binnen bepaalde kaders nadere invulling geven aan dit artikel. Het hof vindt dat de Nederlandse wet - door te bepalen dat euthanasie alleen door een arts mag worden uitgevoerd en dan alleen nog onder bijzondere omstandigheden en wanneer bepaalde zorgvuldigheidseisen worden gevolgd - niet in strijd is met het EVRM. Er is daarom volgens het hof geen sprake van schending van het EVRM.

Maatschappelijke discussie

Het hof realiseert zich dat deze uitspraak wordt gedaan terwijl er al geruime tijd een maatschappelijke discussie gaande is over de vraag of mensen die hun leven voltooid vinden, stervenshulp zouden moeten kunnen krijgen. De meningen hierover lopen sterk uiteen en van een concreet wetsvoorstel is nog geen enkele sprake. Het hof vindt dat een rechterlijke instantie niet op een eventueel wetgevingsproces vooruit kan lopen. Daarom geeft het geen oordeel over de vraag of het bieden van stervenshulp aan personen met een voltooid leven toegestaan zou moeten worden.

Waarom deze straf?

Bij het bepalen van de straf heeft het hof met verschillende omstandigheden rekening gehouden. Heringa is, na het geven van de medicijnen, weggegaan en heeft zijn stiefmoeder alleen achtergelaten, in leven. Hij heeft zich er op die manier niet van verzekerd dat er geen complicaties zouden optreden tijdens het stervensproces. Dit staat in contrast met de reden die hij voor zijn handelen geeft, namelijk dat hij zijn stiefmoeder niet alleen wilde laten sterven. Wat ook meespeelt, is dat Heringa pas 2 jaar later, bij de uitzending van Netwerk, verantwoording voor zijn handelen heeft afgelegd. In zijn voordeel heeft het hof meegewogen dat hij zijn stiefmoeder heeft willen helpen bij haar wens en dat hij heeft gehandeld vanuit medeleven.

Alles bij elkaar vindt het hof dat niet kan worden volstaan met de eis van het OM, een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Het hof komt daarom tot een hogere straf, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraken

Meest gelezen berichten