Hogere straffen bij geweld tegen mensen met publieke taak

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Hogere straffen bij geweld tegen mensen met publieke taak
Den Haag, 09 februari 2017

De Tweede Kamer houdt vandaag (donderdag 9 februari 2017) een hoorzitting (rondetafelgesprek) over de aanpak van geweld tegen hulpverleners. 6 vragen en antwoorden over hoe rechters in dit soort zaken straffen. 

Wordt geweld tegen hulpverleners, zoals ambulancebroeders en andere mensen met een publieke taak, zoals politieagenten, anders bestraft dan geweld tegen ‘gewone’ mensen?

Ja. Rechters kijken tijdens een rechtszaak altijd naar alle omstandigheden. Ze straffen met het beste effect op dader en samenleving. De terechte verontwaardiging die er in de samenleving is over geweld tegen mensen met een publieke taak, komt dan ook tot uitdrukking in de straf. Strafrechters hebben zogenoemde oriëntatiepunten (pdf, 1,8 MB) die ze raadplegen bij het opleggen van straf. In die oriëntatiepunten (pagina 7) staat dat straffen 33 tot 100 procent hoger kunnen zijn als het gaat om geweld tegen bijvoorbeeld hulpverleners.

​Is wel eens onderzocht of de straffen in de praktijk ook echt hoger uitvallen?

Ja. in 2012 verscheen het rapport Straftoemeting bij geweld tegen kwalificerende slachtoffers: een replicastudie (pdf, 527,1 KB). Uit dat onderzoek blijkt dat rechters bij geweldsdelicten tegen personen met een publieke functie gemiddeld een flink hogere straf opleggen dan bij geweld tegen ‘gewone burgers’. De hoogte van de opgelegde straf bedraagt volgens dat onderzoek gemiddeld 90 procent van de eis van de officier van justitie. Het Openbaar Ministerie hanteert hogere strafeisen bij geweld tegen publieke personen: de strafvorderingsrichtlijn van het OM schrijft voor dat in geval van geweld tegen werknemers met een publieke functie de eis 2 maal zo hoog (‘200 procent’) moet zijn. Die eisen worden dus bijna helemaal gevolgd door rechters (zie ook: Hogere straf bij geweld tegen publieke functionaris).

Is dat het enige onderzoek dat hiernaar is gedaan?

Nee. Hetzelfde werd 2 jaar eerder ook onderzocht. Toen bleek hetzelfde: rechters volgen voor 93 procent de (hogere) strafeisen van het Openbaar Ministerie. Ook in de keuze voor een boete, een taakstraf of een vrijheidsstraf bleken rechters in verreweg de meeste gevallen de eis van de officier te volgen. (zie ook: Rechter volgt vaak strafeis OM bij geweld tegen hulpverleners).

Soms hoor je de roep om minimumstraffen als het om geweld tegen hulpverleners gaat. Heeft de Rechtspraak daar een mening over?

De Rechtspraak is in algemene zin tegen minimumstraffen. Om zo effectief mogelijk te kunnen straffen, pleiten rechters voor een zo groot mogelijk palet aan straffen om uit te kunnen putten. Als er minimumstraffen in de wet zouden worden opgenomen, zouden rechters speelruimte verliezen om het beste te kunnen doen voor dader en samenleving in specifieke gevallen. Soms vinden mensen een taakstraf bijvoorbeeld erger dan een gevangenisstraf. Als er minimumstraffen in de wet komen te staan, kunnen rechters minder maatwerk leveren.

Geweld tegen mensen met een publieke taak wordt vaak gelinkt met de viering van Oud en Nieuw. Hoe komt dat?

Dit onderwerp is vaak juist dan in het nieuws. Tijdens de nieuwjaarsviering zijn er immers veel incidenten. Ook dan gelden dus de zwaardere straffen. Kort na Oud en Nieuw worden soms zogenoemde supersnelrechtzittingen gehouden, om raddraaiers snel lik op stuk te kunnen geven. Voor supersnelrechtzittingen komen alleen de relatief eenvoudige zaken in aanmerking. Het bewijs moet duidelijk zijn. Overigens waren er dit jaar maar 2 supersnelrechtzittingen gerelateerd aan Oud en Nieuw. Bepalend voor de vraag hoeveel supersnelrechtzittingen er zijn, is hoeveel zaken het Openbaar Ministerie aanmeldt bij de rechtbanken. Het Openbaar Ministerie krijgt op zijn beurt weer zaken aangeleverd door de politie. 

​Supersnelrecht is er toch gedurende het hele jaar?

Ja dat klopt. Er zijn het hele jaar door supersnelrechtzittingen. Bijvoorbeeld na grootschalige evenementen of voetbalwedstrijden. Supersnelrecht wordt vaak verward met gewoon snelrecht. Bij snelrecht staat een verdachte binnen 17 dagen voor de rechter, bij supersnelrecht is dat al binnen 3 tot 6 dagen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten