Laden...

Indienen verzoek Wet open overheid (Woo-verzoek)

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksOrganisatie > Raad voor de rechtspraak > Indienen verzoek Wet open overheid (Woo-verzoek)

Wat houdt het Woo-verzoek in?

Op grond van deze wet mag iedereen om openbaarmaking van informatie vragen over alle onderwerpen van de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden. 

Uw verzoek moet gaan over informatie die is vastgelegd in stukken. Met stukken wordt bedoeld: een door de Raad voor de rechtspraak of College van afgevaardigden opgemaakt of ontvangen schriftelijk stuk of andere vormen van vastgelegde gegevens die verband houden met de publieke taak van de Raad voor de rechtspraak of het College van afgevaardigden. Het gaat bijvoorbeeld om papieren documenten als brieven, rapporten, memo’s, beleidsdocumenten en digitale stukken zoals e-mailberichten. 

Het Woo-besluit en de bijbehorende documenten worden gepubliceerd op deze website. 

De gerechten vallen niet onder de Woo. U kunt dus geen Woo-verzoek doen over informatie die berust bij de gerechten. 

 

Indienen Woo-verzoek

Is de informatie waar u naar op zoek bent, niet al openbaar? Dan kunt u een Woo-verzoek indienen.

Vermeld in het Woo-verzoek altijd:

  • uw contactgegevens, inclusief telefoonnummer
  • dat het om een Woo-verzoek gaat
  • over welk onderwerp het gaat
  • om welke of wat voor soort documenten het gaat (omschrijf het document zo nauwkeurig mogelijk)
  • over welke periode het gaat
  • of u informatie wenst van de Raad voor de rechtspraak of het College van afgevaardigden

Een verzoek om informatie op grond van de Woo richt u aan:

  • e-mail: woo@rechtspraak.nl 
  • schriftelijk: Raad voor de rechtspraak, t.a.v. team Juridische Zaken (Woo), postbus 90613, 2509 LP Den Haag

Bovengenoemde contactgegevens zijn uitsluitend bedoeld voor vragen en verzoeken op grond van de Woo. Heeft u een specifieke vraag over een lopende rechtszaak? Neem dan rechtstreeks contact op met de betreffende rechtbank of gerechtshof. Het Rechtspraak Servicecentrum (RSC) beantwoordt algemene vragen over de rechtspraak.

 

 

Woo-contactpersoon

Heeft u vragen over welke informatie beschikbaar is of over de behandeling van uw Woo-verzoek, dan kunt u contact opnemen met de Woo-contactpersoon. 

De Woo-contactpersoon is bereikbaar op maandag tot en met donderdag tussen 09:00 uur en 17:00 uur op het telefoonnummer 088 362 43 26. 

U kunt uw vraag ook altijd stellen door een e-mail te sturen aan woo@rechtspraak.nl.

Reactietermijn

Na ontvangst van het Woo-verzoek door de Raad voor de rechtspraak of het College van afgevaardigden, ontvangt u een bevestiging. Als er nog vragen zijn over uw verzoek, neemt de behandelaar van het verzoek contact met u op. 

De Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden hebben 4 weken de tijd om een besluit op uw Woo-verzoek te nemen. Als het nodig is, kan deze termijn met nog 2 weken worden verlengd. Hier krijgt u een bericht van. 

Als uw Woo-verzoek omvangrijk is, zal de behandelaar van het Woo-verzoek aanvullende afspraken met u maken over de termijnen.

 

Welke informatie wordt openbaar gemaakt? 

Het uitgangspunt is dat alle informatie openbaar wordt gemaakt. Het kan zijn dat er informatie in de documenten staat die niet openbaar mag worden gemaakt. 

De criteria voor openbaarmaking zijn vastgelegd in de Woo. Bijvoorbeeld vanwege de privacy van personen. In het besluit wordt toegelicht welke informatie wel en niet openbaar is gemaakt en de reden waarom informatie niet openbaar wordt gemaakt. Niet openbaar maken kan ook te maken hebben met de belangen van derden.

Belanghebbenden kunnen een zienswijze indienen, waarin zij aangeven waarom ze vinden dat informatie wel of niet openbaar kan worden gemaakt. Vanwege een zienswijzeprocedure kan het langer duren voordat het Woo-besluit wordt genomen. Hier krijgt u bericht van. 

 

Bezwaar

Als u het niet eens bent met het Woo-besluit, kunt u bezwaar maken. Vervolgens kunt u ook beroep en hoger beroep instellen. In het Woo-besluit staat hoe u bezwaar of beroep kan aantekenen. 


 Gepubliceerd

>Alles uitklappen
  • Woo-besluit over verzoek om informatie over het beleid van de Raad voor de rechtspraak over  superspecialisten en super-ervaren kandidaten en het beleid met betrekking tot de selectie en salariëring van rechters. 

  • (geanonimiseerd)

    datum: 14 september 2022
    ons kenmerk: UIT (geanonimiseerd)
    onderwerp: Besluit Woo-verzoek (geanonimiseerd)

    Geachte (geanonimiseerd),

    Op 23 augustus 2022 heeft u een Woo-verzoek gedaan over datalekken in 2021. Op 25 augustus 2022 heeft u hierover gesproken met onze Woo-contactpersoon. Tijdens dit overleg is besproken uw Woo-verzoek te beperken.

    U heeft verzocht om de volgende documenten:
    • Handboek datalekken gerechten
    • Alle documenten die betrekking hebben op het datalek dat heeft plaatsgevonden in de zaak AMS 22/1586 WOB, waaronder de melding van het datalek bij de AP of de PG bij de Hoge Raad. 

    Wettelijk kader

    Ik behandel uw verzoek als een verzoek op grond van de Woo. 

    Besluit

    Handboek datalekken gerechten
    Het Handboek meldplicht datalekken voor gerechten wordt verstrekt. In dit document komen de namen van ambtenaren voor. Zij treden uit hoofde van hun functie niet zodanig in de openbaarheid dat gezegd kan worden dat de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer minder zwaar weegt dan het belang van openbaarheid. Deze namen (alsmede het e-mailadres en telefoonnummer) zijn met toepassing van artikel 5.1 lid 2 sub e Woo (bescherming van de persoonlijke levenssfeer) op pagina’s 1, 4 en 5 weggelakt.

    Daarnaast is bijlage 1 in zijn geheel weggelakt. Dit betreft informatie over hoe het veiligheidsregistratiesysteem van de Rechtspraak (genaamd Classbase) exact is ingericht (hierin is te zien welke velden er stapsgewijs moeten worden ingevuld: wie heeft er geregistreerd, op welke datum, wat voor soort melding, etc.). Dit systeem ziet niet alleen op datalekken; hierin worden alle incidenten binnen de Rechtspraak gemeld. Het bevat daardoor veel persoonsgegevens. Het openbaar maken van deze bijlage zou de veiligheid van de Rechtspraak en daarmee van de Staat kunnen schaden. Het uitvoeren van aanvallen door hackers op de ICT-infrastructuur van de Rechtspraak zou door openbaarmaking gemakkelijker worden. Dit is de reden dat deze bijlage op grond van art. 5.1 lid 1 sub b Woo, zwart is gemaakt. In paragraaf 3.6 van het Handboek staat de manier van vastlegging van het datalek in Classbase omschreven. 

    Documenten m.b.t. datalek zaak AMS 22/1586 WOB
    Ik kan uw verzoek niet inwilligen. Er zijn namelijk geen door u gevraagde documenten bij de Raad aangetroffen. Allereerst worden datalekken niet geregistreerd door de Raad maar door het desbetreffende gerecht waar het datalek heeft plaatsgevonden. Indien en voor zover er al een melding zou zijn gedaan, berust deze melding niet bij de Raad en valt deze melding ook niet onder de Woo. Daarnaast is u medegedeeld dat er volgens de rechtbank en de Raad, géén sprake is van een datalek. Ook om deze reden zijn er geen documenten over het datalek. 

    Een kopie van het onderhavige Woo-besluit en het verstrekte document zullen geanonimiseerd op onze website worden geplaatst. 

    Hoogachtend,

    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze, 

    O.F.J. Welling
    directeur

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.

    Bijlage

    Handboek datalekken gerechten (pdf, 702,4 KB)

  • (geanonimiseerd)

    Uitsluitend per e-mail:
    (geanonimiseerd)

    datum: 30 augustus 2022
    ons kenmerk: UIT (geanonimiseerd)
    onderwerp: Besluit Woo-verzoek (geanonimiseerd)

    Geachte (geanonimiseerd),

    U heeft de Raad op 4 augustus 2022 verzocht documenten openbaar te maken waaruit blijkt waarom verdachten geen toegang hebben tot het digitale toegangsportaal ‘Mijnstrafdossier’. 

    Het besluit treft u hierbij aan. 

    Wettelijk kader

    Ik behandel uw verzoek als een verzoek op grond van de Woo. 

    Besluit

    Ik kan uw verzoek niet inwilligen. Er zijn namelijk geen door u gevraagde documenten bij de Raad aangetroffen. 

    Uit ons onderzoek is gebleken dat het niet een gerichte keuze is geweest om de advocatuur wel toegang te geven tot ‘Mijnstrafdossier’ en verdachten niet. Bij de afweging met welke digitaliseringslag je relatief snel, eenvoudig en veilig de zaakstroom richting de partijen kon verbeteren, lag het, ten tijde van het ontstaan van ‘Mijnstrafdossier’, voor de hand om eerst te kijken naar verbeteringen in de informatievoorziening voor procesvertegenwoordigers. Digitalisering van de informatievoorziening van de advocatuur was een logische keuze om relatief eenvoudig, maar wel veilig impact te maken. Er zijn geen documenten voorhanden die hierop een andere zienswijze geven. Daarbij geldt tevens dat het verstrekken van een dossier aan een verdachte gepaard gaat met maximale aandacht en zorg voor privacy en veiligheid. Met andere woorden; het moet 100% zeker zijn dat het procesdossier uitsluitend bij de verdachte terecht komt. 

    Indien u niet via uw advocaat het strafdossier wilt of kunt opvragen, kunt u altijd zelf om inzage in het procesdossier vragen aan het desbetreffende gerecht. De wijze waarop inzage in een procesdossier is geregeld, verschilt per gerecht. Wilt u weten hoe inzage is geregeld, neem dan contact op met het betreffende gerecht.

    Een kopie van het onderhavige Woo-besluit zal geanonimiseerd op onze website, www.rechtspraak.nl, worden geplaatst. 

    Hoogachtend,

    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze, 

    O.F.J. Welling
    directeur

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.
  • (geanonimiseerd)

    Uitsluitend per e-mail:
    (geanonimiseerd)

    datum: 11 augustus 2022
    ons kenmerk: UIT (geanonimiseerd)
    onderwerp: Besluit Woo-verzoek (geanonimiseerd)

    Geachte (geanonimiseerd),

    Met uw e-mail van 22 juli 2022 heeft u de Raad voor de rechtspraak (hierna: de Raad), onder verwijzing naar de Wet open overheid (hierna: Woo) gevraagd om informatie openbaar te maken over het beleid van de Rechtspraak met betrekking tot de openbaarmaking van de beslissing in een strafrechtelijk procedure op verzoek van een derde na afloop van de openbare zitting. Op 1 augustus 2022 heeft u uw verzoek telefonisch nader toegelicht en besproken met de Woo-contactpersoon van de Raad voor de rechtspraak. 

    Het besluit treft u hierbij aan. 

    Wettelijk kader

    Ik behandel uw verzoek als een verzoek op grond van de Woo. 

    Besluit

    Ik kan uw verzoek niet inwilligen. Er zijn namelijk geen door u gevraagde documenten bij de Raad aangetroffen. 

    Uw verzoek zag specifiek op het (mondeling) verstrekken van een beslissing in een strafrechtelijke procedure. Over het verstrekken van uitspraken aan derden in het algemeen, is het beleid van de Rechtspraak geformuleerd in de landelijke persrichtlijn, meer specifiek de toelichting bij de artikelen 4.1-4.2. U kunt de landelijke persrichtlijn hier vinden: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/landelijke-persrichtlijn.pdf (pdf, 0 B)  

    Een kopie van het onderhavige Woo-besluit zal geanonimiseerd op onze website worden geplaatst. 

    Hoogachtend,

    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze, 

    O.F.J. Welling
    Directeur

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.
  • 25 juli 2022

    Ons kenmerk: UIT [geanonimiseerd] 
    Besluit op uw Woo-verzoek

    Geachte 

    Met uw brief van 5 april 2022 betreffende dossier 4603, heeft u het ministerie van Justitie en Veiligheid gevraagd om informatie openbaar te maken over het volgen en afnemen van onderwijs en educatie door de rechterlijke macht en het ministerie van Justitie en Veiligheid. 

    Het ministerie heeft uw verzoek (meer specifiek de bulletpoints 1, 2, 8, 9, 11 en 12) doorgestuurd aan de Raad omdat er mogelijk documenten die zien op uw verzoek, berusten bij de Raad. Omdat ook het Studiecentrum Rechtspleging onder de Raad voor de rechtspraak valt, hebben wij het verzoek iets breder opgepakt. Wij zullen uw verzoeken, genoemd onder de bulletpoints 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 14 en 15 in dit besluit behandelen. Deze verzoeken zijn:

    1. Het beleid en het beleid van de afgelopen 6 jaren inzake het verkrijgen van educatie en/of voorlichting van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de rechterlijke macht in het algemeen; juridische medewerkers, rechters en raadsheren meer in het bijzonder;
    2. Het huidige beleid en het beleid van de afgelopen 6 jaren inzake het verkrijgen van educatie en/of voorlichting door de rechterlijke macht waarbij alleen wordt geparticipeerd door de rechterlijke macht;
    3. Hoe vaak is er de afgelopen 6 jaren educatie en/of voorlichting geweest aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, waarbij tevens de rechterlijke macht aanwezig was? En hoe vaak alleen aan de rechterlijk macht (zonder het ministerie)?
    4. Ter aanvulling op nummer 3; welke onderwerpen zijn bij de educatie en/of voorlichting in de afgelopen 6 jaren besproken?
    5. Ter aanvulling op nummer 3; welke educatie- en/of voorlichtingsmateriaal is daarbij verstrekt?
    6. Welk(e) medewerkers van het ministerie en welke arrondissement(en) van de rechterlijke macht hebben aan de educatie en/of voorlichting deelgenomen die plaatsvond enige dagen (of weken) voorafgaand aan de zitting in kwestie bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 oktober 2021 (zie inleiding)?;
    7. Hoeveel deelnemers/cursisten waren er aanwezig bij de sessie als bedoeld onder 6?
    8. Het beleid inzake de kwaliteitsbewaking van de rechtspraak in samenhang met het volgen van educatie en het krijgen van voorlichting;
    9. Zo nodig bezien in samenhang met onderdeel 8; het beleid met betrekking tot het borgen van het bepaalde in artikel 12 wet RO;
    10. N.v.t.
    11. Het beleid inzake het verkrijgen van educatie en/of krijgen van voorlichting van het ministerie van Justitie en Veiligheid en/of de rechterlijke macht, naar aanleiding van de parlementaire enquête Ongekend onrecht;
    12. Het beleid inzake het verkrijgen van educatie en/of krijgen van voorlichting door het ministerie van Justitie en/of de rechterlijke macht naar aanleiding van het rapport werkgroep reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken, Recht vinden bij de Rechtbank;
    13. N.v.t.
    14. Het beleid inzake gepromoveerde rechters/raadsheren – al dan niet plaatsvervangend – en het betrekken van de eigen conclusies uit het proefschrift in aanhangige zaken;
    15. Uit het rapport ‘recht vinden bij de rechtbank’ blijkt dat lagere rechters anticiperen in hun uitspraken dat hun uitspraken vernietigd zouden worden. Wat is het beleid van het ministerie of de rechterlijke macht daaromtrent?

    Bij brief van 12 juli 2022 bent u geïnformeerd dat de Raad uw verzoek in goede orde ontving en dat u in beginsel binnen vier weken na de ontvangst ervan een besluit kon verwachten. 

    Wettelijk kader punten 1, 2, 8, 9, 11, 12, 14 en 15
    Ik behandel uw verzoek, voor zover het ziet op de punten 1, 2, 8, 9, 11, 12, 14 en 15 als een verzoek op grond van de Woo.

    Wettelijk kader punten 3, 4, 5, 6 en 7
    De punten 3, 4, 5, 6 en 7 zijn feitelijke vragen. Wij kunnen deze punten dan ook niet op grond van de Wet open overheid in behandeling nemen. Graag treden wij naar aanleiding van uw verzoek nader met u in overleg over de eventuele beantwoording van deze vragen. Over deze punten merken wij alvast het volgende op: Studiecentrum Rechtspleging (SSR) verzorgt de opleidingen tot rechter, raadsheer, officier van justitie en juridisch medewerker. Op www.ssr.nl staat het aanbod van cursussen, webcolleges en e-learning modules. Daarnaast staat het gerechten vrij zelf cursussen aan haar medewerkers aan te bieden. Door SSR wordt niet bijgehouden hoe vaak er cursussen worden gegeven waarbij derden aanwezig zijn. 

    Besluit

    Ik kan uw verzoek slechts gedeeltelijk inwilligen. Er is één document aantroffen dat ziet op punt 1 en/of 2; het beleid omtrent de educatie van juridische medewerkers, rechters en raadsheren. Dit beleid is neergelegd in de interne digitale werkomgeving van de Rechtspraak (“INTRO”). U treft hierbij een print screen van deze webpagina aan. In dit document komt de naam van een ambtenaar voor. Deze naam (alsmede het e-mailadres en telefoonnummer) is met toepassing van artikel 5.1 lid 2 sub e Woo (bescherming van de persoonlijke levenssfeer) weggelakt. 

    Onderaan dit document wordt verwezen naar een aantal andere documenten. Deze documenten zien niet op uw Woo-verzoek. De eerste vijf documenten zijn ouder dan 6 jaar en het laatste document is een adviesrapport. Dit adviesrapport bevat aanbevelingen om een impuls te geven tot verbetering van de initiële opleiding en de permanente educatie. Het huidige beleid zoals beschreven in het verstrekte document is naar aanleiding van dit rapport (nog) niet aangepast. 

    Met betrekking tot de punten 8, 9, 11, 12, 14 en 15 kan ik uw verzoek niet inwilligen. Er zijn namelijk geen door u gevraagde documenten (“beleid”) bij de Raad aangetroffen. 

    Een kopie van uw Woo-verzoek en het onderhavige Woo-besluit zullen geanonimiseerd op onze website worden geplaatst. 

    Hoogachtend,

    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze, 

    O.F.J. Welling
    directeur 

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.


    Bijlage 1: Intro Beleid Educatie

    Landelijk > Bedrijfsvoering > HRM > Opleiding en selectie RM > Opleiding > Permanente educatie 
    Permanente educatie - PE-30 

    De Rechtspraak is een kennisintensieve organisatie. De kwaliteit van de medewerkers is essentieel. Dit betekent dat er voldoende tijd beschikbaar moet zijn om kennis en vaardigheden te actualiseren, te verbreden en te verdiepen. Binnen de Rechtspraak is die tijd vastgelegd in een norm. 
    Deze norm, gebaseerd op netto 3 uur scholing per dagdeel, is gesteld op gemiddeld 30 uur per jaar, c.q. een minimum van 90 uur verspreid over een termijn van drie jaar, voor iedere raadsheer, rechter en juridisch medewerker. De norm is uit het oogpunt van kwaliteitshandhaving ook van toepassing op parttimers die een gecombineerde functie uitoefenen (vakinhoudelijk en management). 
    Wat wel en wat niet onder de norm valt en hoe het zit met registratie van de norm en andere vragen, wordt hieronder aangegeven bij de 'meest gestelde vragen' over permanente educatie. 

    De norm voor permanente educatie wordt momenteel doorontwikkeld. Tijdens de doorontwikkeling van deze norm besteden alle gerechten wel aandacht aan kennisbevordering en opleiding, maar wordt hier door gerechten wisselend invulling aan gegeven. Bij de aankomende doorontwikkeling van de PE-norm wordt vakbekwaamheid als uitgangspunt gehanteerd. Vooruitlopend op de doorontwikkeling van de PE-norm registreert een aantal gerechten geen realisatiecijfers meer. Gerechten die al zoeken naar een andere invulling van de scholingsbehoefte dan de huidige kwantitatieve norm, experimenteren bijvoorbeeld met het instrument portfolio voor het bijhouden en ontwikkelen van de vakbekwaamheid of werken met persoonlijke opleidingsplannen of een plan per team. 

    Meestgestelde vragen PE-30:

    Vraag : Bij wie kan ik terecht met specifieke vragen? (1)

    Voor vragen over de landelijke kwaliteitsnormen, waaronder de PE-norm, kun je contact opnemen met het cluster kwaliteit van het bureau van de Rvdr: 

    Beleidsmedewerker Kwaliteit
    06-(geanonimiseerd)
    (geanonimiseerd) @rechtspraak.nl

    Vraag : Hoe wordt over PE gerapporteerd? 

    In bestuurlijke overleggen tussen de Raad voor de rechtspraak en het gerechtsbestuur wordt jaarlijks gesproken over permanente educatie. De norm is gesteld op gemiddeld 30 uur per jaar, c.q. een minimum van 90 uur verspreid
    over een termijn van drie jaar, voor iedere raadsheer, rechter en juridisch medewerker. Dit is gebaseerd op netto 3 uur scholing per dagdeel. Het gerecht rapporteert jaarlijks het percentage raadsheren, rechters en juridisch
    medewerkers dat gemiddeld 30 uur per persoon, gemeten over de afgelopen drie jaar, educatie heeft gevolgd. Bij de jaarverantwoording over jaar X, zijn dat de jaren X en de twee voorafgaande jaren. Steeds wordt het percentage berekend
    van medewerkers die, berekend over deze driejaarsperiode, gemiddeld 30 uur PE (of meer) hebben gehaald (jaarverslag) of zullen halen (jaarplan). Nu de PE-norm wordt doorontwikkeld is handhaving van de huidige PE-norm
    losgelaten. Vooruitlopend op de doorontwikkeling registreert een aantal gerechten geen realisatiecijfers meer. Gerechten die al zoeken naar een andere invulling van de scholingsbehoefte dan de huidige kwantitatieve norm, experimenteren
    bijvoorbeeld met het instrument portfolio voor het bijhouden en ontwikkelen van de vakbekwaamheid of werken met persoonlijke opleidingsplannen of een plan per team. Vanaf 2018 kunnen daarom geen uitspraken meer worden gedaan over
    de gemiddelde realisatie van de PE-norm ten opzichte van voorgaande jaren (jaarverslag).

    Vraag : Hoe wordt PE geregistreerd?

    Van iedere rechter, raadsheer en juridische medewerker moeten de
    opleidingsuren binnen het kader van permanente educatie worden geregistreerd.
    Er is een landelijk systeem voor het registreren van opleidingsuren beschikbaar.
    Uitgangspunt is netto opleidingsuren. Reistijd, voorbereidingstijd en pauzes
    worden niet meegerekend.
    1 netto opleidingsuur = 1 PE punt
    1 dagdeel = 3 netto opleidingsuren = 3 PE punten.
    In het lokaal gehanteerde registratiesysteem dient een module te worden
    ingebouwd voor uitvraag van het gemiddelde over de afgelopen drie jaar.
    Ook educatie van rechters, raadsheren of juridisch medewerkers die instromen
    wordt geregistreerd.

    Vraag : Mag van de norm worden afgeweken en wie bepaalt dat?

    De norm biedt voldoende ruimte voor maatwerk. Het is echter aan het gerechtsbestuur (de leidinggevende) om te beoordelen of een afwijking op basis van bijzondere omstandigheden op haar plaats is. 

    Vraag : Wat valt er onder de norm PE?

    De norm is gesteld op gemiddeld 30 uren per jaar, c.q. een minimum van 90 uur verspreid over een termijn van drie jaar. Dit is gebaseerd op netto 3 uur scholing per dagdeel. De norm voor permanente educatie geldt voor raadsheren, rechters en juridisch medewerkers (onder laatstgenoemde wordt mede begrepen de stafjurist a en b, de senior en junior juridisch medewerker en de mediationfunctionaris). 
    De norm is uit het oogpunt van kwaliteitshandhaving ook van toepassing op part timers en raadsheren, rechters en juridisch medewerkers die een gecombineerde functie uitoefenen (vakinhoudelijk en management). 
    Op collectief bestuurlijk niveau wordt bepaald hoe PE ingevuld kan worden, in de praktijk gebeurt dit door het Presidenten-Raad-Overleg (PRO). Of een individuele cursus valt onder PE, is ter beoordeling aan de opleidingscoördinator van een gerecht. 
    PE kan ingevuld worden door: 
    - Het volgen van cursussen en trainingen die kennis en vaardigheden actualiseren, verbreden en verdiepen, met nadrukkelijke aandacht voor Europees recht en kennis van empirische wetenschappen;
    - De vakinhoudelijke cursussen kunnen ook bestaan uit actualiteitencursussen, studiedagen, symposia, maatschappelijke stages en werkbezoeken. Deze moeten van voldoende juridische inhoudelijk niveau zijn.
    - Opleidingsactiviteiten die in kader van een wisseling van sector/rechtsgebied worden ondernomen, vallen eveneens onder permanente educatie.

    Maximaal 50% van de PE-uren kan worden ingevuld door:
    - Het geven van onderwijs op het eigen vakgebied, waarbij gebruik wordt gemaakt van studiemateriaal; 
    - Het schrijven van juridische artikelen binnen het eigen vakgebied.

    Vraag : Wat valt niet onder permanente educatie?

    - Opleidingen die vallen onder de initiële opleiding, i.c. Raio- en Rio­-opleiding en de basis educatie voor de juridische medewerker; 
    - Intervisie en coaching; 
    - Jurisprudentieoverleg, werkoverleg, bilateraal overleg, bijhouden van literatuur en jurisprudentie;
    - Managementopleidingen.

    Vraag : Wie kent PE punten toe aan opleidingsactiviteiten?

    Het gerecht is verantwoordelijk voor de toepassing van de norm voor permanente educatie met inachtneming van de landelijke uitgangspunten. Het gerecht bepaalt of voor deelname aan een opleidingsactiviteit PE-punten worden toegekend.  

    Het opleidingsinstituut van de Rechtspraak, SSR, is de eerst aangewezene om te voorzien in de behoefte aan permanente educatie. Aan alle vakinhoudelijke opleidingsactiviteiten van SSR kunnen in beginsel PE-punten worden toegekend. SSR gaat uit van 3 netto opleidingsuren per dagdeel, dus opleidingsuren zonder voorbereidingstijd en pauzes (1 dagdeel = 3 PE punten). 
    Voor zover het om opleidingen buiten SSR gaat, beschikken de gerechten zelf over voldoende kennis om te beoordelen of een opleiding voldoende toegevoegde waarde heeft om als permanente educatie mee te tellen. 

    Documenten PE-30

    Naam
    - Adviesrapport Borging-permanente-educatie-2006 
    - Brief Raad 20 april 2006 (UIT 8575 BVAK)
    - Brief Raad 24 mei 2006 (UIT 8790 BVAK) 
    - Evaluatierapport-kwaliteitsnormen-2008-2011 
    - Eindrapport kwaliteitsnormen-2012
    - Rapport-Opleidingsvisitatie-Rechtspraak-2016
  • [geanonimiseerd]

    datum: 24 juni 2022
    ons kenmerk: UIT [geanonimiseerd]
    onderwerp: Besluit op uw Woo-verzoek

    Geachte [geanonimiseerd], 

    Met uw brief van 30 mei 2022 met kenmerk [geanonimiseerd], inzake “Woo-verzoek fraudespreekuur”, heeft u de Raad voor de rechtspraak hierna: de Raad), onder verwijzing naar de Wet open overheid (hierna: Woo) gevraagd om informatie openbaar te maken over het ‘fraudespreekuur’. Meer specifiek heeft u (samengevat) gevraagd om een overzicht, althans documenten c.q. vastleggingen, beleid dan wel werkafspraken, interne memo’s of andersoortige vastleggingen, waaruit volgt:

    1. hoe binnen de Raad voor de rechtspraak, meer specifiek door rechter-commissarissen, wordt omgegaan met een melding van een curator in het fraudespreekuur over vermoedelijke fiscale delicten/fraude, bijv. belastingfraude, faillissementsfraude en/of bestuurdersaansprakelijkheid, meer in het bijzonder welke factoren een rol spelen en/of welke afwegingen worden gemaakt om te bepalen of een controle door de Belastingdienst wordt ingesteld, dan wel een aangifte wordt gedaan door de curator, dan wel een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart.

    2. wat de rol van de rechter-commissaris is binnen het fraudespreekuur:
      1. Hoe komt de rechter-commissaris aan informatie dat mogelijk sprake is van fraude?
      2. Waarom neemt de rechter-commissaris een stimulerende houding in? 
      3. Toetst de rechter-commissaris of sprake is van een verdenking van een strafbaar feit? 
      4. Welke betrokkenheid heeft de rechter-commissaris in dit stadium bij de eventuele start van een strafrechtelijk onderzoek?
      5. Blijft de rechter-commissaris daarna bij dit onderzoek betrokken?

    3. hoe de Raad voor de rechtspraak in zijn algemeenheid, en meer specifiek de rechter-commissaris, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en/of de FIOD omgaan met de informatieverplichtingen uit de diverse wetten (zoals de Faillissementswet en de Algemene wet inzake rijksbelastingen) en een eventuele samenloop met een onderzoek naar verwijtbaarheid van de belastingplichtige/verdachte/gefailleerde in verband met mogelijk opleggen van bestuurlijke boetes c.q. het instellen van strafvervolging, zoals bijvoorbeeld wils(on)afhankelijk materiaal, en in verband met het verzoek en/of toepassen van inbewaringstelling van de gefailleerde.

    4. welke instantie c.q. betrokkene bij het fraudespreekuur contact onderhoudt met c.q. informeert c.q. terugkoppeling geeft aan een andere betrokkene c.q. andere betrokken instanties bij het fraudespreekuur. Bijvoorbeeld:
      1. geeft het Openbaar Ministerie/Belastingdienst na een ingestelde strafvervolging of controleonderzoek een terugkoppeling aan de curator in het betreffende faillissement of de rechter-commissaris nadat in het fraudespreekuur hierover is gesproken? 
        1. Zo ja, gaat dit op verzoek, is het desgevraagd, is het spontaan en/of automatisch, schriftelijk en/of mondeling?
        2. Wat is de grondslag voor de informatieuitwisseling
      2. geeft de curator informatie aan het Openbaar Ministerie c.q. Belastingdienst c.q. de Raad voor de rechtspraak, meer specifiek de rechter-commissaris over de voortgang/ontwikkelingen/diens bevindingen in het faillissement?
        1. Zo ja, gaat dit op verzoek, is het desgevraagd, is het spontaan en/of automatisch, schriftelijk en/of mondeling?
        2.  Wat is de grondslag voor de informatieuitwisseling
      3. Is er beleid c.q. zijn er werkafspraken, dan wel andere documenten of vastleggingen e.d. waaruit volgt hoe de procedure (fiscaal, strafrechtelijk, en in het faillissement) zich vervolgt nadat de curator aangifte heeft gedaan?
    Bij brief van 1 juni 2022 bent u geïnformeerd dat de Raad uw verzoek in goede orde ontving en dat u in beginsel binnen vier weken na de ontvangst ervan een besluit kon verwachten. 

    Wettelijk kader
    Ik behandel uw verzoek als een verzoek op grond van de Woo. 

    Besluit
    Ik kan uw verzoek niet inwilligen. Er zijn namelijk geen door u gevraagde documenten bij de Raad aangetroffen. Daarvoor zijn verschillende verklaringen, die ik hieronder uiteenzet.

    Er is geen betrokkenheid (geweest) van de Raad bij het fraudespreekuur: ‘lokaal initiatief’
    Het fraudespreekuur is een ‘lokaal initiatief’ (geweest), oftewel: een initiatief van een (lokaal) gerecht, in dit geval rechtbank Den Haag. Het initiatief is inmiddels door andere rechtbanken overgenomen. De door u gevraagde informatie – voor zover aanwezig – zal derhalve bij de gerechten berusten. 

    De gerechten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 2.2 Woo. Zij zijn geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zij zijn, anders dan de Raad, voor de toepassing van de Woo ook niet als zodanig aangemerkt. In de geconsolideerde artikelsgewijze toelichting van de Woo d.d. 22 oktober 2021 wordt bevestigd dat de rechterlijke macht uitdrukkelijk niet onder het toepassingsbereik van de Woo wordt gebracht.[1] 

    De gerechten zijn ook geen onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf, als bedoeld in artikel 4.1 Woo. 
    Een en ander betekent dat u geen Woo-verzoek kunt richten aan een gerecht.

    Er is geen betrokkenheid (geweest) van de Raad bij het fraudespreekuur: taken en bevoegdheden
    Dat de Raad niet betrokken is (geweest) bij het fraudespreekuur, hangt ook samen met de taken en bevoegdheden die de Raad heeft en met de grenzen die daaraan zijn gesteld in verband met de onafhankelijkheid van de Rechtspraak als de derde staatsmacht. Deze taken, bevoegdheden en grenzen zijn beschreven in de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: Wet RO), om precies te zijn in de artikelen 91 tot en met 96a. 

    De taken en bevoegdheden van de Raad liggen voornamelijk op het gebied van bedrijfsvoering. Bij de uitvoering van die taken en bevoegdheden, treedt de Raad bovendien niet in de procesrechtelijke behandeling van, de inhoudelijke beoordeling van alsmede de beslissing in een concrete zaak of in categorieën van zaken (artikel 96 Wet RO). 

    Om deze redenen beschikt de Raad niet over bijvoorbeeld beleid dan wel werkafspraken, interne memo’s of andersoortige vastleggingen, waaruit volgt hoe door rechter-commissarissen wordt omgegaan met een melding van een curator in het fraudespreekuur over vermoedelijke fiscale delicten/fraude, bijv. belastingfraude, faillissementsfraude en/of bestuurdersaansprakelijkheid, meer in het bijzonder welke factoren een rol spelen en/of welke afwegingen worden gemaakt om te bepalen of een controle door de Belastingdienst wordt ingesteld, dan wel een aangifte wordt gedaan door de curator, dan wel een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart, laat staan dat hij daar invloed op heeft. 

    Een deel van uw verzoek is gericht op informatie van andere bestuursorganen
    U verzoekt de Raad onder meer om informatie over hoe de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en/of de FIOD omgaan met de informatieverplichtingen uit de diverse wetten (zoals de Faillissementswet en de Algemene wet inzake rijksbelastingen) en een eventuele samenloop met een onderzoek naar verwijtbaarheid van de belastingplichtige/verdachte/gefailleerde in verband met mogelijk opleggen van bestuurlijke boetes c.q. het instellen van strafvervolging, zoals bijvoorbeeld wils(on)afhankelijk materiaal, en in verband met het verzoek en/of toepassen van inbewaringstelling van de gefailleerde.

    Daarnaast verzoekt u de Raad om informatie met betrekking tot de vragen:

    • of het Openbaar Ministerie/de Belastingdienst na een ingestelde strafvervolging of controleonderzoek een terugkoppeling geeft aan de curator in het betreffende faillissement, nadat in het fraudespreekuur hierover is gesproken?
    • of de curator informatie geeft aan het Openbaar Ministerie c.q. de Belastingdienst over de voortgang/ontwikkelingen/diens bevindingen in het faillissement?

    Het ligt voor de hand om te denken dat deze informatie bij het Openbaar Ministerie en/of de Belastingdienst aanwezig is. Op grond van artikel 4.2 Woo rust daarom op de Raad in beginsel de verplichting om het verzoek door te zenden aan het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Omdat ik heb begrepen dat uw verzoek eerder al door hen is ontvangen en afgedaan en omdat u als professional weet waar (mogelijk) meer informatie berust (u heeft daar met uw verzoek aan het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst ook blijk van gegeven), heb ik gemeend uw verzoek niet aan hen te hoeven doorzenden.[2] Dat heb ik dan ook niet gedaan.

    Een kopie van uw Woo-verzoek en het onderhavige Woo-besluit zullen geanonimiseerd op onze website worden geplaatst. 

    Hoogachtend,

    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze, 

    O.F.J. Welling
    directeur 

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.

    [1] Bijlage 2 bij Kamerstukken II 2019/20, 35 112, nr. 9.
    [2] Vgl. ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3556.
  • [geanonimiseerd]
    Uitsluitend per e-mail: 
    [geanonimiseerd]

    datum: 20 mei 2022
    ons kenmerk: UIT [geanonimiseerd]
    onderwerp: Besluit Woo-verzoek

    Geachte [geanonimiseerd],

    In onze ontvangstbevestiging van 13 mei 2022 hebben wij aangegeven met u in overleg te willen treden over de precisering van uw verzoek. Helaas heeft u mij niet gebeld om uw verzoek te bespreken. Na verder intern onderzoek zijn wij tot de conclusie gekomen dat u uw verzoek niet hoeft te preciseren en dat wij direct een besluit kunnen nemen op uw Woo-verzoek. Het besluit treft u hierbij aan. 

    U heeft gevraagd om ‘documenten die aantonen dat de rechtspraak hiermee bezig is of plannen hiervoor heeft en die aantonen wanneer dit klaar moet zijn’, verwijzend naar uw eerste vraag, waarin u vraagt of er rechterlijke uitspraken zijn gedaan op basis van artificiële intelligentie, de robo(t)rechter of andere digitale uitspraak vonnis technieken. 

    Er zijn bij de Rechtspraak geen uitspraken gedaan op basis van artificiële intelligentie. Er zijn ook geen plannen binnen de Rechtspraak om dit te gaan doen. 

    Wij kunnen uw verzoek dus niet inwilligen. Er zijn namelijk geen door u gevraagde documenten bij ons aangetroffen. 

    Binnen de Rechtspraak wordt wel nagedacht over het gebruik van AI, zowel in het primaire proces als bij ondersteunende processen. Ik verwijs u graag naar een tijdschrift van de Rechtspraak uit 2019 met als titel: Algoritmes in de rechtspraak. Wat artificiële intelligentie kan betekenen voor de rechtspraak. U kunt dit tijdschrift via deze link (pdf, 1,5 MB) downloaden. 

    In deze publicatie wordt ook het promotieonderzoek van Manuella van der Put genoemd. Manuella van der Put is senior strafrechter bij rechtbank Oost-Brabant en promoveert op woensdag 25 mei 2022 op haar proefschrift 'Kunstmatige Intelligentie bij rechterlijke oordeelsvorming' aan de Tilburg University. De verdediging van haar proefschrift kunt u op 25 mei 2022 vanaf 16.30 uur volgen via een livestream op de website: https://www.tilburguniversity.edu/nl/actueel/agenda/promotie-mjma-put 

    Ik merk daarbij op dat onderzoeksgegevens niet vallen onder de Wet open overheid.  

    De Rechtspraak maakt in beperkte wel gebruik van AI bij andere processen dan het doen van uitspraken. Denk daarbij aan o.a. het factureringsproces en het anonimiseren van uitspraken. Ook wordt er bijvoorbeeld onderzocht hoe er door de Rechtspraak effectiever toezicht kan worden uitgeoefend op bewindvoerders en curatoren door data beter te benutten. Ik verwijs u naar dit (al openbare) bericht: “Met Splunk werken we datagedreven” - Werken bij de Rechtspraak. 

    Een ander voorbeeld is een softwarerobot voor het voorbereiden van de planning van een raadkamer gevangenhouding, waar nu bij enkele gerechten ervaring mee wordt opgedaan. Deze robot ondersteunt griffiemedewerkers bij repeterende werkzaamheden.

    Een kopie van uw Woo-verzoek en het onderhavige Woo-besluit zullen geanonimiseerd op onze website worden geplaatst. 

    Hoogachtend,

    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze, 

    O.F.J. Welling
    directeur

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.
  • [geanonimiseerd]
    Uitsluitend per e-mail: 
    [geanonimiseerd]

    datum: 31 mei 2022
    ons kenmerk: UIT [geanonimiseerd]
    onderwerp: Besluit Woo-verzoek

    Geachte [geanonimiseerd],

    Op 8 mei 2022 heeft u bij de Raad een Woo-verzoek, geregistreerd onder nummer 2022-001, ingediend. Het besluit treft u hierbij aan.

    U heeft gevraagd om 3 (categorieën van) documenten waarin u geïnteresseerd bent, namelijk 1) het openbare volmachtregister van de Raad als bedoeld in artikel 4 van de Regeling financieel beheer van het Rijk, 2) documenten verband houdende met verplichtingen van de Raad die voortvloeien uit artikel 16a Handelsregisterwet en 3) alle bij de Raad beschikbare documenten
    over de niet naleving van de bepalingen in art. 4 van de Regeling financieel beheer van het Rijk door rechtbanken, gerechtshoven, de CRvB en het Cbb.

    Ad 1)
    De stukken uit het openbaar volmachtregister zijn reeds openbaar, nu zij zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Ik volsta daarom met een verwijzing naar deze stukken:

    - Mandaat- en volmachtbesluit directeur bureau Raad voor de rechtspraak

    - Besluit tot wijziging van het Mandaat- en volmachtbesluit financieel directeur en afdelingshoofden bureau Raad voor de rechtspraak

    - Besluit tot wijziging van het Instellings- en mandaatbesluit Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak

    - Besluit tot wijziging van het Instellings- en mandaatsbesluit IV-organisatie Rechtspraak

    - Volmacht- en machtigingsbesluit Inkoop Rechtspraak 2018

    - Instellings-, mandaat- en volmachtbesluit KEI
    https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-67858.html

    - Mandaatbesluit bevoegdheden Directeur SSR:

    - Besluit tot wijziging van het Mandaatbesluit bevoegdheden college van bestuur SSR

    Ad 2) en 3)
    Er zijn geen documenten binnen de Raad aangetroffen die verband houden met 2e en 3e verzoek. Wij kunnen uw verzoek dus niet inwilligen. Hierbij merk ik op dat de Wet open overheid slechts van toepassing is op de Raad voor de rechtspraak, de landelijke diensten en het college van afgevaardigden. De rechtbanken, gerechtshoven, de CRvB en het Cbb vallen buiten de reikwijdte van de Wet open overheid. U kunt uiteraard wel altijd een schriftelijk verzoek om informatie aan de gerechten toesturen.

    Bij de inschrijvingen in het register van de Kamer van Koophandel zijn door de Raad en de landelijke diensten abusievelijk 
    niet de volmachten geregistreerd. Door uw Woo-verzoek zijn wij hierop gewezen en zullen wij deze volmachten alsnog registreren.

    Een kopie van uw Woo-verzoek en het onderhavige Woo-besluit zullen geanonimiseerd op onze website worden geplaatst.

    Hoogachtend,
    De Raad voor de rechtspraak
    Namens deze,
    O.F.J. Welling
    directeur

    Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum boven dit besluit een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet door u als indiener zijn ondertekend en bevat ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) waarom u vindt dat het besluit niet klopt. Dit door u ondertekende bezwaarschrift kunt u inscannen en digitaal versturen aan: woo@rechtspraak.nl of per post aan: Raad voor de rechtspraak, bezwaar Woo-besluit, postbus 90613, 2509 LP Den Haag.


Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via:

Instagram Instagram

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m donderdag van 8:00 uur tot 20:00 uur en op vrijdag van 8:00 uur tot 17:30 uur.