Op de rol: ‘Ik wens u alle wijsheid met elkaar’

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Midden-Nederland > Nieuws > Op de rol: ‘Ik wens u alle wijsheid met elkaar’
Almere, 06 juni 2018

De 2 boze buren op leeftijd uit de Muziekwijk zijn terug in de rechtszaal. Wederom in Almere en wederom voor politierechter Oosterling. Dat komt goed uit, want zij weet wat zich begin maart heeft afgespeeld in deze zaal. Raadsman Rispens van de beklaagde mijnheer K. had rechter Oosterling toen gevraagd om de behandeling van 2 zaken (mishandeling en belediging en bedreiging) uit te stellen om een gesprek met de gemeente Almere en de woningbouwvereniging nog een laatste kans te geven.

Mijnheer K. zou zijn buurman Van den B. met zijn scootmobiel weliswaar omver hebben gereden en hem een paar maanden later hebben toegeschreeuwd dat hij een ‘vuile vieze kinderneuker, homo!’ was, wiens ‘hele kop’ hij met een honkbalknuppel ‘in elkaar zou slaan’, maar wie weet kon de gemeente de geplaagde straat met harde afspraken pacificeren. De politierechter stelde de zitting tegen de zin van de geplaagde buurman Van den B. uit (‘zit ik nog langer met de ellende’). Iedere beslissing van de rechter zou ‘de kansen van de gemeente om rust te brengen in de straat’ namelijk verkleinen.

Treiteren

De 2 strafzaken tegen mijnheer K. worden vandaag keurig behandeld, maar de vraag is allereerst: kan de Muziekwijk opgelucht ademhalen? Raadsman Rispens kan kort zijn: nee. ‘Er is geen gesprek geweest. Er was geen bereidheid om rond de tafel te gaan zitten. Als 1 partij niet wil meewerken, dan houdt het op.’ Mijnheer Van den B. is de gebeten hond. ‘U was niet blij met mijn beslissing om de strafzaak uit te stellen, maar ik herinner mij niet dat u toen hebt gezegd dat u niet zou meewerken aan een gesprek’, zegt politierechter Oosterling tegen mijnheer Van den B, die op enige afstand van zijn buurman tegenover de rechter zit. Hij antwoordt: ‘Ieder gesprek met hem is zinloos. We hebben 2 keer een verklaring ondertekend dat we elkaar zouden mijden, maar hij blijft mij treiteren. Sinds hij weet dat ik homo ben, bedreigt hij mij. K. doet dat tot ik dood ben, heeft hij gezegd.’

Videobeelden

Misschien omdat hij ten einde raad is, lijkt mijnheer Van den B. wonderen te verwachten van de zitting vandaag. Politierechter Oosterling ontneemt hem al rap die illusie en vertelt beide partijen: ‘Welke beslissing ik vandaag ook neem, uw problemen worden er niet door opgelost. Ik ga niet bepalen dat 1 van u weg moet uit de straat en dat de ander kan blijven. 1 van u, en misschien wel u allebei, gaat straks met een vervelend gevoel naar huis.’ Het was meer dan een vervelend gevoel dat mijnheer Van den B. afgelopen zomer overhield aan de confrontatie met buurman K. in een fietsenstalling bij het buurtcentrum. De politie heeft de videobeelden bekeken. ‘Hierop ziet een politieagent dat u met uw scootmobiel vol tegen de fiets van mijnheer Van den B. oprijdt. Een agent zegt dat u hem daarbij waarschijnlijk ook hebt geraakt’, merkt de politierechter op. ‘Niet waar’, reageert mijnheer K. ‘Ik heb hem klemgereden omdat hij mijn kleinzoon van 7 had bedreigd. Het was niet mijn bedoeling om hem te raken. Mijn scootmobiel was niet beschadigd, de fiets van Van den B. ook niet. Zoveel stelde het niet voor.’

Honkbalknuppel

Mijnheer K. heeft zijn straatgenoot ook niet uitgescholden en bedreigd toen deze in september langs zijn voortuintje liep. U hebt niet gezegd, ‘vuile vieze kinderneuker, homo!?’, vraagt de rechter. ‘Heb ik niet gezegd’, luidt het antwoord. ‘Mijnheer Van den B. zegt dat u met een honkbalknuppel stond te zwaaien’. ‘Ook niet waar; ik heb niet eens een honkbalknuppel. Van den B. liep langs mijn huis en zei: “Jij bent nog aan de beurt”. Ik heb alleen maar gezegd dat-ie moest wegwezen. Mijn kleinzoontje is zo bang voor hem, dat hij niet meer bij zijn opa wil langskomen. Dat doet pijn. Die man moet mij met rust laten. Ik ben 70. Ik heb met niemand problemen; ik ben een gezellig mens.’

Ellende

Gezellig vindt mijnheer Van den B. het al heel lang niet meer in de Muziekbuurt. ‘Ik woonde naast een Marokkaans gezin. Ik ben verhuisd om niet langer vanwege mijn geaardheid geterroriseerd te worden, en nu overkomt mij dit al 4 jaar. Ik word 3 keer in de week uitgescholden. “Met die vieze homo moet je niet praten”, zegt K. tegen de buurt. Het is geen leven en de gemeente doet niets’. Volgens de psychiater heeft hij een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Omdat K. verantwoordelijk zou zijn voor de emotionele ellende die al jaren voortduurt, is een schadevergoeding van bijna 6.000 euro op zijn plaats, aldus Van den B’s advocaat, die overigens zegt niet op de hoogte te zijn van de zaken die vanochtend worden besproken.

Getuige

Ook officier van justitie Jansen wil gezegd hebben dat ‘het strafrecht geen oplossing biedt voor mensen die slecht met elkaar omgaan. De enige oplossing is dat u eruit komt of elkaar met rust laat’. Maar het recht moet wel zijn loop hebben, aldus de officier, die er niet aan twijfelt dat mijnheer K. zijn straatgenoot Van den B. in de fietsenstalling heeft mishandeld. Met de bedreiging en de belediging voor K’s woning ligt het genuanceerder. ‘Er heeft zich wel een getuige gemeld, maar diens verklaring komt op een aantal punten niet overeen met die van mijnheer Van den B. De getuige heeft bijvoorbeeld niet homo gehoord.’ ‘Dat zegt K. altijd’, roept mijnheer Van den B opgewonden. Of hij even stil kan zijn? De officier van justitie vindt een onvoorwaardelijke taakstraf van 40 uur (‘werk waarbij u niet hoeft te lopen’) en een schadevergoeding van 450 euro op zijn plaats.

Pijn

Hadden de 2 heren de afgelopen maanden maar gebruikt om tot elkaar te komen, zegt K’s advocaat Rispens. ‘Want nu doen we 2 dagen over een dun dossier dat we doorgaans in 20 minuten afdoen. En dan nog los je met geen enkele straf deze ruzie op’, aldus de raadsman. Een straf die zijn cliënt overigens niet verdient. De videobeelden uit de fietsenstalling laten volgens hem niet zien wat er is gebeurd. ‘Mijnheer K. reed misschien wat al te bruusk op zijn scootmobiel, maar hij zegt dat het niet zijn bedoeling was om mijnheer Van den B. pijn te doen. In de aangifte staat niets over schade aan de fiets van mijnheer Van den B., die gewoon wegfietste. Het had allemaal niet zo veel om handen.’ Ook met die bedreiging en belediging valt het mee. ‘De getuigenverklaring sluit niet aan bij de aangifte. Ik heb begrepen dat de getuige nu juist de aanstichter is van de narigheid in de buurt.’

Twijfel

Anders dan de raadsman, vindt politierechter Oosterling wel dat de mishandeling in de fietsenstalling vaststaat. ‘Ik baseer mij daarbij op de aangifte en op wat een politieagent op de camerabeelden heeft gezien. U zegt: “Ik had geen opzet om mijnheer Van den B. te raken”, maar u aanvaardde wel de kans dat u mijnheer Van den B. pijn zou doen.’ Bij de belediging en de bedreiging liggen de zaken anders. De getuigenverklaring roept meer vragen op dan ze beantwoordt. ‘Ik twijfel daardoor over wat er is gebeurd, en dat betekent dat ik u moet vrijspreken.’ K. krijgt voor de mishandeling in de fietsenstalling een boete van 500 euro. ‘Een taakstraf voor iemand in deze fysieke toestand is niet gepast’. De politierechter laat van de gevraagde schadevergoeding van bijna 6.000 euro niets heel; mijnheer Van den B. krijgt 50 euro. ‘En verder wens ik u alle wijsheid met elkaar’.

Uitspraken

Meest gelezen berichten