Laden...

18 jaar cel voor liquidatie Willem Ruyslaan

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Rotterdam > Nieuws > 18 jaar cel voor liquidatie Willem Ruyslaan
Rotterdam, 18 december 2020

De rechtbank in Rotterdam heeft vandaag een 25-jarige Rotterdammer veroordeeld tot een celstraf van 18 jaar voor de liquidatie van een 64-jarige man op de Willem Ruyslaan in Rotterdam-Kralingen. Een tweede verdachte kreeg drie jaar gevangenisstraf voor betrokkenheid bij de liquidatie en witwassen. Twee anderen werden van betrokkenheid bij de liquidatie vrijgesproken. Voor één van hen was dat door de officier van justitie ook gevraagd.

Doodsangst

De liquidatie in 2018 vond op klaarlichte dag plaats, waarbij meer dan tien kogels op het slachtoffer zijn afgevuurd. Hij probeerde in doodsangst uit zijn auto te vluchten, maar had geen schijn van kans. Hij werd in de hals en het hoofd getroffen en zwaar gewond naar het ziekenhuis vervoerd. Daar heeft hij een week voor zijn leven gevochten, maar heeft die strijd verloren.

Hoogte van de straf

In de motivering van de eerste twee vonnissen is veel aandacht voor drie onderwerpen:

a) De 18 jaar gevangenisstraf wordt in het eerste vonnis uitgebreid toegelicht. Hierbij wordt aan de hand van een onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam  ingegaan op de door rechters voor moord opgelegde straffen in de afgelopen 12 tot 15 jaar.

b) In het tweede hieronder aangehaalde vonnis wordt uitgelegd dat niet bewezen is dat de verdachte wist dat een liquidatie werd gepland. Wel zijn de omstandigheden waaronder de verdachte behulpzaam was zo schimmig dat van hem mocht worden verwacht dat hij daarvoor een verklaring zou geven. Die verklaring is niet gekomen. Er wordt daarom wel opzet van de verdachte op een geweldshandeling aangenomen. De straf die daarbij past is logischerwijs heel veel lager. 

c) In beide vonnissen is een procedurevoorstel uiteengezet voor de vordering van de benadeelde partij. De vorderingen zouden daarbij worden voorgelegd aan een ‘civiele’ rechter-commissaris in strafzaken voor een onderzoek naar de toewijsbaarheid van die vorderingen. Dit experiment kende in deze procedure teveel bezwaren en is daarom niet uitgevoerd.

Uitspraken