Laden...

Verkeersovertredingen en -misdrijven

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHome > Thema's > Verkeersmisdrijven

Verkeersongelukken en de wet

illustratieve afbeelding ongeluk met auto  
 
 

Een verkeersongeluk is meestal precies wat het woord zegt: een ongeluk. Iets wat niemand heeft gewild maar iedereen kan overkomen. Iemand die verblind door de laaghangende zon een fietser over het hoofd ziet. Een bestuurder die op een tegenligger knalt door een klapband. Kleine fouten, met soms dramatische gevolgen voor het slachtoffer én de veroorzaker.

Bij een verkeersongeluk kan sprake zijn van strafbaar gedrag. In de Wegenverkeerswet 1994 staat welk gedrag in het verkeer strafbaar is en welke straf daarvoor maximaal mag worden opgelegd. Als de rechter naar de zaak kijkt, beoordeelt hij of de verdachte zich strafbaar heeft gedragen en welke straf of maatregel (of een combinatie daarvan) daarbij past. De rechter let bij zijn oordeel bijvoorbeeld op de aard en ernst van het ongeluk en de omstandigheden waaronder het heeft plaatsgevonden. De rechter kijkt ook altijd naar de gevolgen voor het slachtoffer.

Cijfers

In 2019 heeft de rechter 16.894 rechtszaken over verkeersovertredingen en –misdrijven behandeld. In 16.001 gevallen werd er een straf opgelegd, variërend van een geldboete tot gevangenisstraf. Het grootste deel (11.521 zaken) ging over rijden onder invloed.

   

 Veelgestelde vragen over verkeersmisdrijven

>Alles uitklappen
  • In het verkeer kan iemand zich strafbaar gedragen. Bij kleine vergrijpen spreken we van een verkeersovertreding. Veel verkeersovertredingen worden buiten de rechter om afgehandeld. Zij vallen onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder). Het gaat dan bijvoorbeeld om fout parkeren of een kleine snelheidsovertreding. In die gevallen wordt een administratieve boete opgelegd. Dit wordt ook wel een Mulderbeschikking genoemd. Iemand die het daarmee niet eens is, kan in beroep gaan bij de kantonrechter.

    Gaat het om een zwaarder feit, bijvoorbeeld rijden onder invloed van alcohol, dan spreken we van een verkeersmisdrijf. Verkeersmisdrijven kunnen voor de strafrechter worden gebracht, maar dat hoeft niet in alle gevallen. Sommige misdrijven kan de officier van justitie zelfstandig afdoen met een strafbeschikking.
  • Ernstige gedragingen in het verkeer worden altijd door de officier van justitie aan de strafrechter voorgelegd. Maar ook minder ernstige gedragingen kunnen bij de rechter terechtkomen. Bijvoorbeeld als de betrokkene het niet eens is met zijn boete (Mulderbeschikking) of strafbeschikking van het Openbaar Ministerie.
  • Als een ongeluk niet door een relatief kleine fout is veroorzaakt, maar de bestuurder zich écht onvoorzichtig heeft gedragen, kan er sprake zijn van een misdrijf. Hierbij geldt in beginsel: hoe groter de ‘mate van schuld’, hoe hoger de straf.
  • Roekeloosheid wordt gezien als de zwaarste vorm van schuld. Bij deze vorm van schuld horen ook de zwaarste straffen. Het gaat hierbij om gedrag in het verkeer waarbij iemand geweten moet hebben wat de gevolgen van dat gedrag kunnen zijn. Diegene heeft op dat moment geoordeeld dat het wel goed af zou lopen. Dat was ten onrechte en is daarom ‘ernstig verwijtbaar’.

    Sinds 1 januari 2020 wordt in de Wegenverkeerswet 1994 duidelijk beschreven welk gedrag in ieder geval onder roekeloosheid in het verkeer valt. Het gaat dan om situaties waarin iemand zich opzettelijk op zo’n manier in het verkeer gedraagt, dat de verkeersregels ernstig worden geschonden. Hierdoor is er sprake van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Dan gaat het om het opzettelijk begaan van (een combinatie van) ernstige verkeersovertredingen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan gevaarlijk inhalen, bumperkleven, door rood rijden of het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden. Dit gedrag is overigens ook strafbaar als het niet tot een ernstig verkeersongeval leidt. Alleen staat daarop dan een minder hoog strafmaximum.
  • De rechter kan bijvoorbeeld een geldboete of taakstraf opleggen. Ook kan hij beslissen dat het rijbewijs voor maximaal 10 jaar wordt afgepakt. Het komt ook voor dat de rechter een (voorwaardelijke) gevangenisstraf oplegt.

    Het kan zijn dat de rechter beslist dat iemand een gevangenisstraf krijgt en dat het rijbewijs voor bijvoorbeeld 5 jaar ontzegt wordt. De tijd die iemand in de gevangenis doorbrengt, gaat dan niet van die 5 jaar rijontzegging af.

  • Welke straf de rechter oplegt is van veel factoren afhankelijk. De mate van schuld (ook wel verwijtbaarheid genoemd) is daarbij een belangrijke factor. Iemand die door domme pech een dodelijk verkeersongeluk veroorzaakt, krijgt daardoor in zijn algemeenheid een lagere straf dan iemand die een ongeluk veroorzaakt omdat hij gedronken heeft.

    De rechter let daarnaast op de aard en ernst van het geval, de gevolgen voor het slachtoffer en de persoon van de dader.
    Een straf heeft verschillende doelen:

    1. Veiligheid: de straf moet de samenleving beschermen tegen de dader.
    2. Afschrikking: de straf moet zo hoog zijn dat het de dader ervan weerhoudt nog een keer in de fout te gaan. En om anderen te weerhouden van het maken van dezelfde fout.
    3. Vergelding: de straf moet de dader op een terechte manier laten boeten voor het leed dat het slachtoffer en de samenleving is aangedaan. Hoe de verdachte zich heeft opgesteld na het ongeluk en of hij vaker is veroordeeld, speelt hierbij een belangrijke rol.

    Afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval weegt soms het ene strafdoel zwaarder dan het andere.

  • Op verschillende bronnen. Naast de verklaringen van de verdachte en eventuele getuigen is technisch onderzoek een belangrijke bron voor het bewijs. Het meten van de remweg van de auto kan bijvoorbeeld mede aantonen of een bestuurder te hard gereden heeft. De rechter kan tijdens de zitting in de rechtbank aanvullend getuigen en deskundigen horen. Ook kan hij nader onderzoek laten doen.
  • Mensen hebben vrijwel nooit de intentie om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. Ze maken wel fouten in het verkeer, waarmee ze ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. In die gevallen worden lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is, zoals bij moord of doodslag. Bij een dodelijk verkeersongeluk is van opzet meestal geen sprake.

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via:
Instagram

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m donderdag van 8.00 uur tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 uur tot 17.30 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum