Gerechtsdeurwaarderszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksOver het gerechtshof > Organisatie > Gerechtsdeurwaarderszaken

Contact

Openingstijden griffie Gerechtsdeurwaarderskamer: op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur.

De Gerechtsdeurwaarderskamer maakt deel uit van de afdeling civiel recht en belastingrecht.

Tuchtrechtspraak

Artikel 34 lid 1 Gdw bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25 lid 1 Gdw bedoelde opleiding, aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten:

  • in strijd met enige bij of krachtens die wet gegeven bepaling,
  • dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

De tuchtprocedure

De tuchtrechtspraak in eerste aanleg wordt uitgeoefend door de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam.

Hoger beroep instellen bij het hof Amsterdam

Artikel 45 lid 1 Gdw bepaalt dat (behoudens enkele in de wet genoemde uitzonderingen) tegen beslissingen van de kamer hoger beroep kan worden ingesteld bij het hof.
Het hof is de hoogste instantie; beroep (in cassatie) instellen tegen een beslissing van het hof is dus niet mogelijk.
Partijen kunnen hoger beroep bij het hof instellen tegen de beslissing van de kamer door middel van het indienen van het beroepschrift bij de griffie van het hof.

Procesreglement

Het landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven (in het bijzonder paragraaf 1.2.3) is op de procedure van de gerechtsdeurwaarderskamer van toepassing. Het procesreglement is te raadplegen op www.rechtspraak.nl. Dit procesreglement is per 1 januari 2018 gewijzigd.

Griffierecht en bijstand

Voordat het hof een hoger beroep in behandeling neemt, heft de griffier een griffierecht zoals bepaald in de Gerechtsdeurwaarderswet. De indiener van het beroepschrift moet het bedrag aan griffierecht binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dat dit bedrag is verschuldigd, voldoen. Indien het griffierecht niet binnen vier weken is voldaan, volgt er een herinnering en een nadere termijn van twee weken om het griffierecht alsnog te betalen. Als het griffierecht ook niet binnen deze nadere termijn is voldaan, wordt het hoger beroep niet door het hof in behandeling genomen. Daarvan ontvangen de indiener van het beroepschrift en de wederpartij(en) uit de procedure in eerste aanleg schriftelijk bericht.

Partijen mogen zich laten bijstaan door een advocaat maar dit is (anders dan in de meeste hoger beroep-procedures) niet verplicht.

Indienen beroepschrift

Uit het procesreglement volgt onder meer dat het beroepschrift per post moet worden ingediend. Het beroepschrift kan ook per fax of e-mail (infohandelsrechtamsterdam@rechtspraak.nl) worden ingediend. In het geval van indiening per fax of e-mail moet het beroepschrift per omgaande per post bij het hof worden ingediend of afgegeven aan de balie van het hof.
Het beroepschrift moet de gronden van het hoger beroep bevatten en moet door het hof zijn ontvangen binnen dertig dagen na de dag waarop de kamer haar beslissing aan partijen heeft verzonden. De beslissing van de kamer waartegen het beroep zich richt, moet worden meegestuurd met het beroepschrift.

Behandeling en uitspraak

Het hof behandelt de zaak opnieuw in volle omvang. Dat betekent dat het hof naar alle aspecten van de zaak kijkt, evenals de kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft gedaan. Maar het betekent ook dat het hof geen rekening mag houden met klachten of klachtonderdelen die voor het eerst in hoger beroep worden aangevoerd.
De mondelinge behandeling is in beginsel openbaar en vindt (uitzonderingen daargelaten) plaats op donderdag. Voor het bijwonen van een zitting als belangstellende kunt u zich aanmelden bij de afdeling communicatie en (pers-) voorlichting.

Het hof doet meestal tien weken na de mondelinge behandeling uitspraak. Tijdens de mondelinge behandeling kan het hof ook een andere uitspraaktermijn bepalen. Indien mogelijk wordt de beslissing eerder gegeven. Daarvan krijgen partijen geen (schriftelijk) bericht. Als blijkt dat de beslissing niet op de meegedeelde datum kan worden gegeven, stelt het hof partijen daarvan schriftelijk in kennis met vermelding van de nieuwe uitspraakdatum.

Publicatie

De beslissingen van het hof worden zo spoedig mogelijk na de uitspraak (in geanonimiseerde vorm) gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Kamersamenstelling

 

Raadsheren:

mr. A.C. Faber (fungerend voorzitter)
mr. Boumans, A.D.M.R. 
mr. Meer, T.H. van der (president)
mr. Rang, J.C.W. (plv. voorzitter)
mr. Sturhoofd, A.R.
mr. Tromp, J.W.M.

Raadsheren-plaatsvervanger:

mr. Jongbloed, A.W.
mr. Saarloos, L.J.

Stafjurist:

mr. Blokker, R.

Juridisch medewerkers:

mr. Dooting, E.M.
mr. Koning, T.J. de
mr. Peters, L.H.J.

 

Externe contacten

Het hof heeft regelmatig overleg met organisaties die zich bezighouden met (het toezicht op) de beroepsgroep. Tot deze organisaties behoren de kamer voor gerechtsdeurwaarders, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en het Bureau Financieel Toezicht. In dat overleg worden actuele ontwikkelingen besproken die de beroepsgroep betreffen. Ook kunnen verbeterpunten voor de werkwijze aan de orde komen.

Praktische informatievoorziening

Deze pagina bevat informatie over de gerechtsdeurwaarderskamer van het hof Amsterdam. De informatie is bedoeld als praktische informatievoorziening. Het kan zijn dat, omwille van de duidelijkheid, regelingen samengevat en/of onvolledig worden weergegeven. In geval van strijdigheid van de weergave geldt te allen tijde de wettelijke bepaling of de regeling die op grond van een wettelijke bevoegdheid is gegeven. In geval van twijfel wordt u aangeraden uw vraag aan het hof voor te leggen.
Deze informatie is van toepassing op beroepschriften die op of na 1 januari 2018 zijn ingediend.